'Zo rustig als Grubbenvorst'

In korte tijd raakt Rotterdam twee pijlers van het muziekleven kwijt: poppodium Watt vraagt deze week zijn faillissement aan, Dance Parade gaat niet door omdat de veiligheidsmaatregelen te duur worden....

‘Dit zijn niet de leukste dingen’, zegt Christian Jongeneel. En dat is dus een understatement. Jongeneel runde tot deze week de stichting die aan de Rotterdamse West-Kruiskade poptempel Watt exploiteerde. Nu is hij vooral druk met de financiële en juridische afwikkeling van zijn faillissementsaanvraag. Want het is over en sluiten voor Watt.

Het noodlijdende Rotterdamse broertje van Paradiso en de Melkweg (Amsterdam), Paard van Troje (Den Haag), 013 (Tilburg), Tivoli (Utrecht), de Effenaar (Eindhoven), het Patronaat (Haarlem), de Mezz (Breda) heeft geen toekomst meer. De ‘kwestie-Watt’ staat weliswaar nog voor volgende week op de agenda van de Rotterdamse gemeenteraad, maar dat is een formaliteit, weet Jongeneel. De Rotterdamse politiek heeft haar handen al afgetrokken van de enige poptempel in de tweede stad van Nederland.

Watt had een exploitatietekort, maar haast nog belangrijker was dat omwonenden bleven klagen over geluidsoverlast, ook na een isolatie waarin de gemeente 500 duizend euro investeerde. Aanvullende investeringen acht het college onverantwoord.

En daarmee is de Maasstad zijn podium kwijt voor bands en muziekacts die te groot zijn voor de kleinere Rotterdamse poppodia en te klein voor Ahoy’. Watt, in het najaar van 2008 herrezen uit de failliete boedel van het ooit fameuze Nighttown, beoogde met zijn hoofdzaal qua bezoekerscapaciteit (1.400) precies dat gapende gat te vullen.

Waar Watt struikelt over geluidsoverlast, kon Dance Parade – het jaarlijkse evenement waarbij vrachtwagens met dj’s een route door het centrum rijden, trok vorig jaar nog 400 duizend bezoekers – niet meer voldoen aan de veiligheidseisen van het gemeentebestuur. Die zijn sterk opgeschroefd sinds de ernstige rellen op het strand bij Hoek van Holland van augustus vorig jaar (één dode; 76 afgevuurde politiekogels).

GroenLinks Rotterdam, dat in het vorige college de cultuurwethouder leverde, spreekt sinds haar terugkeer in de oppositiebankjes consequent over de eigen stad als ‘Meppel aan de Maas’. Het Rotterdamse uitgaansleven zucht volgens fractieleider Arno Bonte niet alleen onder bezuinigingen, maar ook onder de neveneffecten van het ontspoorde dancefeest.

‘Rotterdam is een redelijke doodse stad geworden’, verzucht Ted Langenbach. Als ‘creatief directeur’ was hij een van de initiatiefnemers van Watt. En ook toen al klaagde hij dat cultureel Rotterdam de aansluiting kwijt was met Berlijn, Kopenhagen, Barcelona en Parijs. Maar Langenbach hoopte dat Watt aan de basis zou staan van een culturele wedergeboorte. Watt als bakermat van de underground, als brandpunt van de Rotterdamse vernieuwing – zoals indertijd zijn club Now & Wow dat was geweest.

‘Als je de skyline van Rotterdam ziet, heb je het idee dat je in dé stad van Nederland komt, maar zodra de zon onder is gegaan, ligt Rotterdam gewoon te slapen’, zegt de 28-jarige Rotterdamse dj Boris Ross. ‘Loop je ’s avonds door het centrum, dan heb je het idee dat je in Grubbenvorst bent, zo rustig is het.’

Met weemoed denkt hij terug aan de topjaren van Langenbachs kinky danceclub Now & Wow, op de zuidoever van de Nieuwe Maas. ‘Het gevoel dat er op de vrijdagen hing in de stad, de onzekerheid of je binnen ging komen en de verhalen die je na het weekeinde had. Rotterdam heeft al tijden geen spannende verhalen meer te vertellen op dancegebied.’ Het enige positieve effect hiervan is volgens Ross dat er nu wel allerlei frisse huiskamerfeestjes ‘uit de grond springen’. Maar dat zijn per definitie bijeenkomsten voor een select en klein publiek.

‘Er is in Rotterdam veel te veel geïnvesteerd in steen’, verklaart Langenbach. ‘Terwijl het de mensen zijn die een stad maken. In Groningen, Utrecht, Eindhoven en Den Haag hebben ze dat goed door. Rotterdam is dan ook ingehaald door die steden. Creatieve Rotterdammers verdienen hun geld nu in steden waar de mens centraal staat.’ Zelf doet Langenbach advieswerk voor de gemeente Eindhoven.

Dick Pakkert, zakelijk leider van poppodium Rotown, wordt een beetje prikkelbaar van Langenbachs aanhoudende klaagzang over het ingedutte Rotterdam: ‘Ik denk soms: Ted, als het je hier niet bevalt, gá dan naar Berlijn of Barcelona. Je moet vooruit.’ ‘Er gebeurt genoeg in Rotterdam. We doen eigenlijk heel veel. Rotown is net uitgeroepen tot het beste poppodium van Nederland.’

Maar ook Pakkert heeft kritiek op de gemeente Rotterdam. Zowel de politiek als de ambtenarij heeft niet of nauwelijks oog voor de Rotterdamse popcultuur, zegt hij. En dat was volgens hem de afgelopen jaren niet eens zozeer een geldkwestie. De gemeente trok in de aanloop naar het ‘Jongerenjaar 2009’ miljoenen euro’s uit voor de doelgroep. En dan zit het Hiphophuis in de Coolhaven, dat echt iets voorstelt, en waar jongeren rapworkshops, lessen, trainingen en projecten kunnen volgen, nog altijd zonder goed dak. Dat is toch triest?’

Al die miljoenen besteed aan dure flyers en reclamefilmpjes hadden geen blijvende impact op de stad, zegt Pakkert. Dat komt, meent hij, doordat de mensen in Rotterdam die werkelijk verstand van popmuziek en van de doelgroep hebben, niet bij de besluitvorming worden betrokken.

Daarbij komt dat de ambities en de verwachtingen in Rotterdam volgens hem steevast te hoog liggen. ‘Het moet in Rotterdam altijd een landelijke uitstraling hebben. Neem het Urban Culture Podium, waarop we nog steeds zitten te wachten. Voor talentontwikkeling – waar het in beginsel allemaal om te doen was – heb je geen grote zaal met een capaciteit van duizend bezoekers of meer nodig. Integendeel, daar heb je juist kleine zaaltjes voor nodig. En oefenruimtes. En studio’s. Maar de Rotterdamse politiek moest weer per se iets waarmee ze landelijk de blits dacht te kunnen maken.’

‘De popsector wordt in Rotterdam nog steeds niet serieus genomen’, zegt ook Anke van de Bilt, zakelijk leider van poppodium Baroeg. ‘Jazz en klassieke muziek krijgen veel meer aandacht.’ Zij verwacht in de nabije toekomst geen verbetering. Gezien de bezuinigingsdrift is een verslechtering van de situatie volgens haar waarschijnlijker.

Typerend voor de houding van de gemeente, is volgens Pakkert de manier waarop de nieuwe cultuurwethouder Antoinette Laan (VVD) omging met het verzoek om een gesprek over de toen nog dreigende ondergang van Watt. De directies van de poppodia werden doorverwezen naar de ambtelijke dienst. Pakkert: ‘Denk maar niet dat de wethouder zo reageert als de directies van de Doelen, Lantaren/Venster en de Rotterdamse Schouwburg samen bij haar aankloppen.’

De gemeente Rotterdam herkent zich niet in de kritiek. ‘We nemen de popsector heel serieus’, bericht de woordvoerster van wethouder Laan. ‘Iedereen die een goed plan heeft, is welkom, soms bij de wethouder en soms eerst bij de dienst Kunst en Cultuur.’

Na de zomer gaat de gemeente met alle partijen om de tafel om te praten over een nieuw poppodium. Volgens de dienst Kunst en Cultuur bestaat in Rotterdam niet zoiets als ‘dé popsector’. Daarvoor zouden de belangen binnen die sector net iets teveel uiteenlopen. ‘Sommige partijen hebben de neiging om een idee in de pers te lanceren en vervolgens te klagen dat ze niet gehoord worden.’

‘Rotterdam is een lastige stad’, meent de 25-jarige Amy. ‘Er worden veel nieuwe dingen geprobeerd, maar dat leidt zelden tot een succes.’ Rotown is voor haar als liefhebber van alternatieve muziek een constante factor, een veilige thuishaven. Maar ze zou zo dolgraag weer eens verrast willen worden in haar eigen stad. ‘Sinds Now & Wow is er in Rotterdam geen klapper meer geweest. Nou ja, Las Palmas enigszins. Dat is toch wel erg teleurstellend.’

Tja, maar dat is volgens Pakkert ook een kwestie van vraag en aanbod. De uitbaters van de Hollywood Music Hall, zeven discotheken onder één Rotterdams dak, hebben die economische wetmatigheid volgens hem goed in de gaten.

‘Een ondernemer begint met de vraag: is er behoefte aan wat ik kan bieden? Misschien is Rotterdam gewoon niet zo artistiek als Ted Langenbach zou willen. De Hollywood speelt daar goed op in. Die zit elk weekend barstensvol.’

Amy zegt daar weinig mee te kunnen. ‘Mensen van mijn leeftijd gaan niet naar de Hollywood. Dat is toch meer iets voor TMF-jongeren.’ In de Exit komt ze wel, maar daar ziet ze alleen regionale bandjes. Baroeg vindt ze erg ver weg. Bovendien is dat een tent voor liefhebbers van metal. ‘Wij gaan veel naar Breda, Utrecht en Eindhoven om bandjes te zien. Watt was te vaak leeg, ook met goede bands. Slagsmalsklubben? Nog niet half vol. Late of the Pier? Nog voor geen kwart. Dat is niet leuk. Het gaf mij een gevoel van plaatsvervangende schaamte. In Paradiso of de Mezz had het een stuk voller gestaan. Misschien was het daar zelfs uitverkocht.’

‘Rotterdam heeft vrij veel economisch georiënteerde studierichtingen’, merkt Langenbach op. ‘Het zou kunnen dat Rotterdamse jongeren naar verhouding een plattere smaak hebben dan hun leeftijdsgenoten in Amsterdam, Groningen, Nijmegen en Utrecht. Bovendien hebben we nu te maken met de generatie van twitter en sms. Als jongeren ergens zijn en het bevalt ze niet, twitteren ze meteen naar hun vrienden ‘Het is hier ruk!’, met andere woorden: blijf maar weg.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden