Zo klinkt het hiernamaals

Laptops, teddyberen op een lopende band: zie daar het leven na de dood à la Michel van der Aa in zijn opera After Life....

Door Roland de Beer

Wat was het meest beslissende moment van uw leven? Daar laten muziektheaterliefhebbers zich graag over uit. Het ‘meest beslissende moment in mijn leven’, berichtte een vrouw (‘S’) aan de Nederlandse Opera, ‘was het moment dat ik besloot niet verder te gaan met de relatie die ik had met een getrouwde man. Een zware, maar verstandige beslissing.’

Een man, ‘T’, schetste de dag dat hij een dochter kreeg. ‘Samen met mijn fantastische vrouw. Twee jaar later kwam ik erachter dat ik toch homo ben en zijn we gescheiden.’

De Nederlandse Opera werd op haar wenken bediend bij haar teaser-campagne voor After Life, een multimedia-opera van Michel van der Aa waarin keuzes van ‘meest beslissende momenten’ het verschil maken tussen een hemelse toekomst of eeuwigdurend geknars der tanden (personages die er geen kunnen noemen, zijn het haasje). Het leek de Nederlandse Opera leuk kandidaat-bezoekers vast op te porren over het onderwerp. In Amsterdam verschenen posters waarop passanten werden uitgenodigd een duit in het zakje te doen via ‘www.momentvanjeleven.nl’.

Voor een zekere Gisèle was het dat ze Jezus omarmde. Voor ‘R’ was het een LSD-trip. Ook een U2-concert, een voetbalwissel, een net-niet verkeersongeval, een gecancelde abortus kwamen in de collectie. Ajax-hoolies en eenzame fietsers: samen met honderd andere halfwezen, verlaten vrouwen en gelukkige echtgenoten zijn ze tevens terecht gekomen op de webpagina Michel van der Aa-news. En dat terwijl de eerste noot van Van der Aa’s opera nog moet klinken.

Die klinkt op 2 juni en dan komt meteen ook het hiernamaals in zicht. De opera After Life bevat in haar definitieve vorm acht zingende en sprekende personages die een ‘beslissend moment’ moeten noemen (willen ze in het hiernamaals terecht komen). Dat lijkt een overzichtelijk aantal, maar de laad- en losruimte achterin het Muziekgebouw aan ’t IJ is ervoor omgetoverd tot een mega-uitdragerij. Een fascinerende collectie die zich voortzet tot in de gangen en op de zijtonelen: tuinstoelen, schemerlampen, oude tv-toestellen, schoolbanken, een strijkplank, ventilatoren, een kinderwagen, boekenkasten, speelgoed, kooktoestellen en andere accessoires die bij de mens een herinnering kunnen losmaken. Regie: Michel van der Aa.

Er zit geen enkel Pastoe-meubeltje bij dat doet denken aan hogere technologie, het terrein waarop Van der Aa uitblinkt (‘Van der Aa zal in de nabije toekomst de eigentijdse muziek in Europa domineren’, schreef de Budapest Sun). Maar de toneelploeg heeft er een ‘wiskundige opgave’ aan, verzekert de componist met onschuldige oogopslag.

Op de zijtonelen van het Muziekgebouw krioelt het van de manpower, paraat om de volgorde en timing van teddyberen en driezitsbanken van computerschermen af te lezen en de objecten op een lopende band te plaatsen die zich ‘als een loop naar het verleden’ over het toneel beweegt. Synchroniteit is hier een zaak van leven en dood. Glazen panelen op het podium blijken zich in beweging te kunnen zetten. Ze weerkaatsen filmbeelden in heftig clair obscur, en zijn met de lopende band onderworpen aan een ‘voorstellingsradar’ die ook de projectie- en belichtingssystemen controleert.

Van der Aa wil graag een nog wat hogere ‘topsnelheid’ van de glaspanelen zien. Het tempodictaat komt van een soms zacht orgelende, soms luid knallende, aan de videobeelden geschakelde soundtrack die Van der Aa thuis in Amsterdam heeft uitgewerkt aan de eigen studiocockpit. Boven het podium zetelt op een metalen stellage een uitgebreid Asko Ensemble. Onmisbaar rekwisiet voor de dirigent Otto Tausk is een laptop, die het gecombineerde tijdverloop aangeeft van klankspoor, instrumenten en zangers.

Hoe klinkt het hiernamaals? In het ‘tussenstation’ tussen de aarde en de eeuwigheid, de schemerige ruimte waarin Van der Aa’s opera zich afspeelt, kan het subtiel zoemen en heftig tekeer gaan. Overleden collega-componisten van Van der Aa, zoals de Canadees Claude Vivier (specialist van het rituel de mort), hebben er spoortjes achtergelaten in de harmonische sfeer. Hetzelfde geldt (in de verte) voor de Franse componist Messiaen, eveneens een bekend waarnemer van ‘daarginder’ ofwel het au-delà. ‘Ik houd van de Franse poëzie’, verklaart Van der Aa.

Een verschil is, dat in After Life elektronische en levende klanken in elkaar grijpen, op dezelfde manier als toneelgebaren en filmische beweging. Orgel en strijkers in Van der Aa’s partituur haken in op etherische geluidsrimpelingen, en nemen vervolgens bezit van de ruimte. Pure sopraantonen worden overgenomen en overruled door elektronische klankuitwaaieringen.

After Life zal niet de eerste opera zijn die over dode zielen gaat, verzameld aan gene zijde en geconfronteerd met eigen falen. Monteverdi was rond 1600 al met iets dergelijks bezig in L’Orfeo. Maar After Life is wel de eerste opera die haar libretto ontleent aan een reeds bestaande film.

In die film, in 1998 gemaakt door de Japanner Hirokazu Kore-Eda, krijgen vier overwerkte kantoortypes op een vroege maandagmorgen een oppep-praatje van hun chef. Terwijl in de verte een klok luidt, duiken er vanuit de nevel figuren op die zich in een leeg station bij een onzichtbare receptionist vervoegen, en geduldig plaatsnemen in een wachtkamer. Zo begint Kore-Eda’s After Life of Wandafuru Raifu. Van der Aa zag de film en huurde meteen nog een keer de dvd. Toen de Amsterdamse intendant Audi hem vroeg een opera te maken, stond het onderwerp voor Van der Aa al vast.

‘Zó ontzettend mooi. Elke week komt een groep doden binnen die door een bureaucratische molen gaat. Binnen drie dagen moeten ze het ‘‘meest beslissende moment van hun leven’’ kiezen. Eerder mogen ze dat tussenstation niet uit. Hun moment wordt in die film dan weer gefilmd door personeel van dat tussenstation. Het verschil tussen de verhalen van die mensen en die bureaucratische molen geeft een enorm spanningsveld. Iets dat ikzelf ook nastreef. Grofheid tegenover iets etherisch en esthetisch.’

Van der Aa nam het vliegtuig naar Tokio, kreeg een tolk tot zijn beschikking en ontmoette een bescheiden cineast die hem verwonderd vroeg of hij dat nu wel zou doen, een opera naar After Life. ‘Zijn film is eigenlijk erg documentaire-achtig, realistisch bijna.’

In elk geval niet opera-achtig op de manier van Pavarotti, maar dat was ook niet Van der Aa’s bedoeling. Zijn opera bevat weliswaar een ‘behoorlijk schaamteloze aria’, maar: ‘Dat documentaire element wilde ik van het begin af aan vasthouden. Ik houd van momenten waarop je met een droge klik terug op aarde valt.’

Zo kregen, toen de operacast was vastgesteld, de sopraan Claron McFadden, de alt Margriet van Reisen en een stoet andere zangers en figuranten zélf de intieme MBM-vraag voorgelegd. Antwoorden legde Van der Aa op video vast in een repetitiezaal van het Muziektheater. De beelden en teksten mengen zich in de voorstelling met de geacteerde opera-realiteit.

Het doet denken aan de tekening van M.C. Escher waarop een getekende hand een getekend potlood vasthoudt dat op zijn beurt de rest van de tekening tekent. Als Van der Aa een film huurt op dvd, zal hij ook eerst kijken naar The making of, en bij het zien van de film graag het klankspoor met commentaar van de makers laten meelopen. ‘Ik hou van gelaagdheid.’

De antwoorden die Van der Aa van zangers en figuranten kreeg: ‘Ik dacht, het zal wel steeds over een huwelijk gaan of over de geboorte van een kind. Maar, heel mooi, het ging vaak juist over kleine momenten.’

Als ze zou moeten kiezen, zegt de alt Margriet van Reisen in het operablad Odeon, zou ze eerst denken aan een gevoel van aan ringen te hangen, te zwaaien en heel hoog te gaan, zoals ze als turnmeisje deed. Ze koos bij nader inzien voor de bevrijdende herinnering aan een groepsmeditatie. Van der Aa’s hoofdrolzanger, de bariton Roderick Williams, kiest in Odeon de herinnering aan een wandeling van 170 kilometer die hij moederziel alleen maakte na het bereiken van de 40-jarige leeftijd.

In de opera zingt Williams de rol van Aiden, een overledene die tot een eeuwig verblijf in het tussenstation lijkt veroordeeld omdat hij zijn ‘beslissende moment’ juist niet kan kiezen. Pas als hij bij het filmen van een verse gestorvene, de mooie vrouw Kira, dat filmen zelf tot zijn moment uitroept (’Ook weer een Droste-effect’, zegt Van der Aa), katalyseert dat zijn mogelijkheden, en weet hij uiteindelijk door het glas te springen dat het tussenstation van het hiernamaals scheidt.

De barsten die de gefilmde Roderick Williams met zijn kop in het glas slaat, leveren, gecombineerd met dynamische acties van de zingende Roderick Williams, taferelen op die waakzaamheid vergen van zangers, musici en high tech-chirurgen. In het donker van de zaal zit de componist Louis Andriessen, Van der Aa’s vroegere mentor. Andriessen liet hem, zoals een oud-Hollandse schilder het afmaken van een hand of neus wel eens overliet aan een ateliergezel, de elektronische tussenspelen maken voor zijn opera over Vermeer. Zo lagen zeven jaar geleden nog de verhoudingen.

‘Gaat het net lekker, dan is er weer een break’, knort Andriessen minzaam, als er tussen vertegenwoordigers van vier of vijf voorstellingslagen iets logistieks besproken moet worden. Het laconiekst, zo blijkt steeds, is Van der Aa. Kleurcorrecties aan een videobeeld verricht hij met hetzelfde onverstoorbare flegma als het voordoen aan een sopraan hoe zij overtuigend een lap vasthoudt.

Zijn enige nachtmerrie is ‘ziek wordende zangers’. Krijgt iemand griep en moet er worden ingevallen, dan klopt de gefilmde cast niet meer met de echte en is Van der Aa de sigaar. Stel nu dat bijvoorbeeld het festival voor eigentijds muziektheater in München óók After Life wil opvoeren: dan zal dat – moeilijk, moeilijk – toch weer met precies dezelfde cast moeten.

‘München wil een nieuwe opera van me hebben’, zegt Van der Aa droogjes. ‘De English National Opera wil dat ook. Het is een beetje een schaakspel. München wil het stuk hebben voor 2010 maar ik vind dat eigenlijk te snel. Ik wil liever 2012.’

Van der Aa’s moment: ‘We woonden in Schoorl aan de rand van de duinen. Het was vakantie, we speelden verstoppertje. Ik zat achter mijn favoriete struik. Mijn moeder bakte pannenkoeken en de lucht van die pannenkoeken kwam door de struik heen. Ik wist: dit gaat nog zes weken zo door.’

Maar ook deze komt in aanmerking: ‘New York. Ik zat op de filmacademie. Met mijn vriendin huurde ik een auto. We reden de tunnel door naar New Jersey en daar lag ruimte. Zonovergoten natuur. Vrijheid. Ik was los van het muziekleven in Nederland. Ik kon een film maken waar geen mens verwachtingen over had. Iets totaal nieuws.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden