'Zingen is alles eruit gooien, ik word betaald voor therapie'

Interview..

amsterdam Toen Stephen Bruton, Texaans meestergitarist, aan kanker bleek te lijden, besloten wat muzikale vrienden hem tussen chemokuren door af te leiden door lekker wat met hem te rommelen in de studio. ‘Some easy ones for Stephen to pick’, zegt de initiatiefnemer, zanger en gitarist Geoff Muldaur. Een cd maken was oorspronkelijk niet de bedoeling, maar de magie tijdens de opnamen was zo sterk dat die nu toch is uitgebracht.

De groep, met virtuozen op onder meer fiddle, banjo en dobro, noemde zich The Texas Sheiks, naar bands uit de jaren ’20, toen het een rage was je te vernoemen naar een beroemde rol van Rudolph Valentino. Het repertoire stamt ook uit die tijd: oerblues, folk, oude jazz, Western Swing, vaak van obscure ‘string bands’ als Buddy Woods & the Wampus Cats. Zondagmiddag voert Muldaur er in Paradiso een deel van uit, samen met Jim Kweskin, eveneens zang en gitaar.

Dat is passend, want Muldaur (66) begon zijn carrière in 1963 bij de Jim Kweskin Jug Band, zo genoemd omdat de baslijnen werden geproduceerd door in een kruik te blazen. De groep en het materiaal dat ze speelden (uit ‘The old, weird America’, zoals criticus Greil Marcus het noemde), werden erg populair. ‘Janis Joplin stond in ons voorprogramma’, herinnert Muldaur zich. ‘Carly Simon ook. Linda Ronstadt. Goed, ze waren toen nog erg jong.’

Ene Jerry Garcia hoorde hen en richtte Mother McCree’s Uptown Jug Champions op, waaruit The Grateful Dead zou ontstaan.

Geoff Muldaur komt uit Pelham, een stadje in de staat New York, luisterde al sinds z’n vijfde naar de jazzplaten van z’n broer, en ontdekte zo indirect de oudste oorspronkelijk Amerikaanse muziek. ‘Op een jazzcompilatie kwam je bijvoorbeeld opeens Vera Hall tegen, met The Wild Ox Moan. Of een nummer van Leadbelly. Het sprak me meteen aan, niet alleen omdat het zo mooi was, maar ook omdat het zo vreemd klonk. Die muziek hoorde je niet bij mij op de straathoek. En omdat ik me ongelukkig voelde in m’n jeugd, wilde ik altijd weg van waar ik was. Dit was een ontsnapping.’

Uiteindelijk ontsnapte hij echt, naar Cambridge, Massachusetts, een van de plaatsen waar de folkrevival had toegeslagen. Daar begon hij de Jug Band met Kweskin, zijn latere vrouw Maria, en anderen, zoals de revolutionaire en invloedrijke banjospeler Bill Keith. ‘Zo makkelijk is die muziek ook eigenlijk niet’, aldus Muldaur. ‘We werkten ons kapot om het goed te krijgen.’ Na vijf jaar viel de groep uit elkaar, en hij begon een solocarrière die, met onderbrekingen, tot op de dag van vandaag duurt.

Daarin valt vooral zijn arrangeerkunst op. ‘Ik ben geen super picker, maar laat de gitaar klinken als een klein orkest. Ik zoek ook nooit uit wat andere mensen doen, het gaat mij om wat ze bedoelen. Theorie zegt me weinig – hoe dingen heten.’ Toch heeft hij verscheidene Emmy Awards gewonnen voor zijn soundtracks, en gebruikte B.B. King zijn blazersarrangementen. Bovendien is hij nog altijd een uiterst authentiek en aangrijpend zanger. ‘Zingen is alles eruit gooien. Ik wil altijd tegen het publiek zeggen: Thanks for paying for my therapy’.

Stephen Bruton overleed op 9 mei 2009. De met hem opgenomen cd bevat echter veel opbeurends: pikante liedjes, komische nummers als Under the Chicken Tree, en bluessongs over drank. ‘We wilden even van onderwerp veranderen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden