‘Zijn muziek laat de film zweven’

Veel kunstenaars worden geïnspireerd door andere kunstenaars. Vandaag: Regisseur David Verbeek over de Taiwanese componist, acteur en voormalig popicoon Lim Giong....

Een meisje loopt in het donker over een voetgangersbrug. Sigaret achteloos in de hand. Lang zwart haar wuift bij elke stap die ze zet. Blauwwitte tl-lampen verlichtten haar gezicht. In de voice-over denkt ze aan een jongen van vroeger. Midden twintig, veel ouder is ze niet. De scène speelt zich af in slowmotion, waardoor het lijkt alsof ze danst. Af en toe kijkt ze om. Lachend. Dan weer vooruit. De trap af, de stad in. (Millennium Mambo, 2001)

‘Ik heb nog nooit zo’n waanzinnige opening gezien’, zegt David Verbeek (29) enthousiast, terwijl hij de eerste scène van Millennium Mambo van de Taiwanese filmmaker Hou Hsiao-hsien opnieuw bekijkt. Acht jaar geleden zag hij de film voor het eerst, tijdens het filmfestival in Rotterdam. Verbeek, wiens tweede film R U There volgende week draait op het Filmfestival van Cannes, had net zijn eerste maanden op de Filmacademie achter de rug. ‘Dit was echt een totale eye opener.’

Dankzij die film ontdekte hij meer Taiwanese regisseurs – ‘grootmeesters die meer arthousefilms van hoog niveau maken dan iedereen in heel China bij elkaar.’ Maar het was met name de score van de Taiwanese componist Lim Giong (1964) die een blijvende indruk achterliet. ‘De film gaat er enorm door zweven’, zegt Verbeek. ‘Zoals de beste muziek een film vleugels kan geven.’ Dat hij na zijn afstuderen met Giong zou samenwerken had hij op dat moment nooit durven dromen.

In het Taiwan uit de film zag hij jonge mensen, net als in Nederland, worstelen met de mogelijkheden die onbeperkte vrijheid hen biedt. ‘Ik ben altijd erg op zoek naar de vraag in hoeverre mensen daar mee om kunnen gaan. Het feit dat er niet meer één waarheid is. Je zelf betekenis moet geven aan het leven. Misschien ben ik door zijn muziek ook wel zo naar Taiwan gaan kijken. Het voelt alsof mijn begrip van de Chinese regio daarmee heel erg is ondersteund.’

De ontwikkeling die ‘de Chinese regio’ doormaakt fascineert Verbeek sindsdien mateloos. Na de Academie vertrok hij naar Shanghai om een film te maken over het ‘bijna heilige geloof in de maakbare toekomst’ dat hij daar bij jongeren ontwaarde. ‘Ik vroeg me af: Jezus, hoe zou het zijn om als iemand van mijn generatie op te groeien in een wereld die om je heen zo compleet verandert?’

Die film werd Shanghai Trance, over jonge mensen op zoek naar zichzelf, terwijl ze eigenlijk steeds lijken te verdwalen in de dwingende flow van de metropool. ‘Ik heb zelf een reizende jeugd gehad. Mijn vader was diplomaat, en ik woonde in Amsterdam, Nigeria, Oostenrijk en New York. Toen ik opgroeide, veranderde de wereld om mij heen ook voortdurend. Dat deel ik met die Shanghainezen, terwijl zij op dezelfde plek bleven.’

Belangrijk: Lim Giong werkte in zowel China als Taiwan met respectievelijk Jia Zhang-ke (The World, Still Life) en Hou Hsiao-hsien (Three Times); toonaangevende filmmakers wier oeuvre zich laat bekijken als een nauwkeurige ontrafeling van nationale identiteit – een zoektocht naar de veranderende ziel van een land.

Giong vangt die tijdsgeest in muziek, ongeveer zoals Verbeek dat met zijn films tracht te doen. ‘Hij heeft heel erg door wat de essentie van een film is. Tijdens de openingsscène van Millennium Mambo hoor je die moderne elektronische puls, die stuwende beat, verweven met vrije, spirituele vocalen. Als een soort menselijke geest die daar een beetje doorheen fladdert. Heel losjes. Het grijpt exact bij de lurven waar het bij mijn generatie over gaat. Je fladdert wat rond, hebt verschillende contacten en zoekt daarin je eigen weg. Dat onbestemde gevoel van het meisje in die film begrijp ik helemaal.’

Verbeek verdiepte zich in de muziek van Giong. De soundtrack verscheen pas jaren later op cd, dus maakte hij een aantal mp3’tjes die hij keer op keer luisterde. Aan vrienden die Chinees spreken vroeg hij de betekenis van de vocalen. ‘Bleek dat het helemaal geen woorden waren, in geen enkele taal, maar heel intuïtieve tonen, los van betekenis, die gewoon een bepaald gevoel opwekken.’

Een groepje mannen speelt mahjong aan tafel. Eén van hen zit aan de zijkant, knie opgetrokken, rusteloos kauwend op een betelnootje. De anderen dollen hem een beetje, spreken hem aan bij zijn weinig flatteuze bijnaam – Flat Head. Plotseling staat hij op en veegt in één klap alle speelsteentjes van tafel. (Goodbye South, Goodbye, 1996)

‘Ik vind het altijd zó grappig om hem op deze manier te zien’, zegt Verbeek. ‘Hij speelt dit echt te gek.’ In de jaren ’90, de periode waarin Giong in de nationale hitparade furore maakte met zelf gezongen popliedjes, was hij tevens acteur. Tegelijk was Goodbye South, Goodbye – ook van Hou Hsiao-hsien – de eerste film waar hij de muziek voor maakte.

Verbeek: ‘Hij heeft een vrij dromerige stem. In die tijd gebruikte hij die stem in combinatie met woeste hardrockuitbarstingen – harde, schreeuwerige momenten. Hij was eigenlijk net zoals zijn muziek; heetgebakerd, iemand die enorme woedeaanvallen had en ontzettend chagrijnig kon zijn. Hij leed een leven vol ups en downs. Daar is die rol op geïnspireerd.’

Maar Giong veranderde, en daarmee zijn muziek. ‘Je voelt dat hij rustiger is geworden. Bedachtzamer, in zekere zin ook zweveriger. Met Millennium Mambo durft hij die woede veel meer los te laten.’

Hij leerde hem kennen tijdens het voortraject van Shanghai Trance, via een Franse filmproducente die een aantal films van Jia Zhang-ke had gecoproduceerd. ‘Was ik daar plotseling met een deel van zijn team aan het werk.’

Tijdens Shanghai Trance werkten ze voor het eerst samen. Met R U There werd die samenwerking stevig aangescherpt. Uiteraard benaderde Giong zijn werk en leven daarbij vanuit een totaal andere culturele invalshoek. ‘Ik denk vanuit een meer analytisch, logisch, westers perspectief. Vervolgens gaat hij op een heel oosterse manier te werk om zijn toevoeging te creëren. Iedere keer weer sta ik versteld van hoe diep de culturele kloof is tussen oost en west.’

Een jongen rent door dorre bomen, langs de oever van een uitgedroogde rivier. Op de stenen staat hij stil. Dan: een reis terug naar de realiteit. De jongen zit achter zijn computer. Zijn team heeft een belangrijk gametoernooi gewonnen. Iedereen juicht, alleen hij niet. (R U There, 2010)

‘Deze scène moest een optelling van momenten worden. Hij rent door de bomen, dan staat ’ie stil, dan een harde las naar die computerhal. Maar Giong kwam met een track die gewoon doorliep, waardoor de hele trip, heel essentieel, een gevoel van een eenheid krijgt. Ik wilde tot een climax komen door een ladder te beklimmen – allemaal stapjes maken. Hij trok het juist door.’

Wanneer ze de verschillende versies van de soundtrack bespraken ging het altijd over het gevoel waarin de film werd geduwd. ‘Hier is het nog wat te hoopvol, zei ik dan. Of daar te eenduidig.’ Pas in het laatste stadium werd het technisch. ‘Gaaf is dat.’ Het was echt samenwerken, elkaar beïnvloeden. Er ontstond een kruisbestuiving. ‘Niet iemand die je werk achteraf enkel wat aanscherpt.’

Nooit eerder werkte hij zo nauw samen met een componist. ‘Ik had vaak meetings met hem in koffiehuisjes in Taipei. Dan hadden we het over de film, maar ook over kunst in het algemeen. In dat hele beperkte Engels van hem konden we daar uren over filosoferen. Hij gelooft echt heilig – op een bijna kinderlijke manier – in de rol van de kunstenaar binnen de samenleving. Vindt dat kunstenaars het landsbestuur moeten inspireren, gevoelsmatig moeten aangeven waar het fout zit. Hij ziet dat echt als een soort missie.’

Verbeek zwijgt, denkt na, lacht hardop. Dan zegt hij: ‘Er zijn weinig mensen die zichzelf als kunstenaar op zo’n manier nog serieus nemen. Hij bedoelt dat niet pretentieus, maar zo van: dit is toch wat we doen? Daarom werken wij toch samen? Hij is extreem idealistisch. Dat vind ik heel fijn.’ Hij dempt zijn stem. ‘Wanneer ik met hem praat, realiseer ik mij dat ik hetzelfde voel. Dat ik daarom doe wat ik doe. Maar daar heb ik het eigenlijk nooit met iemand over.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden