Rece John Prine

Zo mooi, zo puur, zo troostrijk: John Prine (71) verovert Paradiso (vijf sterren)

Zijn vroege werk werd bewonderd door Bob Dylan en Johnny Cash. Nu, een halve eeuw later, is hij een voorbeeld voor alle singer-songwriters. John Prine ( 71 ) kreeg het uitverkochte Paradiso aan zijn voeten.

Zanger/gitarist John Prine in 2018. Beeld Getty Images

Als vrijdagavond om 7 uur de deuren van Paradiso opengaan, heeft zich al een immense rij gevormd. Het zal nog anderhalf duren voor de Amerikaanse singer-songwriter John Prine het podium betreedt, maar die wachttijd hebben de bezoekers van dit al maandenlang uitverkochte concert er graag voor over.

Het is dertien jaar geleden dat Prine (71) in Nederland te zien was. Sindsdien is de status van de onder kenners hooggewaardeerde zanger nog aanzienlijk gegroeid; hij geldt als een van de grootste nog levende americana-vertolkers.

Al in de vroege jaren zeventig, toen hij debuteerde met  sterke, sociaal betrokken liedjes als Sam Stone en Angel From Montgomery, kon hij grootheden als Johnny Cash en Bob Dylan tot zijn bewonderaars rekenen. De laatste jaren is Prines werk  voor een nieuwe generatie liedjesschrijvers  muzikanten als Sturgill Simpson, Jason Isbell en Margo Price – een ijkpunt in de Amerikaanse liedtraditie.

John Prine in 1975. Beeld WireImage

Wat John Prines werk nog altijd kenmerkt, is de schijnbare eenvoud. Direct pakkende melodieën, gecombineerd met teksten  die na enkele introducerende  gitaarnoten meteen ter zake komen.

Prines teksten zijn vertellingen over mensen die zich maar moeilijk staande kunnen houden. Al op 23-jarige leeftijd kon hij zich geloofwaardig verplaatsen in ouderen wier kinderen het huis verlaten (Hello in There) of een aan heroïne ten onder gaande Vietnamveteraan (Sam Stone).

Als hij precies om half 9 het podium opwandelt, is het applaus vanuit de zaal vol stoeltjes overdonderend. Prines hoofd helt permanent naar links; het gevolg van een in 1998 uit zijn nek verwijderd kankergezwel. Zijn stem is sindsdien lager en gruiziger geworden, maar dat lijkt zijn zang alleen maar ten goede te komen.

Zijn klassieke liedjes komen in het muisstille Paradiso aan bod, maar het mooie is dat Prine dit jaar een plaat heeft gemaakt, The Tree of Forgiveness, met  songs als I Have Met My Love Today en Summer’s End die zich kunnen meten met zijn allerbeste werk.  Prine zingt (met hulp van autocue) vooral werk van zijn eerste en zijn laatste album. Er gaapt een gat van 47 jaar tussen, maar dat hoor je er niet aan af.

De teksten zijn woord voor woord te verstaan. Zijn vierkoppige band weet zonder op te vallen steeds precies de juiste accenten te zetten. Een melancholieke vioolstreek of een enkele korte jank van de pedalsteel volstaan. De drummer speelt veelal met brushes en heeft een handdoek over de grote trom gelegd om het volume te dempen. Alles staat in dienst van John Prine en zijn stem. Prine voelt zich zichtbaar op zijn gemak in ‘The Paradisio’.  Achter hem staat een tafeltje waar hij zich tussen de liedjes door even naartoe keert. Voor een nieuw plectrum, of voor een blik op de zorgvuldig gerangschikte familiefoto’s.

Halverwege het twee uur durende concert, als Prine zich in Angel From Montgomery weer heeft verplaatst in een ‘An old woman named after my mother’, verdwijnt de band. Prine kan het best alleen af, zeker als hij in het geestige In Spite of Ourselves hulp krijgt van de Ierse Tanya McCole, die ook het voorprogramma voor haar rekening nam. Maar je merkt dat hij zich prettiger voelt met de  band om hem heen. Even een duim omhoog naar de gitarist of een knikje naar de drummer. Het mooist pakt de samenwerking uit in Sam Stone. Prine begint alleen. Pas als hij zijn beroemdste regels heeft gezongen, ‘There’s a hole in daddy’s arm where all the money goes/Jesus Christ died for nothing I suppose’, samen met het gretig meezingende publiek, vallen de bandleden een voor een in.

Prine kijkt nog een keer naar de foto’s op het tafeltje achter hem en weet dat het goed zit. De liedjes die nog komen, waaronder Paradise, gezongen met zijn derde echtgenote Fiona Whelan, zijn een bonus. Zo mooi, zo puur en zo troostrijk hoor je het maar zelden.

John Prine op het Newport Folk Festival, 2017. Beeld WireImage
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.