Zijn fleme, zijn migrante maiko

Judith Janssen

Hajar en Daan uit de gelijknamige roman van Robert Anker hebben een liefdesrelatie die tot mislukken gedoemd lijkt. Ze hebben hun leeftijd, hun familie en ook hun tijd niet mee. Desondanks beloven ze elkaar trouw, ze beschouwen hun samenzijn als voorbestemd en vervallen in alle mogelijke clichés waarvan verliefden denken dat die hen uniek maken. Hoe verschillend ze ook zijn, ze vinden elkaar in een cocon van gelukzaligheid, vanwaaruit ze alle mogelijke twijfels en morele terechtwijzingen bestrijden.

Maar Hajar Nait Sibaha is geen Julia - daarvoor is ze te zelfstandig, te zeer van deze tijd -, en Daan Hollander heeft niets weg van een Romeo. De geschiedenisleraar behoort eerder tot de typische Anker-personages, en dat zijn niet altijd de meest standvastige karakters. Net als de hoofdpersoon van Ankers vorige roman, Een soort Engeland (waarvoor hij de Libris Literatuurprijs ontving), is Daan losgezongen van zijn wortels en kenmerkt zijn bestaan zich door existentiële losbandigheid. Vol zelfvertrouwen maar volkomen doelloos dendert hij door het leven, en onder invloed van zijn IT-vriendjes - de internethype is in het boek nog op zijn hoogtepunt - eindigt menige nacht voor hem in een trip van XTC en cocaïne. Nadenken over de toekomst doet hij niet, over het verleden evenmin. Zijn bestaan behelst een 'eindeloze ruimte en beweging', gevangen in een 'langgerekt heden'.

Maar dan komt Daan Hajar tegen. De exotische nimf die hem met één oogopslag weet te betoveren. Als deze leerlinge zijn klas binnenloopt, weet hij zeker dat zij de vrouw van zijn leven is. Maar afgezien van de onstuimige en stiekeme zoenen en zelfs vrijpartijen op school verandert Daans leven niet wezenlijk door zijn nieuwe liefde. Nog steeds doolt hij rond op feesten en snoepreisjes en bekommert hij zich niet om de roddels op school of over de 'havoïsering van het VWO'. Het is pas als zij zich van hem afkeert - 'wij passen niet bij elkaar' - dat hem de werkelijke omvang van zijn liefde en daarmee ook de leegte van zijn eigen leven duidelijk worden.

Het is een simpel liefdesverhaaltje (jongen houdt van meisje, meisje houdt van jongen), en met zijn onderwerpkeuze scheert Anker dan ook langs de afgrond van de sentimentaliteit. Maar Anker zou Anker niet zijn als hij met dit eenvoudige gegeven niet méér doet. Met een scala aan bijfiguren, die de auteur meer dan eens met een flinke knipoog presenteert, wordt de wereld van Hajar en Daan verder ingevuld en worden de valkuilen van hun liefde zichtbaar.

Hoe overtuigd de twee ook van hun voorbestemde liefde zijn, ze kunnen niet voorkomen dat de boze buitenwereld - de imams, de schoolleiding - hun samenzijn veroordeelt. Ze proberen een 'gewone' liefde te beleven, maar worden gedwongen te leven naar het beeld dat anderen van hen hebben. Daan zal altijd 'leraar' blijven, en hoe Nederlands Hajar zich ook voelt, ze blijft altijd een traditioneel (want met hoofddoek) Marokkaans meisje.

Wanhopig bestrijden ze alle vooroordelen, maar met de ontkenning van de ongebruikelijkheid van hun liefde verdwijnt ook meer en meer hun oorspronkelijkheid, dat wat Daan Daan maakte en Hajar Hajar.

Ze vinden troost in hun liefde voor elkaar die in het prille begin nog niets anders nodig heeft dan smachtende blikken en zwoele aanrakingen. Het is op deze tedere momenten dat Anker de taal echt laat sprankelen. Daan mijmert over Hajars schoonheid - 'zijn Wonne, zijn fleme, zijn avondrodelijke vesper, zijn migrante maiko, zijn bevloeiing' - en Hajar roept de natuur aan om haar haar geliefde te brengen ('Ontwaak, noordenwind en kom!').

Anker proeft van ieder taalgebruik, het yuppengebral evenzeer als het scholierenjargon, en overweldigt de lezer met een wervelwind aan taalregisters. Een Surinaamse tongval en onbesmuikt geflirt worden afgewisseld met de archaïsche Multatuli-taal die Hajar in brieven gebruikt als ze zegt dat het 'de macht van het woord [was] die in mij een onverzettelijkheid plantte, de ''klewangwettende krijgszangen'' opriep. . .'.

De onstuitbare dynamiek in discoursen kan echter niet voorkomen dat het verhaal soms enigszins wegzakt. De saaie, met jarenzestig-'gogentaal' doorspekte personeelsvergaderingen of de spelletjes Dungeons en Dragons ('En met een luid ''ping'' verdwijnt het forcefield') duren dan net iets te lang. Maar dat zijn slechts details.

Anker vindt moeiteloos zijn weg in de vele emoties die zijn boek op andere momenten juist zo rijk maken. Zijn personages zijn geen eendimensionale figuren, maar wankelen, gissen en weifelen zoals het in werkelijkheid gebeurt, en voorzien het verhaal op die manier van een grote beweeglijkheid. Dat Anker weet wat hij doet, blijkt uit het ritme van zijn proza. Zijn taal holt en wervelt tijdens hoogdravende seksavonturen, maar is verstild en bedachtzaam als Daan verrukt raakt bij het zien van Venetiaanse bouwwerken.

Bijna ongemerkt laat Anker de buitenwereld steeds verder oprukken, en daarmee ook de wanhoop wanneer de ooit zo overweldigende liefde laagje na laagje dunner wordt.

Want Daan is op geen enkele manier Hajar de baas. Zij, zelfverzekerd en intelligent, is alles wat politiek Den Haag bij integratie voor ogen staat. Ze gaat de politiek in, komt op voor thuiszittende allochtone vrouwen en lijkt perfect te passen in de Nederlandse prestatiecultuur. Met haar twee vaderlanden - en dat ontdekt zij zelf pas gaandeweg - wordt ze onontkoombaar heen en weer geslingerd tussen traditie en moderniteit.

Daan is een ander verhaal. Hij lijkt louter uit lucht te bestaan en is niet in staat een relatie te leggen tussen zijn verlangens en de flowerpower-relicten Jaak en Jannie die hem op de wereld hebben gezet. En hoe bevredigend hun speelse liefde ook is, om een serieuze relatie te kunnen hebben, zullen Hajar en Daan eerst zichzelf moeten vinden.

Uiteindelijk sleept het schooljaar zich 'in grijstinten verder'. De ongelukkige Daan zal in een finale wanhoopspoging zijn levensdoel zoeken in het vaderland van Hajar, waar hij probeert haar zo dicht mogelijk te naderen. Het wordt een zoektocht naar de 'grande dame in witte chador'.

En Hajar? Hajar heeft zich in al haar onafhankelijkheid zelfs losgemaakt van de dwingende hand van Robert Anker. Haar lot blijft onduidelijk. Maar met zijn meeslepende en enerverende taal heeft haar schepper het verhaal dan allang verpakt in een zinderend, bijna wellustig boek.

Robert Anker: Hajar en Daan.
Querido; 288 pagina's; euro; 17,50.
ISBN 90 214 5017 8.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden