Interview Jaap van Zweden

Zo bereidt dirigent Jaap van Zweden zich voor op de Zevende van Mahler: ‘Als je de power kunt reguleren, ben je al een heel eind.’

Gustav Mahlers Zevende symfonie is befaamd weerbarstig. Hoe pakt dirigent Jaap van Zweden die aan? ‘Ik moet mezelf temperen. Niet te wild.’

Op de eettafel van Jaap van Zweden, in zijn tijdelijke appartement in Amsterdam (de oplevering van zijn nieuwe huis wordt maar uitgesteld), ligt een grote stapel partituren. ‘Dit is mijn werk voor de komende drie maanden’, zegt de dirigent. De partituur van de Zevende symfonie van Gustav Mahler (1860-1911) ligt opengeslagen op pagina 45. Er staan met pen gemaakte aantekeningen bij in blauw, zwart en rood. Op andere bladzijden is ook groen te zien.

In het blauw, bij sectie 39: ‘Stilstand!!’

En op de volgende pagina, vijf maten voor nummer 40: ‘DE HEMEL gaat even open. Harpen altijd met HEMEL!!’

Woensdag, donderdag en vrijdag dirigeert Van Zweden het stuk bij het Concertgebouworkest. Hoe studeert hij, hoe bereidt hij zich voor? Kortom: wat doet een dirigent nou eigenlijk als hij niet voor het orkest staat?

Lezen dus, met een pen in de aanslag. En zo nu en dan eens de armen bewegen.

‘Deze Mahler heb ik twee maanden geleden weer geopend’, zegt hij. ‘Ik ben dit stuk nu al eigenlijk niet meer aan het studeren; ik ben nu bezig met The Wound-Dresser van John Adams, die doe ik op 21 maart in New York, en Erwartung van Arnold Schönberg. Het is normaal voor mij om vooruit te werken en meerdere stukken door elkaar te studeren. Ik ben er zo’n zes, zeven uur per dag mee bezig. Volgend jaar heb ik twaalf of dertien premières, dat is pittig.

‘Aan opera’s van Richard Wagner begin ik nog langer van tevoren, een half jaar, daar moet ik heel hard aan werken. Het lastige van zo’n Wagner is: je kunt moeilijk andere muziek tussendoor doen, daar word je krankzinnig van, je wordt helemaal opgezogen in die wereld. Je neemt een kop thee en dan gaat die muziek weer werken in je hoofd en krijg je een idee. Wagner is zo intens, dat gaat door in je slaap. Voor Mahler geldt dat ook wel.’

Soms staan er cijfers boven de notenbalken: meestal een 4 of een 2, een reminder om te zorgen dat hij zijn slag in vier of twee tellen opdeelt. Vaak is de naam van een instrument opgeschreven, zodat hij weer weet: daar moet ik een inzet aangeven, even oogcontact maken.

Amsterdam, 2 maart 2019. Jaap van Zweden vertelt over Mahler 7. Beeld Els Zweerink

‘Ik begin altijd gewoon vooraan. En dan ga ik periodiseren, zoals dat heet: je kijkt naar wat bij elkaar hoort, waar de muzikale zinnen worden afgerond, naar waar het hoogte- en dieptepunt van het stuk zit. En dan ga je aantekeningen maken. Voor mij gaat de muziek pas echt leven als ik in de partituur schrijf, dat is een investering. Ik heb verder geen systeem: die verschillende kleuren staan niet voor bepaalde dingen. Als ik het stuk opnieuw studeer voor een nieuwe uitvoering, gebruik ik een nieuw kleurtje.’

Voor Van Zweden is het studeren van de Zevende anders dan voor veel dirigenten. Hij voerde het stuk uit als concertmeester (de soloviolist en belangrijkste vertegenwoordiger van het orkest).

‘Ik heb een voorsprong, ja. Die vioollijn zit diep in mijn achterhoofd. Ik heb deze symfonie als violist geloof ik negen keer gespeeld. Sterker nog, ook op mijn eerste grote Amerikaanse tournee. Ik vond de Zevende eerst ondoorgrondelijk, ik verdiepte me toen nog nauwelijks in de componist. Maar er is toen een zaadje geplant. En nu sla ik die partituur open en…’ – hij klakt met zijn tong – ‘…daar groeit ineens een bloem.’

Toch blijft het een weerbarstig stuk, zegt hij. ‘De lastigste Mahler voor zowel het orkest, de dirigent en het publiek. Waarom? Alles speelt zich af in de schemering, alsof er een deken over het orkest ligt. Het is anders opgebouwd, in vijf delen, er zitten wat vreemde instrumenten in: een gitaar en een mandoline. En in deel twee en vier staat Nachtmusik. Daarom is het zo belangrijk om de story te weten achter deze symfonie.’

Van Zweden interpreteert de symfonie aan de hand van Mahlers levensloop. De componist voltooide het stuk in 1905, maakte de orkestratie af in 1906 en sleutelde nog veel aan de partituur. Zijn huwelijk met Alma Schindler verliep niet soepel, zeker niet nadat ze (na de voltooiing van de Zevende, overigens) een affaire begon met de  Walter Gropius, de latere Bauhaus-architect.

‘Mahler vroeg zich altijd af of Alma wel echt van hem hield. Dat hoor ik hier overal in terug. Hij schreef bijna nooit iets zomaar. De hele symfonie zit tussen droom en werkelijkheid in. In de houtblazers hoor je de natuur, maar ook zijn eigen achtergrond, het Joodse, de klezmer. De strijkers staan voor de vertroosting. De harp heeft het religieuze, het koper voor het militaristische, de innerlijke strijd.

‘Het begin is zeer dromerig, met die strijkers… Pam… Dadadam… En dan komt ineens die tenorhoorn erbij. Dat is een soort wake-upcall. Zo van: wakker worden nou. Dan bloeit die lijn op, maar hij komt steeds niet echt tot wasdom. Het is een innerlijke belevenis van hem. De tweede Nachtmusik begint met die vioolsolo: daarin roept Mahler zijn vrouw op, het is de lokroep van Alma.

Amsterdam, 2 maart 2019. Jaap van Zweden vertelt over Mahler 7. Beeld Els Zweerink

‘En dat laatste deel hè, daarin gaan alle remmen los. Dat is celebration, muzikaal gezien een ode aan Wagner. De zon begint eindelijk te schijnen. Maar wat doet-ie bij het laatste akkoord? Dan laat hij het orkest fortissimo spelen, dan weer wegsterven en dan ineens is er toch nog een enorme klap. Alsof ’ie er toch aan twijfelt of Alma werkelijk van hem houdt – een vraagteken.’

Wat is de grootste uitdaging bij het dirigeren van deze symfonie? ‘Dit stuk kan gauw verbrokkelen, uitmonden in een eruptie van loudness. Mahler schrijft heel vaak tripelforte (kneiterhard, red.), terwijl je ook die schemer erin moet houden. Je moet als dirigent opletten dat musici elkaar niet overspelen. Als je die power kunt reguleren, ben je al een heel eind. Ik hoef niet zozeer het orkest te temperen, maar vooral mezelf. Niet te wild dirigeren.’

Het wordt zijn vierde serie uitvoeringen van de Zevende als dirigent. ‘We hebben twee dagen repetities met het orkest. Voor zo’n stuk is dat weinig. Maar zij spelen het al sinds 1909, dat scheelt. Met die lijn van de eerste violen ben ik al lang niet meer bezig. Waar ik me nu voor interesseer is: wordt er door het orkest op het juiste moment ademgehaald?’

Jaap van Zweden dirigeert het Concertgebouworkest in Mahlers Zevende symfonie. 6/3 t/m 8/3, Concertgebouw, Amsterdam

Alle ogen op Van Zweden

Deze week kijkt heel klassiekemuziekminnend Nederland naar Jaap van Zweden. Bij het Concertgebouworkest is de positie van chef-dirigent vrij sinds het ontslag van Daniele Gatti in augustus. Van Zweden is de enige Nederlandse maestro uit het topsegment die beschikbaar is (ex-chef Haitink is net 90 geworden) en hij heeft een verleden bij het orkest als concertmeester. Bovendien zei hij in september tegen de Volkskrant dat hij ervoor open staat om zijn baan als music director van het New York Philharmonic met een dirigentschap in Amsterdam te combineren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.