Zo verliefd en toch de plaat gepoetst

From: Self1/ZWAAN..

To: CX9600096@LT.FRISEAN.CA

Subject: Re: weer goed zo?

Date: Mon. 21 mar 17.03.54

'Jazeker, er moet een band worden losgemaakt. Wil je dat ik er een stevige knoop inleg? Of moet het met een kort rukje openvallen? Zeg het maar. Ik zou je met veel geduld willen kussen, strelen en masseren tot je niet meer weet of je op je rug of je buik ligt. Je ligt op je buik. Je bent m'n diertje.'

Bovenstaande citaat is een e-mailtje uit het pasverschenen boek Onverrichter zake van Mathijs Deen (35). Twee jaar geleden mochten we Michaël Zeeman met de bundel Verhoudingen al verwelkomen als dichter van de regel: 'Na mijn gemors met tijd/ en koffie is er geen e-mail in mijn tekst gedrongen.' En dan nu, twee jaar later, volgt de eerste e-mailroman.

In Onverrichter zake is een dragende rol weggelegd voor de e-mail als manier van communiceren. Of juist van non-communiceren, want van enig antwoord op alle berichten van hoofdpersoon W. Zwaan is geen sprake. Dat lijkt symbolisch voor veel vrijetijds e-mailers, mensen die zich in hun zolderkamer opsluiten en praten met de hele wereld, maar zich weinig interesseren voor het échte leven.

De debuterende Groningse auteur: 'Dat ik de eerste e-mailauteur ben, zou best kunnen, maar met die laatste stelling ben ik het beslist niet eens. Als er een alleswetende schrijver aanwezig was geweest, had hij best alle draadjes kunnen afhechten en de antwoorden op de e-mails erbij kunnen schrijven. Maar daar heb ik niet voor gekozen. Het boek is als het ware een pakketje e-mails, brieven en dagboekenbladen van iemand die een stuurloos en structuurloos leven leidt, iemand die veel begint, maar weinig afmaakt.'

Waarna de auteur erop wijst dat op sommige plaatsen wel degelijk sprake is van antwoorden op de e-mails. In een van de berichten (Suject: te ver) laat de hoofdpersoon aan zijn geliefde weten dat hij op gezag van een fysiotherapeute op de behandeltafel zijn onderbroek moest laten zakken. In een volgende e-mail (Subject: hoe ver?) geeft hij als antwoord op haar kennelijke, zij het niet in het boek afgedrukte vraag: 'Als je het dan echt weten wilt, tot halverwege, jusqu'au gorge, verder niet.'

't Is maar een weet voor de close reader.

Deen, voormalig docent taalbeheersing aan de Groningse universiteit, heeft in zijn uit vijf hoofdstukken bestaande boek geprobeerd verschillende stijlen te gebruiken, die bij de diverse communicatievormen worden gehanteerd. Deen: 'Ik mag mezelf een gediplomeerd e-mailer noemen en het is mij opgevallen dat zich bij e-mails een eigen grammatica aan het ontwikkelen is. Een e-mail bevat meestal beknoptere zinnen, vaak zonder persoonsvorm. Hij lijkt ook veel meer op spreektaal dan een voluit geschreven brief, al bevat hij soms meer tekst dan een brief.'

Na herlezing van zijn boek is Deen nog iets opgevallen wat misschien typerend is voor het moderne virtuele tijdperk. De e-mails en brieven aan zijn onbekende geliefde in Canada, zouden best eens berichten aan een niet-bestaande persoon kunnen zijn, want op geen enkel moment ontmoet hij haar ook werkelijk. Als ze terugkeert uit Canada, vertrekt de held W. Zwaan juist naar Ierland, waarvandaan hij haar twee brieven (nu wel met voldoende persoonsvormen) stuurt. Voor de nuchtere lezer is dat een wat rare constructie. Zo erg verliefd te zijn, zo veel e-mails versturen en vervolgens de plaat poetsen als je elkaar in levende lijve kunt ontmoeten. Daar moet iets niet in orde zijn.

Heeft het boek een trieste afloop? Dat niet, vindt Deen. De hoofdpersoon maakt weliswaar nog een voettocht van Nieuwe Statenzijl naar Duinkerken en strandt na vier dagen al te Lauwersoog (hoofdstuk 4), maar het slot van Onverrrichter zake wordt gevormd door een verhaal met een kop en een staart. Dat hoofdstuk gaat over een professor die een steen wil vergruizen en daarna opeten.

De laatste zinnen van het boek: 'En ik zal een vrouw zoeken, lief schatje van me, en ik zal me voortplanten, zodat sporen van jou worden doorgegeven in een nieuw klein mensje, dat je opnieuw mee zal dragen naar het einde, en dan zal je nog een keer sterven, en wie weet sporen van jouw sporen nog een keer, tot het einde der mensheid, en dan zal je weten hoe het is, mijn lieve kleine lekkere vette worstje van me, hoe het is om te sterven, dan heb ik van je gewonnen, begrijp je dat?'

'Begrijp je dat?'

'Nee hè?'

Gijs Zandbergen

Mathijs Deen, Onverrichter zake. Uitgeverij Passage; ¿ 27,50. ISBN 90 545 2040 X.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden