Filmrecensie Miles Davis: Birth of Cool

Zo vernieuwend als Davis muzikaal was, zo keurig is Birth of Cool ★★★☆☆

Fraai is de volop aanwezige voice-over in de ik-vorm, waardoor de meester zelf lijkt te spreken.

Documentaire

Regie Stanley Nelson.

Met Miles Davis, Frances Taylor, Herbie Hancock, Quincy Jones, Juliette Gréco.

115 min., in 55 zalen.

Het leven van jazzlegende Miles ­Davis (1926-1991) draaide tegen wil en dank om muziek. ­Spelen was voor hem geen kwestie van willen, maar van móéten. Muziek kwam voor alles. Zo begint de archiefdocumentaire Miles Davis: Birth of the Cool, een degelijk portret van een grillige persoonlijkheid annex muzikaal genie.

Davis was een jazzvernieuwer die weigerde slechts in het entertainmenthokje te worden geduwd – zijn doel was appreciatie en acceptatie die componisten als Igor Stravinsky ten deel vielen. Een dikwijls ongrijpbaar figuur die op jonge leeftijd de bossen introk om vogelgekwetter na te spelen, maar eind jaren vijftig wist door te dringen tot de muzikale mainstream. Dat lukte vooral dankzij Kind of Blue (1959), een album dat volgens een van de vele muzikanten, schrijvers en kenners in de documentaire ook na honderd luisterbeurten nog steeds iets nieuws te zeggen heeft.

Daarnaast was Davis een man die worstelde met verslavingen en er in de liefde hoogst conservatieve opvattingen op nahield. Het komt allemaal voorbij in Miles Davis: Birth of the Cool, zij het soms vluchtig.

Zo vernieuwend als Davis muzikaal was, zo keurig en naar volledigheid strevend is de documentaire in elkaar gezet.

Soms vindt de 68-jarige regisseur Stanley Nelson, die eerder onder meer documentaires maakte over de Black Panthers (Vanguard of the Revolution, 2015) en de Amerikaanse sekteleider Jim Jones ­(Jonestown: The Life and Death of Peoples Temple, 2006), een manier om Davis’ bezielde energie in beelden te vatten. Dan trakteert hij de kijker op razendsnel gemonteerde sequenties waarin de tijd tussen twee muzikale perioden voorbijschiet.

Vaker biedt Nelson een aaneenschakeling van archiefbeelden en geïnterviewden, terwijl de incidentele duik in de duistere perioden van Davis’ privéleven drijft op suggestie.

Fraai is de volop aanwezige voice-over, met de zware raspende stem van acteur Carl Lumbly en grotendeels ontleend aan de lijvige autobiografie ­Miles: The Autobiography (1990), die ­Davis samen met journalist en dichter Quincy Troupe schreef. Lumbly spreekt in de ik-vorm en bezorgt de documentaire daarmee een aangename zweem van intimiteit – alsof de grootmeester postuum zijn eigen voorbijtrekkende leven van context voorziet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden