Zo leuk is een boekenclub

Wetenschapsjournaliste Ionica Smeets wist zich in een boekenclub te wringen en verbaasde zich over hoeveel ze daar leerde. Wat ontdek je door met anderen over een roman te praten? En wat maakt een boek goed?

Beeld Thinkstock

In 2007 hoorde ik een nieuwe collega zeggen dat ze die avond naar haar leesclub ging. Zoiets leek me al jaren ontzettend leuk, dus vroeg ik voorzichtig wat voor boeken haar club las en of er misschien nog een plekje vrij was. Een paar weken later zat ik in een vreemde huiskamer met zes onbekenden te praten over Tirza van Arnon Grunberg. Ik vond het geweldig en inmiddels zijn die leden van de leesclub mijn vrienden. Na mijn komst is overigens besloten dat de leesclub 'vol' was, dus ik ben blij dat ik net op tijd ben binnengeglipt.

Leesdictator

De opzet van deze leesclub is tamelijk geniaal. Om de beurt is één iemand de leesdictator die bepaalt welk boek iedereen leest. Er is echter - ver voor mijn tijd - een soort schijndemocratie ingevoerd om te voorkomen dat de leesdictator een boek kiest dat iedereen haat. Nu geeft de dictator een lijstje van drie boeken en stemt de groep over wat ze wil lezen. Als er geen duidelijke winnaar is, beslist de dictator. Als tegenprestatie moet hij of zij voor de hele club koken en voorbereiden hoe we over het boek praten.

Iedere dictator pakt dit anders aan. Eén man is steeds zo druk bezig met enorm lekker koken, dat hij vergeet om vragen over het boek te verzinnen. Anderen laten ons complete rollenspellen doen waarbij we ieder in de huid van een personage kruipen, of geven ons kaartjes met vragen als 'Welk gedeelte van het boek zag je het meest voor je?' En bij De walgvogel van Jan Wolkers organiseerde de leesdictator een wandeling langs plekken uit het verhaal.

De clubregels

In de leesclub van Smeets is er om de beurt één persoon de leesdictator die bepaalt welk boek iedereen leest. Er is, zegt Smeets, een soort schijndemocratie ingevoerd om te voorkomen dat de leesdictator een boek kiest dat iedereen haat. De dictator verstrekt een lijstje van drie boeken. De groep stemt over wat ze wil lezen. Als er geen duidelijke winnaar is, beslist de dictator. Als tegenprestatie moet hij of zij voor de hele club koken en het gesprek over het boek voorbereiden.

Keuze van boeken

Ook de keuze van de boeken gaat alle kanten op. We lezen klassiekers als Rabbit, Run van John Updike, maar ook bestsellers als Het diner van Herman Koch. Het aardige van een leesclub is dat je boeken leest die je anders nooit zou uitzoeken. En dat je boeken uitleest die je normaal na tien pagina's zou wegleggen. The Sound and the Fury van William Faulkner had ik nooit uitgelezen zonder de groepsdruk van de club. Het boek begint met tientallen pagina's onsamenhangende flarden uit het brein van de verstandelijk gehandicapte Benjy en pas verderop vallen dingen langzaam op hun plaats.

Het lezen van bijzondere boeken is nog maar één van de voordelen van een leesclub. In de loop van de jaren heb ik allerlei dingen geleerd doordat ik avonden lang met anderen over romans praatte. De grootste winst is dat ik meer dingen mooi vind dan vroeger, doordat ik begrijp hoe anderen ze zien. Eén van de eerste boeken die ik met de club las was The Inheritance of Loss van Kiran Desai. Ik vond de ellenlange natuurbeschrijvingen niet om door te komen, maar anderen bleken die juist prachtig te vinden. Zij werden door die beschrijvingen het verhaal ingezogen, omdat ze helemaal voor zich zagen hoe de hoofdpersonen leefden. Als ik nu in een ander boek zoiets lees, denk ik: Ida zou dit heel mooi vinden en dan vind ik dat soort passages ook ineens mooi.

Het tweede dat ik leerde, is dat iedereen iets anders uit hetzelfde verhaal haalt. Natuurlijk wist ik dat op een abstract niveau allang, maar je krijgt het zelden zo onder je neus gewreven als in een urenlange discussie over de kwaliteiten van een boek. Onze leesclub is vrij divers en iedereen let op andere details. Huisartsen diagnosticeren enthousiast stoornissen van personages, taalkundigen ontdekken subtiele metaforen en ik ben als enige enthousiast als er een leuk getal wordt genoemd.

Beeld Martyn F Overweel

Identificatie

Ook opvallend is hoe belangrijk identificatie is. Zodra een personage of situatie in een boek herkenbaar is, scoort het gelijk een stuk hoger. Dat was heel duidelijk bij Sprakeloos van Tom Lanoye, over het sterven van zijn moeder. Eén iemand uit de leesclub herkende veel van het afscheid van zijn eigen moeder en vond het een fenomenale roman. Hij werd bijna boos toen ik, nog in het gelukkige bezit van mijn moeder, kritiek op het boek durfde te geven.

Een derde inzicht is hoe wankel je mening blijkt. Aan het eind van de avond doen we altijd een rondje waarbij iedereen het boek een rapportcijfer geeft. Eén man begint daarbij steevast met een inleiding als: 'Toen ik hier naartoe fietste, dacht ik aan een 6, maar na de discussie neig ik meer naar een 8.' Het gebeurt mij ook regelmatig dat ik een boek maar zozo vind, tot anderen aanwijzen wat er allemaal goed aan is. Andersom kan ook: dat ik een boek geweldig vond tot de rest me attendeert op de gaten in de plot en de belabberde stijl. Over smaak valt dan niet te twisten, argumenten helpen blijkbaar wel.

Soms vraagt onze leesclub zich af of we wel serieus genoeg zijn. Onze bijeenkomsten, zo'n vijf keer per jaar, zijn in de eerste plaats erg gezellig. Zou het niet beter zijn om louter Nobelprijswinnaars te lezen? Moeten we niet langer praten over de thema's in het werk, verborgen symboliek of het doel van de hoofdpersoon? Maar dan nemen we snel nog een glas wijn en gaan vrolijk verder over of we het boek nu goed vonden of niet.

Het favoriete boek

In de loop der jaren scoorde The Road van Cormac McCarthy het hoogst bij onze boekenclub. Een vader trekt met zijn zoontje door een apocalyptisch landschap en het is (zeer kort samengevat) één grote bak ellende. Maar wat een prachtig boek. We lazen het in 2008 en het zegt iets over de kracht van het verhaal dat ik nog precies weet hoe naar ik me voelde tijdens het lezen. Eén iemand uit mijn leesclub stond destijds zelfs in de supermarkt flessen water te kopen voor als er een ramp zou gebeuren, zo veel invloed had het verhaal op haar. Het knappe van McCarthy is dat hij veel dreiging tussen de regels door laat voelen en allerlei dingen niet expliciet beschrijft. Daardoor kan elke lezer de details anders invullen. Zo bleken we heel verschillende ideeën te hebben over hoe de zoon in het verhaal eruit zag en hoe oud hij was. Maar boven alles heeft The Road zowel een geweldige stijl, pakkende personages en genoeg materiaal om een avond lang over te praten.

Grip

Het blijkt lastig om grip te krijgen op wat een boek goed maakt. Sommige leden van de club letten erg op stijl (niet geheel toevallig zijn dat de taalkundigen), anderen zijn gevoeliger voor plot en personages. Is een boek waar je tegenop ziet om verder te lezen automatisch slecht? Soms leest iedereen een boek lekker snel uit, maar vinden we het desondanks geen van allen echt goed (sorry, Herman Koch). Soms moeten we onszelf steeds dwingen verder te lezen, maar zijn we uiteindelijk toch enthousiast (well done, Faulkner).

Ik heb ontdekt wat een boek voor mij goed maakt toen de bibliothecaresse uit onze club kaartjes maakte met vragen die ze op haar werk aan kinderen stelt. Eén van de vragen was: 'Wat zou je veranderen aan het boek als jij de schrijver was?' Die avond antwoordde ik: 'Niets'. Op de fiets terug bedacht ik dat dit mijn definitie van een goed boek is. Als je niets zou willen schrappen, niets eraan zou willen toevoegen en geen letter zou willen veranderen. Als het onvermijdelijk is dat een boek precies zo is zoals het is. Dan is het goed. Dat denk ik nu tenminste, maar misschien verander ik na een avond discussiëren van mening.

Daniël van der Meer van het literaire blad Das Magazin richtte een sneakpreview-leesclub op.

'Onze 'sneakpreview-leesclub' begon in de zomer van 2012 met Extra Tijd van Anton Dautzenberg. Het boek was af en we waren er benieuwd naar. Anton was benieuwd naar lezersreacties, dus zochten we 25 lezers die het boek een maand voor verschijnen, lazen, bediscussieerden in een Facebookgroep en vervolgens met de auteur bespraken. Het was meteen duidelijk hoe bijzonder de bijeenkomst was. 25 lezers die elkaar niet kenden, konden meteen een gesprek hebben doordat ze hetzelfde boek hadden gelezen. We beginnen altijd met een quiz over het boek. Een goed antwoord wordt beloond met een shotje. Dat breekt het ijs.

'Het voordeel van de previews is dat de lezers op eigen houtje een mening moeten vormen. Er zijn geen recensies verschenen. Dat maakt het spannend en uiteenlopend.

'We hebben een gemengd publiek, dat telkens anders is en relatief jong. Van mensen die het boek tijdens de inloop nog aan het uitlezen zijn, tot mensen met tachtig post-its, op kleur gesorteerd. Herman Koch zei, na zijn leesclub in Gent, dat opvallend veel opmerkingen begonnen met: 'Toen ik het boek voor de tweede keer las...' Dat heb je in Nederland nooit.

'Bij de eerste keer zat de schrijver ook in de Facebookgroep. Hij kon alle kritiek direct lezen. Mensen zijn online botter dan als de auteur erbij is. De schrijver zetten we daarom niet meer in de groep. Als lezers kritiek hebben op het boek, zullen ze dat wel zeggen tegen de auteur. Maar wanneer de auteur zijn keuze motiveert, komt er ook begrip van de lezer. Er ontstaat sowieso meer waardering voor het werk als je hoort welke keuzen eraan ten grondslag liggen.

'Verder vragen we de auteur om een object mee te nemen. Iets dat te maken heeft gehad met het idee voor het verhaal of met het schrijfproces. Zo nam Anton Dautzenberg een bidprentje van zijn vader mee, over wie het boek ging. Michel Faber een schoen van zijn overleden vrouw. Dit zijn wel heel lugubere voorbeelden, maar het kunnen ook notitieboekjes zijn, eerste versies of omslagen. Zelfs de meest ervaren schrijvers zijn op voorhand zenuwachtig. Het is toch een confrontatie met lezers die je niet kunt inschatten, en je kunt niet weg. Behalve Marie Calloway, die op ons festival vorig jaar na een paar minuten (tijdens het voorstelrondje) besloot dit niet aan te kunnen en vertrok.'

Twaalf jaar geleden begon Maarten van Rossem een boekenclub. 120 romans hebben ze al gelezen.

'Onze club komt al twaalf jaar eens per maand bij elkaar. Het begon als een club van geschiedenisstudenten. Het Instituut voor Geschiedenis vroeg of ik een leesclub wilde beginnen. Dat is best, zei ik, maar dan lezen we alleen literatuur. Non-fictie lezen die studenten al genoeg. We lezen alleen maar klassiekers, grote werken uit de wereldliteratuur. Dostojevski en Jane Austen, bijvoorbeeld. Of Günter Grass, Louis-Ferdinand Céline en Gabriel García Márquez.

'Als we een boek moeten kiezen, gaat dat nogal chaotisch. De namen vliegen heen en weer, maar uiteindelijk komt er altijd een bovendrijven. De Faculty Club in Utrecht is de verzamelplek. Een restaurant waar ze geen muziek draaien, zodat je elkaar tenminste kan verstaan. Dan eten we en maken we een ronde waarbij iedereen zijn mening geeft. In de zomer komen we niet samen, maar lezen we wel door. Een cyclus, zodat we lekker vooruit kunnen. Op zoek naar de verloren tijd van Proust, bijvoorbeeld of de Rabbit-serie van John Updike.

''Waarom een leesclub? Omdat je eindelijk eens de boeken leest die je altijd al had willen lezen, maar waar het nooit van kwam. Soms valt het tegen. Het Martyrium van Elias Canetti is voor mij hét voorbeeld van een rotboek. Thematisch is het een verschrikking en de zinnen lopen ook niet. Ik wil nooit meer wat lezen van die man. Maar meestal is het prachtig.

'Ook boeken die ik eigenlijk met achterdocht bekeek, zoals Márquez' Honderd jaar eenzaamheid. Zo'n Latijns-Amerikaanse fabulant die allemaal doden laat terugkeren, leek me helemaal niks. Toch was het een meesterwerk. Een pageturner met een geweldige dynamiek. Bekentenissen van Zeno van Italo Svevo vond ik erg mooi, vooral doordat het zo geestig is. Het openingsverhaal is een geweldig stuk over zijn pogingen te stoppen met roken. Maar niet-rokers hadden er niet zoveel mee.

'Ik denk dat we zo'n 120 boeken hebben gelezen. Het mooiste? Moby-Dick. De manier waarop Herman Melville een roman mengt met essays is bijzonder. Je duikt van allerlei details over de walvisvaart in een zeer grappige donderpreek van de dominee. Toen ik Moby-Dick uit had, wilde ik direct zelf een roman schrijven.'

Schrijver Hans Münstermann vindt het bespreken van boeken belangrijk. In zijn laatste boek komt een leesclub voor.

'Sinds zo'n vier jaar komen we bij elkaar, bij iemand van thuis. Het zijn vrienden van de tennis en literaire vrienden, schrijvers ook. We hebben ook weleens een gast. Een paar jaar geleden kwam een schrijfster speciaal voor een boek over Goethe. 'We hebben allerlei types in de leesclub, maar er moet wel een klik zijn tussen de leden. Je moet elkaars mening belangrijk vinden. We lezen van alles, van Dave Eggers (De Cirkel) en John Williams (Stoner) tot Wessel te Gussinklo (Zeer helder licht) en Tom Lanoye (Gelukkige slaven).

'In mijn laatste boek, Poging tot lichtvoetigheid, komt een leesclub voor. Het gaat over een boekenliefhebber die last heeft van slapeloosheid. Hij denkt dat het weggooien van oude boeken een schoner huis en betere nachtrust oplevert. Hij praat erover met de leden van zijn leesclub en krijgt een ernstige aanvaring die zijn slapeloosheid alleen maar verergert. Dat ik schrijf over een leesclub is geen toeval. Ik vind leesclubs heel belangrijk. Je leert ervan om met een groep meningen uit te wisselen, liefst meningen die van elkaar verschillen. 'Boeken die iedereen mooi vindt, zijn niet geschikt als leesclubmateriaal. Echt negatief zijn we nooit, behalve bij Karl Ove Knausgård. Hij is een uitstekende schrijver, maar ook een typist. Hij wisselt prachtige passages af met honderden pagina's neergekwakt typewerk. Over Een hart zo blank van Javier Marías waren we allemaal enthousiast. Het is zo mooi omdat hij zijn teksten verzorgt en zeer fantasievol en tegelijk rationeel over de liefde schrijft. Ik wil een boek kunnen relateren aan mijn belevingswereld. Dat zorgt voor verdieping. Er blijft iets aan je kleven, zinnen, denkbeelden die je vooruit helpen. Maar we lezen ook met het hoofd. 'Het gaat ook over het metier van de schrijver. Zinsbouw, woordgebruik, concept. Dat laatste is vaak speculatief, maar dat is het mooie. Je weet niet wat de schrijver echt bedoelt, maar je moet ook niet zoeken naar de motieven van de auteur. Vorm je eigen beeld.'

Tekst kader: Erik Kersten

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.