‘ZIJN ZIEL IS VERHARD’

Een gewelddadige machtswellusteling – zo is Richard III in de regie van de Duitse Duitse Andreas Kriegenburger voor Ro Theater....

Gehandicapt, zo voelt hij zich. Die taal, hij verstaat niks van dat Nederlands. Als Duitse regisseur werkt hij nu voor het eerst in het buitenland en het valt hem niet mee. Al dwingt het hem wel om zich nog meer te concentreren en dat is natuurlijk prima. Hij luistert ook meer naar de muziek van Shakespeares taal. Maar nauwkeurig werken op de tekst, op elk woord, zoals hij altijd gewend was, dat is er niet bij. Meestal werkt hij met verschillende ritmes, maar nu kan hij niet precies bepalen welk woord op welk ritme wordt gezegd. Daartoe krijgt hij hulp van een spraakleraar. Die bemiddelt.

Andreas Kriegenburg (42), in Duitsland een succesvol regisseur, maakt een voorstelling bij het Rotterdamse Ro Theater: Richard III, met Nederlandse acteurs. Als Oberspielleiter aan het Hamburgse Thalia Theater kwam hij in contact met Alize Zandwijk, de nieuwe artistiek leider van het Ro, die daar regelmatig regisseert. Een uitwisseling kon niet uitblijven. ‘Ik waardeer het werk van Alize zeer. Er is een grote gemeenschappelijke interesse, we hebben veel dezelfde stukken gedaan. Alleen onze manier van vertellen is anders. Zij laat een veel grotere chaos toe op het toneel, dat zou ik niet kunnen verdragen.’

Kriegenburg begon in het theater als timmerman. Via de techniek werd hij assistent-regisseur en op zijn twintigste regisseerde hij zijn eerste voorstelling. ‘Ik had toen de keus om het vak in de praktijk te leren of naar een Academie te gaan. Ik heb gekozen voor het eerste en heb nooit spijt gehad.’ Vanuit Oost-Duitsland waar hij opgroeide, ging hij naar Berlijn om te regisseren bij Frank Castorf aan de Volksbühne. Hij bleef er vijf jaar. ‘Berlijn is snel, kunstenaars reageren op de markt, zeker in het theater. En voor je het weet, ben je alleen maar bezig met het publiek te geven wat het wil zien.’

Hij koos daarna bewust voor een kleine stad, Hannover, om weer te ontdekken wat hij zelf wilde. ‘Daar heb ik veel persoonlijker voorstellingen gemaakt, waarin ik mijn eigen bekommernissen kon leggen. En dat is sindsdien niet meer verdwenen. Nu moet ik hoogstens oppassen dat ik aan mijn eigen routine ontkom. En daar is dit avontuur heel goed voor. Nieuwe acteurs dagen je uit. Zeker acteurs die een andere taal spreken en een andere stijl van spelen hebben.’

Vormvast, zo zou je zijn stijl kunnen noemen, muzikaal, als een choreograaf. ‘Ik wil op het toneel een ruimte creëren, een sfeer waarin de tekst optimaal kan werken. De eerste weken van het repetitieproces zet ik elke scène heel strak en gestructureerd neer. Wat tekst, vormgeving, ritme en enscenering betreft. Dat is lastig voor acteurs, ze hebben dan geen enkele vrijheid. Daarna kunnen ze dingen gaan ontdekken, dan laat ik ze hun gang gaan.’ Hij vergelijkt een nieuwe voorstelling met een nieuw huis. ‘Ik stuur mijn spelers niet graag een lege kamer in. Die meubileer ik, ik zet stoelen en tafels neer, en zeg dan: kijk maar wat je ermee doet. Ik ben geen regisseur die acteurs laat improviseren. Ik kan er niet tegen als ze niet weten wat ze moeten doen.’

Dat is te zien tijdens de repetitie van Richard III. Binnen een strakke enscenering daagt hij zijn spelers uit om nieuwe dingen te proberen. Lang zit hij muisstil te kijken. En ineens, bij een emotionele scène, interrumpeert hij en probeert de hoofdrolspeler aan te zetten om nog meer uit zijn dak te gaan. De regisseur schreeuwt, schudt met zijn hoofd en de acteur probeert dat ook. Nog eens en nog eens. Tot de speler zo in de bewegingen en de emoties opgaat dat je er kippenvel van krijgt.

Is er een groot verschil tussen Duitse en Nederlandse acteurs? ‘Duitsers zijn technisch doorkneder. Ze letten meer op de vorm, spelen artificiëler, daar zijn ze slimmer in. Nederlanders zijn naïever, maar ook veel opener, minder bang en minder ijdel. Daardoor kan ik met deze acteurs veel makkelijker tot emoties komen, bij Duitsers zit hun beheersing hen daarbij vaak in de weg.’

Voor Kriegenburg is het de eerste keer dat hij deze Shakespeare ensceneert. Hij koos het stuk min of meer bij toeval. In Hamburg zag hij Meiskes en Jongens van Alize Zandwijk. Meteen was hij gefascineerd door Rogier Philipoom, een jonge acteur die tot nu toe voornamelijk zijn komische talent liet zien. Die moet Richard III spelen, dacht hij meteen. Philipoom was verbaasd, tenslotte is hij pas achtentwintig. Maar de combinatie van zijn luchtigheid en deze boosaardige rol maakt al tijdens de repetitie indruk.

‘Richard ervaart geen lijden of medelijden, zijn ziel is verhard. Daardoor krijgt het kwaad bij hem alle ruimte. Maar hij is ook vrolijk. Hij doet hem plezier als hij mensen kwaad doet, hij speelt ermee. Het genot dat hij beleeft aan het uitoefenen van macht over anderen, is bijna erotisch. Hij is ook een van de eenzaamste figuren uit de literatuur.’ Als hij alleen in zijn bed kruipt, zijn lamme hand en slepende been zorgvuldig neerleggend, krijg je ook met hem te doen. Terwijl hij iedereen openlijk manipuleert. De anderen laten zich grif door hem gebruiken. Uit pure angst. Om hem heen heeft hij niets dan bange, eenzame mensen.

Kriegenburg laat die andere personages door wisselende acteurs spelen, onder meer Katalijne Damen en Herman Gilis. Met zijn zevenen spelen ze negenenveertig personages. ‘Het gaat om Richard, hij is de enige die constant door dezelfde acteur wordt gespeeld. Ik wilde vooral tonen hoe verraderlijk en gewelddadig hij is in die persoonlijke contacten. Ik ben niet zo geïnteresseerd in het politieke geharrewar tussen al die personages. Je houdt ze bovendien nauwelijks uit elkaar. Daarom wordt de naam van elk personage telkens geprojecteerd op de muur. Ze bevinden zich met z’n allen in een vreemde, desolate wereld.’

Dat wordt benadrukt door het fraaie decor: een vervallen ruimte, bijna surreëel, als in een droom. ‘Het is jarenlang oorlog geweest, dit is misschien de enige kamer die nog overeind staat. In het stuk zit een grote link met de huidige tijd.

‘Structuren die we allemaal als zeker beschouwden, tolerantie, solidariteit, respect voor elkaar, politieke stabiliteit, vallen op het ogenblik voor een groot deel weg. Dan ontstaat er vaak een gevaarlijke roep om autoriteit, om een sterke man. Men is bereid daarvoor een hoop waarden op te geven. We hebben dat in het verleden vaker gezien. In dit stuk is dat ook zo. Ik hou niet van een letterlijke actualisering, Richard als een soort Hitler, dat is me te plat. Maar ik hoop dat ik die link desondanks voelbaar kan maken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden