VAN NIEUWKERKVOLGENS ONZE TV-RECENSENTEN

Zijn taal, zijn leg-het-mij-eens-uit-houding, zijn odes: typisch Matthijs van Nieuwkerk

Van Nieuwkerk tijdens de eindejaarsuitzending van De wereld draait door in 2009.Beeld ANP Kippa

Woensdagochtend maakte Matthijs van Nieuwkerk zijn vertrek bekend als presentator van De wereld draait door. Hij presenteerde het programma vijftien jaar. Huidige en voormalige tv-critici van de Volkskrant over het Matthijs van Nieuwkerk-instrumentarium dat DWDD zo tekende.

Zijn taal

Aan tafel zit Matthijs van Nieuwkerk – welkom. We hebben veel te bespreken. Zijn taalgebruik bijvoorbeeld: er valt een kloek lexicon te maken vol typische DWDD-taal, waarbij alle eer uitgaat naar de welbespraakte presentator. Zijn idioom tekent het dna van de succesformule.

‘Maar eerst de administratie.’ De presentator buigt over zijn lichtgele kaartje en draagt wat feiten voor uit de carrière van zijn gast. Dan kan de wierook opstijgen. ‘U bent de professor hier aan tafel.’ Of: ‘U staat op de Olympus, wij gewone stervelingen liggen aan uw voeten. Leg ons uit hoe het heelal in elkaar steekt.’

Zijn ontzag voor geleerden uitte zich ook in een recent gesprek met Linda de Mol over haar wat tegenvallende tv-programma Ladies Night. Van Nieuwkerk: ‘Nu moet jij als een dokter het laboratorium in, en aan de schroefjes draaien.’

Een klassieker uit de beginjaren van DWDD, wanneer weer een tv-maker aanschoof over diens morgen beginnende tv-serie: ‘Wat was uw ambitie?’

Laten we even een klein stukje gaan kijken. Na afloop: ‘Waar kijken we naar?’ (Mindere goden verwarren die vraag al te vaak met het weerzinwekkende tv-cliché: ‘Hoe kijkt u hiernaar?’)

Grote gebeurtenissen (pardon: ‘Een moment van grote glorie’) brengt hij graag terug tot fracties van seconden. ‘Neem ons eens mee naar dat ene moment.’ Of: ‘Jij bent er geweest, je hebt het met eigen ogen gezien. Wat dacht je?

Hoewel ook vrouwen aanschuiven, zijn de gasten altijd ‘jongens’. Aan tafel zitten de herintredende dames van de Dolly Dots. Van Nieuwkerk laat een oud filmpje zien van de meidengroep in Japan. ‘Even langs memory lane, jongens. Jeugdsentiment.’

‘Afijn.’

We maken even sur place (spreek op z’n Van Nieuwkerks uit: [suur plas]). Zo komen we bij zijn geliefde Frans, de taal van de beste zanger die ooit geleefd heeft. De presentator is niet van de straat en besprenkelt zijn avondgerecht rijkelijk met een ‘excusez-moi’, ‘soit’, ‘voilà’ of een ‘c’est ça’. Uiteraard was het Lam Gods van Jan en Hubert van Eyck onlangs ‘het pièce de résistance uit dat oeuvre.’

‘Dresseren’ hoort tot de stopwoordjes, ook buiten DWDD. Uit een interview met tijdschrift Esquire: ‘Mijn haar zat het best toen ik 7 jaar oud was. Daarna werden slag, krul en kruin ondresseerbare spelbrekers.’

De wereld draait door, maar de taal lijkt soms tot stilstand gekomen in de vorige eeuw. ‘Gossiemikkie!’ Ook wel: ‘Jeetjemina!’ Vaak is iemand ‘zich een hoedje geschrokken’. Bij de geringste wrijving volgt een rap ‘Neem me niet kwalijk’. Ouderwets, een trucje? ‘Ben je betoeterd!’

Tot zover. Tot. Mórgen!

(Jean-Pierre Geelen)

Zijn leg-het-mij-eens-uit-houding

‘Waaróm draait de wereld door?’, vroeg natuur- en sterrenkundige Walter Lewin in 2011 in De wereld draait door aan Matthijs van Nieuwkerk. ‘Ja, waarom!?’, zei Van Nieuwkerk en hij richtte zich direct tot tafelheer Jan Mulder: ‘Oooo, ik voel me zo dom!’ Zo gauw er een bèta of andere ‘nerd’ de studio betrad, leunde Van Nieuwkerk achterover als alfa-Matthijs: de doodgewone cultuurminnende vader, die vol verwondering toekijkt terwijl die dekselse wereld zomaar blijft ronddraaien. Deze jongen vergaloppeerde zich mooi niet aan zaken buiten zijn pakket.

Behalve misschien die ene keer in 2014, toen techexpert Alexander Klöpping Van Nieuwkerk met een Oculus Rift VR-bril een virtueel achtbaanritje liet beleven. ‘Je moet me even vasthouden’, zei van Nieuwkerk, en natuurlijk hield Klöpping zijn hand vast, zoals hij ook deed toen hij hem gidste door de wereld van Chatroulette, slimme speaker, bitcoin en Facebook. Toen de achtbaan afdaalde, viel van Nieuwkerk op zijn knieën voor zijn bureau: ‘Verschrikkelijk.’

In de wereld van de wetenschap was daar professor Robbert Dijkgraaf om hem aan de hand te nemen, na de gebruikelijke oefening in nederigheid van Van Nieuwkerk, voor hemzelf en alle ‘kleine luyden, die dat toch niet echt kunnen volgen.’ Terwijl DWDD en DWDD University de afstand tussen de tv-kijker en de wetenschap probeerden te verkleinen, maakte Van Nieuwkerk van die wetenschapper, de ‘maestro’, vaak een bijna bovenmenselijke figuur. ‘Begrijpen wij dit? Natuurlijk niet!’, zei Van Nieuwkerk dan, en wij, dat zijn dus de kijkers. Goddank was daar de professor om het nog één keertje uit te leggen.

(Emma Curvers)

Zijn odes

Om in DWDD van alle kanten te worden bewonderd door intimi en vakgenoten hoef je niet eerst dood te gaan. Sterker, het stuwende enthousiasme van Matthijs van Nieuwkerk ten overstaan van altijd meer dan een miljoen kijkers kan de carrière van doodgewaande dichters wakker kussen - zie Lévi Weemoedt.

Maar áls je dan sterft, als icoon, is een eredienst bij de redactie van DWDD in goede handen: persoonlijke herinneringen, muziek en een levendige voorstelling van betekenis en nalatenschap, meestal zonder dat het pathetisch wordt. David Bowie. Joost Zwagerman. Aart Staartjes, onlangs nog: Sesamstraat-Tommie die geroerd ‘Dood zijn duurt zo lang’ zong. Twee jaar geleden belde de zoon van Mies Bouwman een uur voor de uitzending met Matthijs van Nieuwkerk: ‘Zou jij, Matthijs, namens de familie willen zeggen in De wereld draait door dat Mies Bouwman vanochtend is overleden?’ 

Gedenkwaardig was het afscheid van de geliefde columnist Martin Bril in 2009. DWDD organiseerde een intiem samenzijn met verschrikkelijk verdrietige vrienden, die hun kijk op en ervaring met de befaamde Bril-blik deelden. Matthijs van Nieuwkerk, die Bril ooit had aangesteld als columnist bij Het Parool, sprak met Jan Mulder, Bart Chabot, Joost Zwagerman en uitgever Mai Spijkers. Eric Vloeimans speelde trompet, Huub van der Lubbe zong Bob Dylan. 

Een paar weken geleden lauwerde DWDD Herman van Veen, die dit jaar 75 wordt en dat viert met een boek, een theatertour en dertig avonden Carré. Het gaf Diederik Ebbinge mooi de gelegenheid om een van de grootste DWDD-clichés nog iets verder uit te hollen in zijn satirische talkshow Promenade: ‘Dat kunnen ze goed hè, odes. Ongelooflijk goed.’

Is wel zo.

(Gidi Heesakkers)

Zijn ongemak als het over seks gaat

We moeten het, met permissie, even over seks hebben. Het gaat bij DWDD best vaak over seks, maar eigenlijk wordt het onderwerp maar opgedist in twee varianten.

Óf seks is ontzettend grappig want ondeugend en een beetje vies en, o jee, haha, nu krijg ik rooie wangetjes. Dat is Herman Pleij die op tafel staat en schunnige teksten uit de Middeleeuwen voorleest, Maxim Hartman die vertelt over ‘de waterval’ bij de massagesalon en Mart Smeets die in een romanscène schrijft dat ‘size matters’. Dan is het lachen, gieren, brullen en blozen.

Óf seks is iets waarvan we ons niet kunnen voorstellen dat je je ervoor niet schaamt, dat je zomaar ermee in de openbaarheid treedt. Dat is Lize Korpershoek en haar zelfonderzoekende documentaire over haar verdwenen libido, Heleen van Royen die haar naaktselfies, inclusief ingezoomd zelfportret met tampon, exposeert en Britt Dekker en Patricia Paay die zomaar in Playboy staan. Dan is het gesprek een tikje aanvallend en zorgelijk.

Dat heeft alles te maken met Matthijs van Nieuwkerk, die ooit in gesprek met Katja Schuurman heeft gezegd dat als hij de enige op de hele wereld zou zijn, hij alsnog een zwembroek zou dragen. Zij vroeg hem of hij ooit een boek ‘met één hand’ had gelezen. Turks fruit, durfde hij wel te zeggen - de slaoliescène, verduidelijkte hij zelfs - al ging hij die absoluut niet ter plekke voorlezen.

Toen Turks fruit vorig jaar het vijftigjarig jubileum vierde, vertelde Van Nieuwkerk in de uitzending dat hij als puberende jongen ’s nachts ‘op kousenvoetjes’ naar de boekenkast van zijn ouders kroop en de roman opensloeg – ‘je wist precies op welke pagina je moest zijn’ – om de erotische passages te lezen.

‘Misschien ben ik een ontzettend eenvoudige jongeman’, zei Van Nieuwkerk toen Heleen van Royen vertelde hoe mooi ze sperma vond. Waarop tafelheer Erben Wennemars hem bijviel: ‘Je bent de enige niet hoor.’ Daar zit wellicht een ondergewaardeerde kracht van Van Nieuwkerk: de gemiddelde kijker, die net als hij zo’n 59 jaar oud is, kan zich goed in hem inleven. Die knikt bij een woord als ‘pikanterietjes’. Die weet ook niet wat tantraseks is. Of doet alsof en gaat heel erg lachen als ernaar wordt gevraagd. 

(Haro Kraak)

Zijn pennetje

Niet iedereen realiseert het zich misschien, maar het afscheid van Matthijs van Nieuwkerk betekent heus niet het afscheid van Matthijs van Nieuwkerk alléén.

Wat doen we bijvoorbeeld met die krappe pakken? En wie denkt aan al die Franse leenwoorden die voortaan ongebruikt verstoffen in een afgesloten vocabulaire in een vergeten vestibule?

Of: wat gebeurt er met het pennetje?

Ik ben dat pennetje. Vijftien seizoenen lang lag ik op tafel tijdens ieder gesprek. Nooit een dag overgeslagen. Zelden of nooit werd ik gebruikt. Hoogstens om iets door te strepen. Daar word je geen pennetje voor. Tant pis.

Het ergste was wanneer Matthijs me oppakte en zei: ‘We noteren met potlood...’ Genant.

Hoe anders was het tijdens gesprekken met bekende sporters. Een Epke, een Dafne, een Tom. Dan werden Matthijs en ik plots Matthijs & Ik. Een presentatieduo.

Matthijs werd altijd nogal opgewonden gedurende die gesprekken. Op quasi-ernstige toon eiste hij dan namens het volk een nieuw vluchtelement, of een gele trui of goud in Tokio. De voorpret nam hem als het ware over. Op die momenten was ik er. Noem me een reddingsboei. Samen ‘deden we dan even de administratie’. In alle rust noteerden we dan samen de data en de doelen van de sporter in kwestie in de nationale agenda. Dan kwam iedereen weer een beetje tot bedaren.

Wat ik nu ga doen? Ik ben nog door niemand gebeld, of geschreven. Maar late night zou ik een enorme uitdaging vinden.

(Frank Heinen)

Zijn liefde voor Charles Aznavour

Het is een rare dag, niet per se een verdrietige dag. Zo omschreef Matthijs van Nieuwkerk in DWDD de dag dat Charles Aznavour overleed. Özcan Akyol was tafelheer, Ivo Niehe was te gast, maar Van Nieuwkerk had er beter in zijn eentje kunnen zitten om een monument aan de gevallen Franse zanger op te trekken. 

Als tijdens uitzendingen Aznavour ter sprake kwam, ontwaakte een nieuwe energie in Van Nieuwkerk. Zijn pupillen werden dan groter, zijn schouders breder: de man die zo graag alles onder controle heeft overgeleverd aan een welhaast oncontroleerbaar joie de vivre. Van Nieuwkerk noemde Charles Aznavour - nog bij leven - ‘de beste zanger die ooit geleefd heeft’. Natuurlijk, er waren in de kleine vijftien jaar dat Van Nieuwkerk DWDD presenteerde andere zangers, zangeressen, bands, dj’s zelfs. Tien jaar geleden danste hij in de studio op de muziek van Michael Jackson, compleet met kruisgrijperij. Hij zong in 2016, weliswaar onder dwang, mee met een liedje van De Staat. Er is geen muzieksoort (nou ja, rap misschien daargelaten) waarvan Matthijs van Nieuwkerk niet enthousiast wordt, of waarvoor hij uitstekend enthousiasme weet te veinzen. 

Maar niemand en niets kwam in de buurt van Charles Aznavour. Nadat de Franse-Armeense zanger was overleden draaide  het liedje Hier encore, in zijn geheel. Een zeldzaamheid, voorbehouden aan alleen de grootste liefdes.

(Julien Althuisius)

De studio van DWDD.Beeld ANP Kippa

Mailen met Matthijs

Ook typisch Matthijs van Nieuwkerk: de ex-hoofdredacteur van Het Parool laat zich sinds jaar en dag alleen per mail interviewen. Uit het Volkskrant Magazine-interview dat journalist John Schoorl in 2015 optekende aan de hand van veertien sms’jes en 45 e-mails: ‘Er was altijd wat en op deze rustige manier geeft hij de beste antwoorden, typte hij. Hij doet het alleen per mail, en anders niet, en zo heeft hij het voor zichzelf geordend.’

Zodoende heeft Van Nieuwkerk intussen een rijk oeuvre van net iets te bedachte zinnetjes opgebouwd. Uit een profiel over producent en DWDD-bedenker Ewart van der Horst: ‘Ewart is een traditionele, ware gymnasiast in de grappige vermomming van een razendsnelle reclamejongen uit de jaren tachtig, met de eeuwige zonnebril als diadeem. Hij kent al zijn klassiekers, of het nu sport, literatuur, film, media, wijn of zijn tweede vaderland Puglia is. Ewart is de beste schijnbeweging die Hilversum in huis heeft.’

Het salaris van Van Nieuwkerk is een doorlopende discussie geworden. Kan de publieke omroep zonder hem? Die vraag is op twee manieren te beantwoorden.

Extra TV-recensie

Wat heb je voor dag als je programma vol media-actualiteit plots de enige media-actualiteit van belang lijkt? TV-recensent Frank Heinen keek naar DWDD op de dag dat Matthijs van Nieuwkerk zijn vertrek bekendmaakte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden