Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en kijk niet over je schouder of je meisje wel volgt

De mythe van Orpheus is een onuitputtelijke bron van inspiratie voor kunstenaars. De zanger, dichter en halfgod ging de onderwereld in om al zingend zijn door een adder gedode geliefde Eurydice terug te halen. Er was één voorwaarde voor Eurydices terugkeer: ­Orpheus mocht niet naar haar achteromkijken. Hij deed het toch, waarna Eurydice opnieuw in de onderwereld verdween. Het verhaal keert deze maand maar liefst drie keer terug op Nederlandse podia. In een Italiaanse opera, in een theatervoorstelling van karton en in Frans muziektheater. De drie makers vertellen over hun fascinatie voor Orpheus, ook bekend als Orfeo.

Steef de Jong Beeld rv - wel fotograaf VERMELDEN
Samuel Achache en Jeanne Candel Beeld rv - wel fotograaf VERMELDEN
In het spiegeltjespak: Juan Francisco Gatell als Orfeo Beeld rv - wel fotograaf VERMELDEN

Steef de Jong: Orfeo – een drama van karton

‘Mijn belangstelling voor de mythe van Orfeo begon eigenlijk vanuit mijn fascinatie voor het genre opera en operette. Het bijzondere is dat Orfeo zowel onderwerp van de eerste opera als de eerste operette was. Ik ben me toen in hem gaan verdiepen, want het verhaal van dat omkijken naar die geliefde, dat kende ik wel. In Metamorfosen van Ovidius en bij Vergilius, die al eerder over hem schreef, las ik dat hij aan het eind van zijn leven werd onthoofd. Zijn hoofd werd in zee gegooid, maar toch bleef hij zingen. Ik vond dat een mooi beeld: na de dood leven de schoonheid en de kunst voort, ze zijn niet kapot te krijgen.

‘Die metamorfose heb ik in mijn voorstelling willen uitdiepen. Ik heb dit verhaal gebruikt om te vertellen hoe met de dood om te gaan, hoe een groot verdriet te verwerken, dat er na het verdriet toch iets moois kan overblijven. In mijn vorige productie, Steef’s operette uurtje maakte ik van Orfeo een parodie, in Een drama van karton is het ernst. Orfeo is in wezen een halfgod die met zijn muziek alles zou kunnen bereiken, zelfs een dode tot leven wekken. Ja, dat verdriet zit ook wel een beetje in mij en in het theater kan ik daar vorm aan geven.’

Pierre Audi: La Morte d’Orfeo, een opera van Stefano Landi

‘Monteverdi laat in zijn veel bekendere opera Orfeo achter in de onderwereld, maar Stefano Landi gaat in La Morte d’Orfeo verder. In Landi’s opera (tot gisteren te zien in Amsterdam, red.) zien we Orfeo als een soort Don Giovanni die worstelt met zijn apollinische en zijn dionysische kant – dus tussen de verheven schoonheid en de liederlijkheid. Orfeo haat vrouwen, maar kan ook niet zonder ze. Aan het eind van zijn leven nemen ze wraak en scheuren ze hem aan stukken. Voor de tweede keer komt hij terug in de onderwereld en voor de tweede keer wil hij Euridyce terughalen. Eigenlijk is hij een tragische figuur: hij is een ster die wordt geadoreerd en veracht.

‘Landi woonde in Rome en schreef zijn opera in opdracht van de paus. Het is dan ook een katholieke visie op de Orpheus-mythe. Je zou zelfs kunnen stellen dat zijn Orfeo te vergelijken is met Jezus Christus: het zijn allebei mannen die werden bewonderd en verguisd. In die zin is La morte d’Orfeo een soort passieverhaal. In mijn enscenering haal ik de actualiteit niet bewust binnen, maar in deze productie zou je toch ook een commentaar op de #MeToo-discussie kunnen zien, waarin de woedende vrouwen uiteindelijk het heft in handen nemen. Deze opera is hoe dan ook een rariteit, die bijna nooit is opgevoerd. Juist daarom wilde ik deze voorstelling maken, als mijn laatste regie bij De Nationale Opera, waar ik dertig jaar geleden met de Orfeo van Monteverdi ben begonnen.’

Samuel Achache: Orfeo – je suis mort en Arcadie

‘Wij hebben niet zozeer voor het verhaal van Orfeo gekozen, als wel voor de muziek van Monteverdi die in 1607 zijn opera L’Orfeo componeerde. Ons gezelschap bestaat uit acteurs en muzikanten die voornamelijk jazz spelen, maar zich nu dus op Monteverdi hebben gestort. Ze herscheppen de barokmuziek als het ware. Onze muzikanten spelen rollen, onze acteurs maken muziek en samen kantelen we dat hele verhaal nogal brutaal om.

‘Aan de hand van Orfeo gaat onze voorstelling vooral over de liefde, maar dan niet de liefde als een statische staat van zijn, maar als iets dat voortdurend in beweging is. Daarom ook hebben we Symposium van Plato bestudeerd, en dan vooral het deel dat over de liefde gaat. Het idee van liefde als een allesverzengende emotie die stilstaat, vervangen wij door een vorm van liefde die voortdurend in actie is. Van hevig verliefd naar grote twijfels en teleurstelling.

‘Verder gebruiken we grote delen van het libretto van de Monteverdi-opera, maar voegen daaraan ook eigen scènes toe. Zo laten wij de baas van de Hades en zijn hellehond als een oud echtpaar discussiëren over zin en onzin van de dood. Zij komen dan tot de conclusie dat doodzijn een andere vorm van leven is. Dat klinkt redelijk optimistisch, toch?’

Orfeo – je suis mort en Arcadie door Stadsschouwburg Amsterdam op 27/3.

Orfeo – een drama van karton van Steef de Jong/Groots en Meeslepend. Tournee t/m 12/5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden