Patrick Laureij in de kleedkamer van dorpshuis Luctor et Emergo.

Interview Patrick Laureij

Zo gaat cabaretier Patrick Laureij met zijn populariteit om

Patrick Laureij in de kleedkamer van dorpshuis Luctor et Emergo. Beeld Ivo van der Bent

De Rotterdamse stand-upcomedian Patrick Laureij (36) belandde drie jaar geleden in een flinke crisis. Hij gebruikte het voor zijn nieuwe show, die jonge fans naar uitverkochte zalen trekt. Gidi Heesakkers keek mee bij try-outs in Huizen, Rilland en Den Bosch. Wat maakt hem zo populair? En, in zijn woorden: ‘Hoe ga je daarmee om?’ 

Mensen bonken stand-upcomedian Patrick Laureij (36) vaak op zijn brede schouders sinds het succes van zijn debuutshow Dekking hoog. ‘Hé Pat, gaat lekker hè?’ In zijn nieuwe voorstelling staat hij op een zeker moment stil bij een gozer die hij laatst in zijn eentje appeltaart met slagroom zag eten op een terras. Zijn conclusie, een typische Patrick Laureij-observatie: pas als je de moed hebt om in je eentje appeltaart met slagroom te eten op een terras, als je het risico durft te nemen dat er een hap appeltaart met slagroom van je vork valt terwijl er net iemand naar je kijkt, dan gaat het pas écht lekker met je.

Het gaat goed met hem, daar niet van. Met zijn ruige en minder ruige verhalen over opgroeien op de straten, nee, de stoep van Rotterdam-Zuid, een heleboel ‘Ja toch’ en zijn eigenzinnige blik op het alledaagse groeide hij in korte tijd uit tot een nieuwe bestseller in de Nederlandse theaters. Eentje bovendien die een jonger en diverser publiek dan gemiddeld aanspreekt. ‘Voor dat publiek was er blijkbaar nog niemand’, zegt vriend, raadgever en Comedytrain-collega Theo Maassen. 

Het zijn de contrasten in zijn karakter die hem een spannende podiumpersoonlijkheid maken, vindt Maassen, contrasten die elkaar ook geregeld in de weg zitten: stoer en kwetsbaar, jongen en man, kickboksen en yoga, grote mond en klein hartje. ‘Sommige mensen zijn op een authentieke manier grappig en Patrick Laureij is er daar één van’, schreef de Volkskrant toen hij zijn lange krullen nog in een staart droeg. Tegenwoordig is de knot zijn handelsmerk.

Laureij werd genomineerd voor de Neerlands Hoop, de VSCD-cabaretprijs voor ‘de meest veelbelovende theatermaker met het grootste toekomstperspectief’. Alle try-outs van zijn tweede show, in het voorjaar van 2018, waren in september 2017 al uitverkocht. Voor de voorstellingen in de grotere zalen die hij tot eind mei aandoet zijn alleen nog kaarten te krijgen in Stadskanaal, Delfzijl en Winterswijk. Op doorverkoopsite Ticketswap zoeken 464 mensen een ticket voor zijn première, vrijdag in het Oude Luxor Theater in Rotterdam, voor de show van de dag ervoor zelfs 840. 

Wat doen die hoge verwachtingen met Patrick Laureij, terwijl zijn show nog in de maak is? Of in zijn eigen woorden, een zinnetje dat veelvuldig terugkomt in zijn shows, met dat iets aangezette Rotterdamse accent van hem: ‘Hoe ga je daarmee om?’

Huizen, 1 november
Na die lange rits try-outs in de lente doorkruist Laureij nu opnieuw het land, van Den Haag naar Heerenveen in 37 optredens, in de Volkswagen Polo van zijn oudere broer Thomas, sinds dit seizoen zijn technicus en chauffeur. 

Dat was altijd al het plan, zegt Patrick, maar het was lang de vraag of het ook daadwerkelijk ging gebeuren. Thomas Laureij (38) werd geopereerd aan de dubbele hernia die hem nog steeds parten speelt. En als je hem nu bezig ziet, zou je het niet denken en zou hij het zelf ook niet denken, maar deze lieve, rustige gast is de broer waar het in Dekking hoog over ging, de wilde broer die een cokehandeltje had.

Patrick Laureij en zijn broer Thomas in de kleedkamer van Dorpshuis Luctor et Emergo. Beeld Ivo van der Bent

Allebei hebben ze een heftige tijd achter de rug. De een kickte af van een jarenlange drank- en harddrugsverslaving en keerde zich af van het bijbehorende wereldje, de ander kreeg in de periode voorafgaand aan zijn eerste voorstelling een burn-out en een depressie en is net gestopt met medicatie. ‘Toen het psychisch niet goed ging met mij, was Thomas de eerste die ik belde’, zegt Patrick. ‘Ik vertrouwde niemand anders.’ 

In een interview in Volkskrant Magazine sprak hij al over het perfectionisme, de bewijsdrang en de onzekerheid die hem in 2015 vloerden. ‘Ik zie nu wat er is gebeurd, waar het vandaan kwam’, zei hij. ‘Het was de angst niet goed genoeg te zijn.’ Nu is het tijd om in het theater te vertellen over wat er sindsdien is veranderd in zijn leven, al komt er in zijn nieuwe voorstelling ook een hoop gekkigheid voorbij die daar helemaal niks of slechts zijdelings iets mee te maken heeft.

Theater De Boerderij, midden in een woonwijk in het Gooische dorp Huizen, is inderdaad een boerderij, met caféstoeltjes en een balkenplafond. Op het podium staan een kruk en een glas water en er ligt een microfoon, verder niets. Terwijl het publiek binnenstroomt, bepaalt het album Kids See Ghosts van rappers Kid Cudi en Kanye West alvast de stemming. ‘Door die muziek te draaien, doorbreek ik die stijve theatersetting alvast een beetje.’

Hij heeft moeite met het systeem van veel theaters, waarbij zogenoemde ‘vrienden van de schouwburg’ betalen om als eersten de seizoensbrochure te krijgen, en voorrang op de officiële voorverkoop, vertelde hij tijdens het eten in een nabijgelegen restaurant.

‘Ik heb het geluk dat ik fans heb die speciaal voor mij naar het theater komen. Daar ben ik dankbaar voor, maar als de helft van de zaal al gereserveerd is door abonnementhouders, blijft er voor die fans niet veel over. En zij melden zich dan weer kwaad bij mij. Een deel gaat anders nooit naar het theater en weet helemaal niet hoe dat systeem werkt joh, dat je er al aan het begin van het seizoen bij moet zijn. Ik laat ze via Facebook en Instagram weten wanneer ik waar te zien ben, meer kan ik niet doen.’

Het lijkt erop dat sociale media een bepalende rol hebben gespeeld in zijn opkomst. ‘Prullenbakkie’, een van de korte fragmenten uit Dekking hoog die hij deelde, is op YouTube meer dan een half miljoen keer bekeken. Kenden mensen hem nog niet uit het theater of Toomler, dan konden ze zijn humor online ontdekken.

Een betere job kan Thomas zich niet wensen, vertelt hij zodra Patrick zich heeft teruggetrokken in zijn kleedkamer. Hiervoor deed hij van alles en nog wat. Zijn laatste baantje was in een steenwolfabriek, maar daar was hij binnen een week weg. Hij raakte er snel van overtuigd dat steenwol ‘de asbest van de toekomst’ is. ‘Weken nadat ik was gestopt, kwam er nog rommel uit mijn neus.’

Fantastisch vindt hij het, dat hij nu met zijn broer op pad kan en het maakproces van dichtbij kan volgen. Hij kreeg een middag les van een technicus in Toomler, daarna was het een kwestie van zelf klooien met licht en geluid. Hoe heet podiumlampen kunnen worden wist hij al wel. Hij grijnst. ‘Van het kweken.’ Eén keer vergat hij de microfoon aan te zetten. Daar voelt hij zich nog steeds schuldig over, ook al weet hij dat zijn broertje dik tevreden is met hem.

Ze zijn allebei zachter en socialer geworden, zegt Thomas, al kan hij alleen voor zichzelf spreken. ‘Als je afkickt, word je iemand anders. Daarna begint het echte werk pas: wie ben je zonder drank en drugs, als je bepaalde types niet meer de stuipen op het lijf hoeft te jagen en je je gewoon normaal moet gedragen?’

Rilland, 16 november
Op het handbeschreven A4’tje vol plaatsnamen dat Patrick in maart fotografeerde voor Instagram, om zijn volgers te laten weten waar hij de komende maanden zoal op afging, zette hij een vraagteken achter Rilland. Rilland? Rilland! In Zeeland, maar een uurtje rijden vanuit  Rotterdam. Hij treedt er op in een dorpshuis dat Luctor et Emergo heet, naar de spreuk uit het wapen van de provincie: ik worstel en kom boven.

Thomas is van tevoren een keer of vier door iemand van het theater gebeld met de vraag of ze wilden mee-eten, echt niet wilden mee-eten, echt écht niet wilden mee-eten. ‘Youp van ’t Hek gaat ook altijd ergens anders naartoe’, weet een vrijwilliger. We gaan naar een visrestaurant in Yerseke, want in Rilland is niets. Oesters, sliptongetjes, bavette voor Thomas, want die houdt niet van vis.

Patrick Laureij eet sliptongetjes in Yerseke. Beeld Ivo van der Bent

Het is niet de druk van al die uitverkochte zalen die hem soms gespannen maakt, zegt Patrick aan tafel, eerder het feit dat zo’n tweede show maken een andere aanpak vergt, een ander tempo. Of zoals Theo Maassen het zegt: ‘Je eerste, daar kun je je hele leven over doen.’ Patrick: ‘In Dekking hoog zat materiaal van tien jaar oud. Ik moet nu productiever zijn, eerder genoegen nemen met dingen. Er is geen tijd meer om elk stukje eerst tien keer te oefenen in Toomler.’

De beste omschrijving van wat hij doet, las hij in het programmaboekje van Lowlands. ‘Met een nonchalante stijl alsof je bij hem aan de bar hangt’, iets in die trant. ‘Aan die stijl wil ik geen concessies doen. Ik probeer het zo natuurlijk mogelijk te houden.’ Zijn besluit om geen regisseur in de arm te nemen, anders dan het gros van zijn collega’s, hangt daarmee samen. ‘Laat mij maar gewoon op mijn manier klooien. Mensen van wie ik advies wil, vraag ik om advies. Theo komt kijken, hij is een soort coach, en een paar mensen van mijn impresariaat.’ 

Voor de première heeft Laureij geen pers uitgenodigd. Recensenten zijn welkom als ze zichzelf uitnodigen, maar hij gaat niet vragen of ze willen komen. Van Dekking hoog begrepen de meesten weinig, zegt hij. Uit veel van hun commentaar, bijvoorbeeld op het ‘abrupte’ einde en de losse rode draad, bleek volgens Laureij dat ze stand-up als genre niet hoog hebben zitten. ‘Ik ben helemaal niet anti-cabaret, maar stand-up is gewoon mijn vorm. Het hoeft van mij niet theatraler.’

De Neerlands Hoop-prijs waarvoor hij was genomineerd, werd gewonnen door Jan Beuving, een cabaretier die een klassiek soort cabaret maakt, met liedjes en conferences. Dat Patricks tweede voorstelling Nederlands hoop heet, heeft daar verder niets te maken, al kun je het gerust zien als een knipoog. Een tentoonstelling van de Amerikaanse fotograaf Bruce Davidson in het Nederlands Fotomuseum, over de American dream, bracht hem op het idee. Wat is nou de Nederlandse vertaling van de American dream, vroeg hij zich af, van het hoge mikken dat lang niet voor iedereen realistisch lijkt? ‘Voor mij is dat Nederlands hoop.’

Hij legt de titel niet expliciet uit in de voorstelling, maar wil wel vertellen wat hij ermee bedoelt. ‘Kijk’, zegt hij, ‘waar ik vandaan kom, Rotterdam-Zuid, vind je over het algemeen niet het type brave jongens dat de meeste mensen zullen bestempelen als ‘de hoop van Nederland’. Ze komen niet voor zo’n titel in aanmerking, omdat ze niet voldoen aan de verwachtingen van anderen, maar ook niet aan de verwachtingen die ze van zichzelf hebben.
Dekking hoog symboliseerde het trotseren van die underdog-positie. Dat gaat niet alleen over hoe anderen naar je kijken, maar ook over het overwinnen van je eigen minderwaardigheidscomplex. In Nederlands hoop neem ik de verantwoordelijkheid om daar zélf iets aan te veranderen. Niemand hoeft mij te zeggen waar ik hoor of wat ik zou moeten doen, het gaat om mijn persoonlijke groei.’

Patrick Laureij in gesprek met de programmeur van Podium Reimerswaal. Beeld Ivo van der Bent

Tijdens de show zit Thomas een paar keer hard te lachen, om grappen die hij al vaak gehoord heeft, aangestoken door het plezier dat door de zaal golft. Hij begreep nooit veel van de high waarover zijn broer het altijd had, de adrenalinekick waarmee hij van het podium stapt. ‘Maar inmiddels heb ik het zelf ook een beetje. Ik leef met hem mee. Soms neem ik zijn voorstelling op en luister ik ’m thuis terug, of ik maak notities. In de auto hebben we het vaak nog over dingen die scherper of duidelijker kunnen.’ 

De grootste twijfel van Patrick zit ’m nog in het gedeelte dat gaat over zijn psychische crisis, het minst grapdichte stuk. Duurt het niet te lang? Is het niet te zwaar? Trekt de zaal dit nog wel? Die twijfels gaan uiteindelijk over het comfort van grappen vertellen, zegt hij. ‘Ik moet nog comfortabeler worden in die andere, serieuzere rol.’

Den Bosch, 28 november
In veel theaters kan het niet anders: om het pand te verlaten, moet Patrick door een foyer vol mensen. Ongemakkelijk vindt hij dat. Het liefst beent hij met zijn gezicht naar de grond in één rechte lijn naar buiten, waar Thomas dan vaak al een peuk staat te roken, maar bij de deur wacht altijd nog wel iemand op een selfie.

Na afloop van een show staat er altijd wel iemand te wachten op een selfie. Beeld Ivo van der Bent

Tweeënhalve week voor de première zijn er extra try-outs bij gekomen. Er moet nog gewerkt worden aan het stuk over zijn depressie. ‘Het alleen maar benoemen is niet genoeg. Ik wil het niet te zwaar maken, maar wel serieus en persoonlijk: wat heeft die periode met mij gedaan, hoe heeft het mijn leven veranderd?’

Niet goed genoeg

In 2016 vertelde Patrick Laureij in een interview in Volkskrant Magazine over zijn eerste voorstelling en de moeilijke periode die aan de première voorafging, met een burn-out en een depressie. ‘In 2013 besloot ik aan cabaretfestival Cameretten mee te doen. Ik wilde verder, ik zocht een uitdaging. Ik won. Toch wilde ik daarna geen voorstelling maken. Ik wilde niet in zo’n suf schouwburgboekje staan met andere cabaretiers. Dat idee had ik continu: ik ben anders dan de anderen, ik moet nóg beter zijn.’

Hij is in ieder geval niet van plan om in de voorstelling te vertellen over het dieptepunt dat hij bereikte. ‘De exacte datum weet ik nog: 27 oktober 2015. Ik ging experimenteren, om het zo maar te zeggen, met manieren om uit het leven te stappen. In het huis van mijn ouders deed ik een riem om mijn nek en dan ging ik bij de trap staan. Verder niks. Het was geen serieuze poging, maar mijn gedachten gingen er de hele tijd naartoe, op een speelse, bijna kinderlijke manier. Die avond zou eigenlijk de eerste echte try-out van Dekking hoog zijn. En de hele dag zat ik alleen maar na te denken: hoe zou ik het doen? Ik heb het verteld aan mijn ouders, ook al schaamde ik me enorm. Ik had al psychische hulp, maar toen was het voor mij wel duidelijk waar het toe zou leiden, mocht er niks veranderen. Er moest iets veranderen.’

Wat heb je nodig om te kunnen opkrabbelen? Het idee dat alles anders kan, zeggen de broers Laureij. Patrick: ‘Voorheen was ‘loslaten’ geen optie voor mij, ik wilde alles wat confronterend was altijd maar aangaan en bestrijden.’
Thomas herkent die neiging: ‘Hij was zo hard voor zichzelf. Daarin is hij 180 graden gedraaid.’

Hij heeft het nu al een hele tijd niet meer gedaan, maar yoga hielp. En reken maar dat hij van tevoren een sterke mening over yoga had. ‘Maar ook dat oordeel heb ik losgelaten. En dan moet je dus concluderen dat je je na afloop van de yogales gewoon heel fijn voelt.’

In de kleedkamer van de Verkadefabriek liggen acht zilveren ringen naast een vel papier met steekwoorden erop. Appeltaart, knot, auto, yoga. Een aantal van de ringen zijn van het label van zijn Rotterdamse vriendin Merrel Westhoff (35), die model en edelsmid is. 

Ze leerden elkaar vorig jaar kennen via Instagram. Ringendrager Patrick vroeg zijn volgers of ze nog leuke sieradenmerken kenden. Hij kreeg haar label getipt, zag de mooie vrouw die het moois maakte en van het een kwam het ander. Sinds kort hebben ze samen een hond, maltipoo Charlie, een kruising tussen een maltezer en een poedel. Of zoals Patrick zegt: ‘Een kruising tussen schattig en extreem schattig.’

Merrel kende hem nog niet als komiek toen ze elkaar ontmoetten, vertelt ze aan de telefoon. Op een van hun eerste dates nam hij haar mee naar Christian Scott, zijn favoriete jazzartiest, in LantarenVenster. In de taxi werd hij meteen herkend door de hyperenthousiaste chauffeur, die na een paar minuten tot vertrek moest worden gemaand. Eh ja, dat was wel een goede voorbode van wat haar als vriendin te wachten stond.

De combinatie van macho en kwetsbaar, die op het podium zo aantrekkelijk is, maakt ook hun relatie leuk, zegt ze. ‘Het harde zit in hem, maar tegenwoordig heeft hij ook de reflex om er meteen op terug te komen wanneer hij uit de bocht is gevlogen.’ 

Dat het nu zo goed met hem gaat, heeft ook met haar te maken, zegt hij. En hij vertelt dat hij het boek 12 Rules for Life van de Canadese psycholoog Jordan Peterson aan het lezen is. ‘Peterson zegt: ‘Life can be meaningful enough to justify its suffering.’ Ik ben lang te gefixeerd geweest op datgene wat mij meaning gaf, namelijk dat wat zich op het podium afspeelde. Maar er is veel meer dan dat. Zonder dat leven naast het podium kan ik geen podiumleven hebben. Dat is een belangrijk inzicht geweest.’

Loslaten dus, ook wat betreft die première. ‘Ik moet niet te veel meer opgaan in perfectionisme, voorzichtig zijn. Als de voorstelling 14 december voor 85 à 90 procent af is, dan is het goed. Ik wil er het beste uithalen, maar mezelf daarin ook de tijd gunnen.’

Cadeautje van het theater in Rilland: een bloemetje en (niet op de foto) een pot Zeeuwse mosselen. Beeld Ivo van der Bent

Na afloop van de show klopt de directeur van de Verkadefabriek aan met een compliment en ongevraagde kritiek. Vooral in de staart van de voorstelling zat de vaart er lekker in, vond hij. Met het deel waarin het kort over #MeToo gaat, had hij wel wat moeite. ‘Ik snapte niet helemaal wat je daarmee wilde zeggen.’ Patrick hoort het met een strak gezicht aan en zegt dan: ‘Ik zit niet echt op je feedback te wachten, man. Daar heb ik mensen voor.’

‘Neem me niet kwalijk’, antwoordt de directeur, zichtbaar een beetje geïntimideerd door de plotselinge directheid. Even later, op de parkeerplaats, komt Patrick terug op het voorval: ‘Sorry dat je daar net bij stond.’ Het kwam er misschien lomp uit, maar hij moest er iets van zeggen. In zijn Louis Vuitton-tas zit een plastic bakje met een Bossche bol to go. Die gaat hij morgenmiddag lekker in zijn eentje opeten.

Première 14/12, Oude Luxor Theater, Rotterdam. Tournee t/m 31/5.

CV Patrick Laureij

1982 Geboren in Rotterdam

2003-2010 Opleiding Media Entertainment en Media Management, InHolland, Rotterdam (niet afgemaakt)

2010 Treedt toe tot stand-upcomedygezelschap Comedytrain

2013 Wint jury- en publieksprijs op Cameretten Festival

2014 Acteert in politieserie Noord Zuid

2016 Debuutprogramma Dekking hoog

2017 Genomineerd voor Neerlands Hoop, de VSCD-cabaretprijs voor de meest veelbelovende theatermaker met het grootste toekomstperspectief

2018 Tweede programma Nederlands hoop

Patrick Laureij woont in Amsterdam. Hij heeft een relatie met Merrel Westhoff.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden