Zinderende intensiteit

Het leven van Karl Ove Knausgård wordt beheerst door zijn allang overleden dominante, kille vader. De enige manier om zich van hem te bevrijden, is door in manisch tempo te schrijven. 'Vrouw', het laatste deel van zijn serie 'Mijn strijd', is essayistischer dan ooit.

Beeld David Sandison / eyevine

Toen ik aan mijn eerste Knausgård begon, waren al vier van de zes delen Mijn strijd in het Nederlands verschenen. Bijna al mijn vrienden hadden ze gelezen en praatten erover. Ik wist daarom dat je een Knausgård niet gewoon kon lezen. Dat wanneer je eraan begon, je je alleen maar kon onderdompelen.

Mijn strijd beslaat duizenden zowel volkse als verheven pagina's, waarin Karl Ove Knausgård zijn leven nietsontziend en tot in de haarvaten beschrijft onder de noemer 'roman'. Van het dagelijkse supermarktbezoek tot aan een fantastische analyse van honderd pagina's van één gedicht van Paul Celan. En altijd weer die 'golven van angst en schaamte', de kleine vernederingen die hem in hun greep houden. Het leven van de schrijver wordt bepaald door zijn allang overleden vader. Een dominante, kille man, die sterft aan alcoholisme. Alleen schrijven kan Knausgård bevrijden en dat doet hij dan ook, in manisch tempo. Het laatste en zesde deel, Vrouw, verschijnt nu in het Nederlands en overtreft in dikte alle vorige delen: 1.200 pagina's.

Knausgard-verslaving

Met alle roem en vijfsterrenrecensies was te verwachten dat ik aanvankelijk een beetje teleurgesteld was toen ik het eerste deel van Mijn strijd las. De auteur besteedt ruim zeventig pagina's aan een oud-en-nieuwviering als 14-jarige, als hij bier naar een feestje probeert te vervoeren en ik begreep niet waar zijn strijd nou over ging, behalve over hormonen.

Het begin van mijn Knausgård-verslaving is echter exact te lokaliseren, want in mijn beduimelde exemplaar heb ik vanaf bladzijde 196 bijna elke pagina volledig onderstreept in slordige halen. 'Schrijven houdt in wat bestaat uit de schaduw te halen van wat we weten', is het eerste wat ik heb onderstreept.

Het is alsof zijn pen een lampje is dat steeds een schemerig hoekje van het leven belicht en hoewel de auteur wel degelijk nadenkt over een opbouw en structuur, voelt het toch vrij willekeurig: of hij nu de glinsterende natte straten van Bergen beschrijft, of het Zweedse gelijkheidsideaal bekritiseert, hij beschijnt het met evenveel aandacht. Soms schudt de lamp van opwinding over zo veel schoonheid, soms laat hij haar bijna zakken van ellende, maar het is steeds dezelfde lamp.

Uitersten

Knausgård lezen, gaat niet om de sensatie van een spotlight, daarvoor vind ik de gebeurtenissen te weinig shockerend. De morele verontwaardiging en woede over zijn openheid, die Knausgård in Scandinavië heeft opgewekt, komt wat belegen over. Alsof we niet allang gewend zijn aan volledig openbare levens.

Natuurlijk, Knausgård houdt niets van zichzelf en zijn familie achter en dat geeft zijn boeken een grote lading; ze trillen van leven. Maar het belang van zijn project zit vooral in de onthiërarchisering van de aandacht. Knausgård belicht het totale spectrum van het leven; van de schoonheid (Paul Celan) tot aan het onooglijke (de schaamte, de ruzies met zijn vrouw). Van het louter geestelijke tot aan het materiële. Beide polen krijgen evenveel ruimte, ze zijn even betekenisvol.

Beeld .

Bonkiger

In Vrouw zijn beide uitersten nog sterker aanwezig dan in de eerdere delen. Knausgård beschrijft de periode vlak voor het uitkomen van het eerste deel (Vader), de verschrikkelijke woede van zijn oom daarover, tot aan het voltooien van deel zes; als zijn vrouw Linda net een manisch-depressieve periode achter de rug heeft.

Enerzijds lijken de scènes in de supermarkt gedetailleerder dan ooit ('Ik stak mijn pas in de pinautomaat, tikte mijn pin in, die geen 0000 meer was, maar bijna net zo gemakkelijk te onthouden aangezien hij uit de vier getallen rechtsboven bestond, 2536 dus', et cetera). Maar het is anderzijds essayistischer dan alle voorgaande delen. Met lange, vaak indrukwekkende passages over kunst en literatuur ,waarin het ik van de schrijver volledig afwezig is. Alsof hij zich dankzij literatuur kan onttrekken aan het leven en daar verlangt hij dan ook naar.

Het boek leest bonkiger dan de eerdere delen; het middelste deel is een wat schools getoonzet essay van honderden pagina's over Hitler en Breivik, door wie Knausgård volledig is geobsedeerd vanuit zijn diepe angst een slecht mens te zijn. Soms is het boek wat warrig, omdat het vaak springt in de tijd tussen het verschijnen van Vader en het voltooien van Vrouw.

Maar aan het slot, over de ziekte van Linda, is daar weer die zinderende intensiteit die het lezen van Mijn strijd zo koortsachtig maakt. Sinds ik het boek dichtsloeg, bekijk ik de wereld anders: in hd. Ik zie meer. Niet alleen de druppels aan een kopje koffie, maar ook de sociale krachten die ons leven sturen. Dankzij Knausgård zijn de schaduwen korter geworden.

Karl Ove Knausgård is deze week gasthoofdredacteur van het Volkskrant Magazine.

Verkoopsucces

De Mijn strijd-boeken zijn wereldwijd een onwaarschijnlijk succes. De reeks is in 22 talen vertaald of onderweg. In Noorwegen alleen al, een land met drie miljoen inwoners, verkocht Knausgård bijna een half miljoen exemplaren. De Nederlandse uitgeverij De Geus verkocht tot nu toe ruim 150.000 stuks, voor een kleine uitgeverij een aardig verkoopsucces.

In Vrouw vraagt een journalist aan Knausgård wat hij met al het geld heeft gedaan. 'Ik heb een wasmachine, een droogtrommel, een vaatwasser en een tv gekocht', is zijn repliek.

Beeld x
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.