Zo fout als wat

Het Polygoon Journaal in de Tweede Wereldoorlog stond bol van oubolligheid, misinformatie en obsessies voor uniformen. Van de bioscoopfilmpjes is nu een selectie op dvd verschenen, waaruit blijkt dat de oorlog een moeilijke, maar bezielde periode was – volgens Polygoon dan....

Foto's en films hebben het vermogen het verleden te doen herleven. Daarom koesteren we familiefoto's en raken we vertederd door videofilmpjes van toen de kinderen nog baby's waren en opa nog leefde. Daarom roept het ratelen van een filmprojector het gevoel op van À la Recherche du temps perdu: terug naar de jaren van de verduisterde woonkamer en de super-8-smalfilm.

Ook op de onlangs verschenen, vijfdelige dvd-serie Het Polygoon Journaal in de Tweede Wereldoorlog klinkt, tussen de hoofdstukken door, het ratelen van de projector. Het is een subtiele manier om de ouderwetse sfeer op te roepen van de Nederlandse bioscoop ten tijde van de bezetting. Wie vervolgens de filmpjes bekijkt, die in de bioscoop voorafgaand aan de hoofdfilm werden gedraaid, waant zich in de oorlogsjaren.

Knusse jaren waren het, waarin gemeenschapszin en opofferingsgezindheid hoogtij vierden. Jaren waarin de geüniformeerde jeugd spelenderwijs sneuvelbereidheid werd bijgebracht en waarin de hardwerkende arbeiders, aldus de voice over, werden bijgevoerd 'voor weinig geld en, dat is het belangrijkste, zonder bon!' Een tijd waarin Duitsland een muur opwierp tegen het Anglo-Amerikaanse gevaar en het bolsjewistische beest uit het oosten. Een moeilijke, maar bezielde periode – dat is het beeld dat van de bezettingstijd naar voren komt in de Po l y g o o n Jo u r n a a l s , dat in de periode 19401945 dus zo fout was als maar kon.

Onder auspiciën van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie is zes uur materiaal geselecteerd uit de 370 filmpjes die in de oorlogsjaren door het gelijkgeschakelde Polygoon zijn vervaardigd. Het is een bonte mengeling van onbenulligheid, Hollandse oubolligheid, obsessies voor autoriteiten en uniformen, leugens en misinformatie. Fascinerend zijn de filmpjes bijna allemaal, omdat ze ondanks hun propagandistische inslag inkijk geven in het min of meer alledaagse leven in oorlogstijd, en in de taal van die tijd.

De dvd's, elk een oorlogsjaar bestrijkend, zijn onderverdeeld in vaste thema's: cultuur en sport, dagelijks leven, Oostfrontvrijwilligers, collaboratie en de Duitse machthebbers. De filmpjes over het dagelijks leven zijn schrijnend, maar ook vaak hilarisch; die van de machthebbers nogal eens saai, door het hoge repeterende karakter: weer een toespraak, weer rijen houzee-roepende NSB'ers, weer Rijkscommissaris Seyss-Inquart ergens op bezoek, weer NSB-bulderbek Mussert voor een legioen koene Oostfrontstrijders.

In het dagelijks leven kwam het, zoveel wordt wel duidelijk, aan op creativiteit en flexibiliteit. Wie Nederland wilde helpen de moeilijke oorlog door te komen, diende sober te leven, nooit meer groenten te kopen dan strikt noodzakelijk en zich steeds bewust te zijn van de grote besparingsmogelijkheden door het hergebruik van materialen. Zo leert een filmpje dat 'wanneer u een nieuwe grammofoonplaat wenscht, u een oude dient in te leveren'. Intussen is te zien hoe oude, ingeleverde platen in de breekmachine gaan, vergruisd worden in een molen en vervolgens omgesmolten.

De Winterhulp, de door de machthebbers ingestelde armenhulp met de collectebus, verzorgde troosteloze kerstmaaltijden (zo te zien een mengsel van grauwe erwten en papierpulp) voor honderden armen. De Hitlerjugend maakte speelgoed voor de kinderen van soldaten aan het front: een houten auto voor de jongens, en voor de meisjes een pop met blonde vlechten of een ventje met een door Hitler geïnspireerd kaspsel.

In propagandistisch opzicht zijn de Polygoon-films virulent, maar ook nogal knullig. Grote redenaars waren het niet, de partijbonzen die in Nederland de geesten rijp moesten maken voor het nazisme en wier toespraken voor NSB'ers, Oostfrontsoldaten en Germaanse SS'ers trouwhartig in de bioscopen werden vertoond. Een redenaar op vlakke toon tegen Oostfrontstrijders: 'Er moet iets gedáán worden tegen de bolsjewieke horden.' En Seyss-Inquart, die bij de oprichting van de Cultuurkamer zijn opperbaas Hitler plechtig maar raadselachtig citeert: 'Geen volk leeft langer dan de documenten van zijn cultuur.'

Opvallend weinig klinken er anti-joodse leuzen – blijkbaar kozen de nazi's in Nederland voor het verzwijgen van de joden, en werd het niet nodig geacht een excuus te verzinnen voor hun deportatie. Eén keer wordt gerept van 'de noden en het onheil door de joden over ons gebracht', tegen wie 'wij moeten strijden tot zij vernietigd zijn'. En op de tentoonstelling Vo e -ding in deze tijd hangt een affiche met de tekst: 'Joden en plutocraten hebben geen hart.'

Des te meer aandacht is er voor het rode gevaar en het Anglo-Amerikaanse kapitalisme. Gespeend van alle geestdrift is het koortje van zware mannenstemmen dat op het ritme van een doodsklok de Hollandse jongens tracht te winnen voor de strijd. Sonoor klinkt het: 'Ne-der-land te wa-pen. Op tegen het bolsjewistische gevaar. Meld -U -Aan.'

Begrafenissen van nazibonzen, door het verzet omgebracht ('door moordenaarshand als soldaat voor het land gevallen'), worden begeleid door stemmige muziek, maar overigens zonder enige dramatiek. De camera blijft ver weg van elke emotie. Ook op andere momenten is het camerawerk steriel, en soms niet best; het effect van menig Hitlergroet wordt tenietgedaan doordat de hand buiten het kader valt.

Dat het in propagandistische zin anders kon, blijkt bij het filmverslag van het vergissingsbombardement van Nijmegen. Dergelijke tragische bombardementen werden door de Duitsers consequent uitgelegd als moedwillige moordpartijen op onschuldige burgers. In Nijmegen werden Duitse filmers ingezet om het drama vast te leggen. Dat hebben ze met onmiskenbaar talent gedaan. De vlammen gieren door de straten, hoog steekt het kadaver van een getroffen kerk boven een landschap van rook en ruïnes uit. Vol drama zijn de beelden van 'door Anglo-Amerikanan gedode burgers, aan de aarde toevertrouwd'. Bij het laatste shot zoomt de camera in op een graflint: 'Emieltje, Tot Ziens'.

In september 1944 hield het Po -lygoon Journaal op te bestaan – althans voor de duur van de oorlog. De Duitse Wochenschau nam het bioscoopjournaal over, de Nederlanders moesten het voortaan doen met Duitse films over het verloop van de oorlog. Veel professioneler, uit propagandistisch oogpunt vermoedelijk effectiever, maar hoe dan ook vergeefs.

Het verslag van D-Day meldt: 'Iedere meter terreinwinst kost de Anglo-Amerikanen stromen bloed.' Duitse tanks rollen (van rechts naar links in beeld, wat gevoelsmatig mooi klopt) machtig en imposant in de richting van de geallieerde indringers. Luchtlandingstroepen worden 'in de pan gehakt of gevangengenomen'. Maar een jaartje later lag de droom van het Duizendjarig Rijk finaal in duigen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden