Interview Jan Wim Buisman

Zo gingen we van schieten op de wolken tot niet meer bang zijn voor onweer

Fresco in de koepelzaal van slot Bruchsal, door Johann Zick en zijn zoon Januarius, midden 18de eeuw. Opvallend is dat de bliksem ook hier nog van een pijlpunt is voorzien – een uiting van de aloude opvatting van de bliksem als Gods wapen.

Onweer werd eeuwenlang gezien als een werktuig van God. Pas sinds de Verlichting werden donder en bliksem beschouwd als natuurverschijnselen. Jan Wim Buisman schreef een boek over de perceptie van onweer.

Donder en bliksem: eeuwenlang waren het werktuigen waarvan een straffende God zich naar believen bediende. Maar in de 18de eeuw wist de verlichte mens beter: het waren natuurverschijnselen. En die waren in beginsel verklaarbaar en beheersbaar. De bliksemafleider – in 1752 uitgevonden door Benjamin Franklin – gaf gestalte aan dat optimisme: de elektrische ‘lading in de wolken’ kon worden opgevangen en afgevoerd. De natuur verloor haar grimmigheid en de mens kon het zich veroorloven om te gaan spelen met verschijnselen die hem tot dan toe overwegend angst hadden ingeboezemd.

Over de veranderende perceptie van onweer schreef Jan Wim Buisman (65), universitair docent geschiedenis van het christendom aan de Leidse universiteit, een boek dat vrijdag is verschenen. ‘De natuur werd een bron van artistieke genoegens, en ons beeld van God werd milder.’

Werd onweer in alle tijden en culturen als teken van een hogere macht waargenomen?

‘De angst voor onweer was universeel, en onweer werd overal met het goddelijke in verband gebracht. Herodotus, de Griekse ‘vader van de geschiedenis’, had het al over een volk in het huidige Roemenië dat bij onweer met pijlen in de lucht schoot. Het betaalde Zalmoxis, de godheid die voor het onweer verantwoordelijk werd gehouden, dus met gelijke munt terug.’

Parapluie paratonnerre: deze (levensgevaarlijke!) draagbare bliksemafleider werd ontwikkeld door de Franse medicus en botanicus Jacques Barbeu-Dubourg (1709-1779). 19de-eeuwse gravure. Beeld AKG-images

Dat was niet bepaald een uiting van deemoed.

‘Nee, daartoe nodigde onweer niet altijd uit. In Frankrijk had je een pastoor die bij onweer eerst met zijn parochianen om stilte ging bidden. Als dat gebed niet werd verhoord, gooide hij zijn schoenen in de richting van de hemel. Bij wijze van represaille. Die merkwaardige handeling strookte misschien niet met de rooms-katholieke traditie, maar er werd ook buskruit gezegend waarmee vervolgens op de wolken werd geschoten.’

Daar deden de protestanten vast niet aan mee.

‘De protestanten staken de hand in eigen boezem: wat zouden wij hebben misdaan om dit over onszelf af te roepen? Bij hen bracht onweer geen opstandigheid teweeg, maar deemoed.’

Zagen zij er dus ook van af een bliksemafleider op hun kerk of huis te installeren?

‘Daar was inderdaad discussie over. Met een bliksemafleider trad je in het domein dat altijd door God was bestierd. Toen de bliksemafleider zijn effectiviteit bewees, week dat fatalistische verzet echter snel voor pragmatisme: misschien valt de bliksemafleider ook wel onder Gods Voorzienigheid.’

Wim Buisman

Maar daarmee was het natuurverschijnsel nog niet verklaard.

‘In de 18de eeuw dacht men in chemische termen. De ozon die bij onweer wordt gevormd, werd voor zwavel gehouden, en zwavel heeft ook een connotatie met de hel. Zo grepen moderne chemie en de oude demonologie in elkaar. Er werden verbanden gelegd tussen onweer en aardbevingen. Zo componeerde Philipp Telemann na de grote aardbeving bij Lissabon, in 1755, de Donner-Ode: zwavel als de verbindende schakel tussen onweer in de lucht en onweer in de bodem.’

Dat maakte de natuur niet minder vreesaanjagend.

‘Op termijn toch wel. Hoe ontoereikend de verklaringen van onweer en andere natuurverschijnselen ook waren: ze droegen bij aan de waarneming van de natuur als spectaculair decor waarin wijzelf waren opgenomen. De verheerlijking van de natuur culmineerde in de Duitse Romantiek. Kunstenaars, vaak met een natuurkundige achtergrond, verlustigden zich in watervallen, ruïnes, diepe afgronden, hooggebergte en grillige bliksemschichten. Met kanonschoten en kerkorgels werd het natuurgeweld nagebootst. In het Wörlitzer park, bij Dessau, werd een vulkaan van vijf meter hoog gebouwd. Die wordt nog steeds weleens geactiveerd, de laatste keer in 2012.’

De extase van de Romantiek is wel aan u besteed.

‘Ik ben ervan gaan houden. De Romantiek was een uiting van ‘ongenoegen over de normaliteit’. Het was een bevrijdende beweging na de beklemming die de natuur de voorgaande eeuwen had opgeroepen. En de mens liet die natuur ook tot zichzelf toe: de seksualiteit werd met elektrische ontladingen in verband gebracht. En dat was niet uitsluitend metaforisch bedoeld. De convulsieve bewegingen die bij de voortplanting hoorden, duidden op elektriciteit in de mens.’

Onweer. Een kleine cultuurgeschiedenis, 1752-1830. Uitgeverij Vantilt, 29,90 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden