Zij speelt de rol van haar leven: Celie in de musical The Color Purple

Whoopi Goldberg was haar voorganger

Naomi van der Linden (27) speelt de rol van haar leven: Celie in de musical The Color Purple. Ze moet aan de bak, want ze is actrice, geen zangeres. Wij volgden haar transformatie.  

Foto Pauline Niks

5 maart, 10 uur, Brasa Studio Amsterdam – zes weken voor de première

De Brasa-studio in Holendrecht, het is een grauwe blokkendoos op een guur bedrijventerrein, maar in de hal heerst een uitgelaten sfeer. Vandaag beginnen hier de repetities van The Color Purple, de Nederlandse versie van de Broadway-hitmusical naar het boek van Alice Walker uit 1982. Er zijn The Color Purple-tompouces, voor de pr-mensen, bandleden, decor- en kostuumontwerpers, de choreograaf, de regisseur, medewerkers van productiebedrijf OpusOne en natuurlijk de dertien acteurs die straks de cast vormen. Eén van hen is Naomi van der Linden (27), die de hoofdrol van Celie zal spelen, de rol van Whoopi Goldberg in de film.

Na de koffie volgt een voorstelrondje. Naomi zit halverwege de cirkel, maar met haar brede grijns en gulle lach verwarmt ze alvast de kille foyer. Als het – eindelijk – haar beurt is, spat ze van enthousiasme bijna uit elkaar. ‘Ik ben Naomi van der Linden, en ik mag Celie spelen!’ Gejuich, applaus – nu al.

In de roman uit 1982 volgen we het Afro-Amerikaanse meisje Celie van haar 14de tot haar 42ste, in het arme zuiden van de Verenigde Staten. Begin twintigste eeuw zijn de gevolgen van de slavernij daar nog sterk voelbaar. Celie wordt misbruikt en mishandeld, maar dankzij een paar sterke vrouwen in haar omgeving leert ze voor zichzelf opkomen, en nee zeggen. Ze verlaat haar man en begint een eigen kledingzaak. Het boek werd in 1985 verfilmd door Steven Spielberg, in 2005 volgde de musical – en daarvan komt nu een Nederlandse versie. Vertaler en regisseur Koen van Dijk: ‘Racisme, ongelijkheid, man-vrouwverhoudingen, misbruik; de maatschappelijke relevantie van dit stuk, juist nu, spreekt uit elke scène. Ik heb bij een auditie nog nooit eerder meegemaakt dat mensen zo pers se een rol wilden hebben.’

Dan vraagt producent Maarten Voogel het woord. Hij heeft namelijk net te horen gekregen dat de première op 16 april zal worden bijgewoond door Koningin Máxima.

Naomi, vrolijk: ‘Maar no pressure verder! Hahaha!’

Foto Pauline Niks

14 maart, 16.00 uur, Brasa studio’s, perspresentatie – 4,5 week voor de première

Naomi (Zambiaanse moeder, vader Hagenees) is een nieuwkomer in het musicalcircuit. Ze zat op de Amsterdamse toneelschool, en is geen professionele zangeres, al deed ze wel de vooropleiding en het propedeusejaar conservatorium aan de kunstvakopleiding Codarts. Ze maakte en speelde in kleine toneelproducties en had een bescheiden rol in de musical Amandla Mandela.

Maar bij deze grote dragende rol moet ze op drie borden tegelijk schaken (‘Drie? Tien!’). Ze moet de loopjes en pasjes leren – die heeft ze allemaal heel precies in een schrift genoteerd. Ze wil zich concentreren op haar spel, en ze moet heel hard werken aan haar zang. ‘Voor zo’n zware musicalrol is mijn stem eigenlijk te ongeoefend.’

De cast repeteert zes dagen per week van 10 tot 6. Afgelopen week hebben ze gewerkt aan de eerste vijf scènes (van de dertig), die ze vandaag aan de pers laten zien in een zaaltje dat veel wegheeft van een autoshowroom. Naomi heeft alvast een opgerolde handdoek onder haar jurk, want bij aanvang van de voorstelling is Celie 14 jaar en zwanger. Regisseur van Dijk heet de aanwezigen welkom en trekt ons dan de fictie van het theater in. Hij vraagt 30 seconden stilte. ‘Dan dooft het zaallicht, en … we beginnen.’

Celie en haar zusje Nettie (Carmen van Mulier) doen een handklapspelletje, terwijl verderop in het dorp de kerkdienst begint. Dan is het toneel aan de drie ‘church ladies’, die na ruim één week repeteren al een geweldige meerstemmige mix van roddel en gospel ten gehore brengen. Joanne Telesford neemt de leiding, met haar keel als een carillon: ‘Gods wegen zijn ondoorgrondelijk!’ En terwijl het kerkkoor in gospel uitbarst, moet Celie bevallen.

Koor: ‘God!!’

Naomi: ‘Mijn God!’

Koor: ‘Eer aan de Heeeeeeer!’ En dan is er een baby.

Naomi, na afloop: ‘In de eerste 12 minuten moet ik een kind baren, dat me meteen weer wordt afgenomen, word ik uitgehuwelijkt, en door mijn man geslagen en verkracht. Dat zijn veel emoties om te spelen. Dat maakt die eerste twaalf minuten meteen heel zwaar.’

Hierna serveert ze opgewekte soundbites voor de camera’s. Deze rol is ‘méér dan een droom’, straalt ze. Ze is ‘intens gelukkig’ dat ze dit mag spelen, de cast voelt een grote noodzaak om dit verhaal te brengen, enzovoort. Punt. Brede glimlach.

Met een knipoog: ‘Daar heb ik hard op geoefend.’ Dat nam ze zich voor na haar eerste persoptreden bij Tijd voor Max, in februari. De uitzending ging prima, maar bij het voorgesprek werd ze overvallen door de vragen. ‘Ze vroegen van alles over #MeToo, want ik had toch ook op de toneelschool gezeten?’ En natuurlijk was er de vraag of ze zelf is gediscrimineerd, en hoe ze denkt over racisme in Nederland. ‘Ik moet nog leren onderscheid te maken tussen de momenten waarop het inhoudelijk kan worden en wanneer het gewoon leuke, korte quotes moeten zijn.’

Ze voelt (nog) niet de drang zich publiekelijk fel uit te spreken over racisme en discriminatie. Maar achter de schermen bevraagt ze wel alles. Een passage in de tekst is op haar verzoek veranderd. ‘Er stond: ‘als je nooit slaaf bent geweest…’ Maar iemand is geen slaaf; je wordt niet als slaaf geboren.’ Dus dat werd veranderd in: ‘Als je nooit tot slaaf bent gemaakt.’

Naomi: ‘Als ik deze voorstelling heb gespeeld hoef ik niet meer uit te leggen hoe ik me voel. Heeft iemand vragen over mijn positie als zwarte vrouw? Deze voorstelling is wat ik daarover te zeggen heb.’

Tegelijk gaat The Color Purple over veel meer dan de ongelijkheid tussen wit en zwart, zegt ze. ‘We erkennen het, we benoemen het, maar we ontstijgen het ook.’

Foto Pauline Niks

22 maart, 20 uur, zangles bij Daan Smits, Universal Voice Institute – 3,5 week tot de première

‘Daan, ik heb een échte zangles nodig.’ We zijn nog geen seconde binnen in het tot zangstudio verbouwde tuinhuis van Daan Smits in de Baarsjes en Naomi steekt van wal. ‘Ik wil werken aan de laagte, want daar waren we vorige keer niet aan toegekomen. Ik kan daar geen volume maken.’

Goed, knikt Smits, en aan de slag. Hij laat haar toonladders neuriën terwijl ze door een rietje bellen blaast in een flesje water. Bubbelen heet dat. ‘De beste massage voor je stembanden.’

Smits: ‘Kun je je lippen en wangen iets meer ontspannen? Je zet een bepaalde spanning in je kaken.’

Naomi: ‘Ik doe dat heel veel op de vloer’.

Smits: ‘Dat moet eraf.’

Véél advies geeft Smits, in duizelingwekkend tempo. ‘Denk: meer ademstroom dan ademdruk.’ Of: ‘Maak het een fractie scherper, dat geeft meer kern.’ Hij hoeft het maar te zeggen en ze doet het. Ze wordt beter waar je bij staat.

Bij Smits heeft Naomi vorig jaar een maand lang intensief getraind toen ze auditie ging doen voor The Color Purple. Bij die auditie zong ze Ik ben hier (I’m here), volgens Naomi dé female empowerment anthem. Dat lied is een scène op zich, het moment dat Celies voorzichtige groei plots tot volle wasdom komt. Van de eerste aarzelende noten van twijfel en liefdesverdriet bouwt het op naar een grootse, krachtige uithaal, een schreeuw bijna: ik ben er! Hoe dan ook: zwart, arm, lelijk misschien – maar ik mág er zijn. Smits: ‘Qua musicalzang is dat de Champions League. Dit is het nummer waarvan iedereen denkt: als ik dát toch eens mocht zingen.’

Naomi: ‘En dat mag ik gaan zingen.’

Dan zingt ze - ‘Ik ben mooi zo mooi, op mijn manier, en ik ben hiiiiieeeeerrr, yeeaaah!’ - en blaast zowat het dak van de schuur. Het lijkt of bij de hoogste toon het licht even uit- en aangaat.

Naomi: ‘Fakkerdiekak.’ Ze kijkt chagrijnig.

Want zoals bij Cynthia Erivo, die de Broadwayversie zong, zo klonk het niet, vindt ze. Maar dan, met een grijns: ‘Nóg niet. Het is voor het eerst dat ik mijn techniek zo structureel aanpak – ik ben actrice. Maar nu, hier, word ik zangeres.

Smits: ‘Over drie weken ben je het.’

Naomi van der Linden. Foto Pauline Niks

31 maart, 13 uur Brasa Studio’s, de eerste doorloop – nog 2,5 week tot de première

Bij een doorloop wordt de hele voorstelling in één keer gespeeld, nadat de afgelopen weken veel scènes en liedjes apart zijn gerepeteerd. Dat gebeurt opnieuw in de autoshowroom, met de acteurs gewoon in spijkerbroek, begeleid door Paul Maassen op de piano. Bij aanvang staat de cast op toneel in een groepshug, die uitmondt in een yell: ‘Hallelujah!’

Naomi draagt haar eerste kostuum van de voorstelling, een vormeloos, beige kinderschort. Opeens is ze een hoogzwanger piepjong meisje: kind en volwassene tegelijk. Ze heeft een open, onschuldig gezicht, terwijl ze tegelijk zucht onder haar gewicht. Waggelend in haar soepjurkje op slippers is ze een tragische verschijning.

Na de pauze heeft ze zich omgekleed: dan draagt ze een blouse, hakken en een broek. Plots beweegt ze meer vanuit haar heupen, haar stem en schouders laag, het hoofd omhoog: hier staat een vrouw. Op de laatste noot van Ik ben hier bijt producent Maarten Voogel zijn kartonnen bekertje kapot. Bij het applaus veegt Naomi een mouw over haar wang.

Na afloop spreekt Van Dijk de cast toe. ‘Dank dat ik hier bij mocht zijn. Dat klinkt gek, want ik ben ook de regisseur, maar jullie pakken dit aan, tillen het op, en brengen het naar nieuwe hoogten. En het is Heel. Erg. Mooi.’ Normaal zou de regisseur nu nog wat op- en aanmerkingen doornemen met zijn spelers (notes, in vakjargon), maar vandaag niet. Van Dijk: ‘Ik heb maar twee notes. Eén: er zijn geen notes, en twee: er is een drankje, want het is Pasen!’

Naomi trekt tevreden een blikje Hertog Jan open. Ze is kapot maar voldaan. ‘Vandaag realiseerde ik me voor het eerst dat ik een heel mensenleven speel, van 14 tot 40. Ik voel nu wat dat fysiek betekent, hoe mijn houding verandert, hoe mijn stem van hoog naar laag gaat. Ik kan haar bij de start zwakker spelen, omdat ik weet waar ik naartoe werk: een sterke, zelfstandige vrouw met een eigen bedrijf. Het was te gek om die hele boog te maken.’

Als mens groeit ze met Celie mee, denkt ze. ‘Van Celie leer ik dat ik niet per se bescheiden hoef te zijn. Dus: ik ben heel erg tevreden over vandaag. Ja, ik heb het goed gedaan.’

Foto Pauline Niks

Op de toneelschool was ze een pleaser, zegt Naomi. Dat kwam ook doordat er nauwelijks voorbeelden voor haar waren, geen grote rollen voor sterke zwarte vrouwen waaraan ze zich kon spiegelen. ‘Ik was altijd verpleegster, secretaresse, of dat leuke, vrolijke meisje uit de Bijlmer.’

De laatste jaren verandert dat. ‘Ik weet beter wat ik zelf wil, vaar meer op mijn eigen kompas.’ Ze maakte een eigen voorstelling, Moederland, over Zambia – het geboorteland van haar moeder, dat ze vorig jaar ook bezocht. Door de nieuwe kennis over haar afkomst staat ze steviger in haar schoenen, zegt ze.

Al verander je niet in één keer. ‘Dat zie je ook bij Celie, tussen het ene en het volgende sleutelmoment liggen soms tientallen jaren. Maar deze voorstelling geeft mij wel een zetje.’

6 april, 11 uur, Brasa studio’s, de tweede doorloop – tien dagen tot de première.

Deze doorloop is in vol ornaat: in kostuum en met het haar gekapt. Vandaag past Naomi voor het eerst de zonnebloemgele pantalon die Celie draagt als haar transformatie is voltooid. Op een rekje hangen nu 5 kostuums, voor Celie als 14-jarige, en op haar 16de, 21ste, 30ste en 40ste. Naomi zal op toneel niet echt ouder worden geschminkt, maar visagist Berbel gaat die suggestie wekken met haar en lichte make-up. Twee mensen vlechten haar haar en zetten het vast met speldjes – haar kinderkapsel, het eerste van de middag. En dan moet ze op.

Na afloop huilt Naomi dikke tranen. Half lachend, half huilend: ‘Ik kan niet meer stoppen!’ Het komt door het buigen zegt ze, ‘heel raar’. Bij het slotapplaus komt ze even, alleen, naar voren. ‘Dan ben ik niet meer Celie, maar krijg ik opeens erkenning voor Naomi als mens. En mag ik het ontvangen. Nou, toen brak ik.’

Ze zoekt naar woorden. ‘Het heeft ermee te maken dat ik hier, op toneel, ‘unapologetic’ mag zijn. Alles mag, alles kan, ik verover de hele ruimte: fuck you, dit ben ik. In mijn privéleven durf ik dat nog niet, maar op het podium mag ik schaamteloos groot zijn.’

Tijdens de doorpas in Brasa Studio's. Foto Pauline Niks

7 en 9 april, pop-uptheater op NDSM-werf – één week voor de première

Op 7 april verhuist het gezelschap naar de NDSM-werf in Amsterdam-Noord. In een reusachtige voormalige scheepsloods is in vier dagen tijd een pop-uptheater uit de grond gestampt, vooral door inventief gebruik van scheepscontainers. Er is een podium, een tribune met plek voor vijfhonderd man, een garderobe (in een container), en een restaurant (ook in een container). Ook de kleedkamers voor de acteurs zijn containers. Naomi deelt de hare met Joanne Telesford, die zich in het donker bij het licht van haar telefoon zit op te maken. De container heeft nog geen licht en verwarming. Het is koud in de loods en dat slaat op haar stem, vreest Naomi. Het is een week voor de première, en ze is voor het eerst echt zenuwachtig.

De cast repeteert nu met zaallicht en versterkt geluid. Naomi: ‘Dat zingt iets gemakkelijker.’ Vandaag, maandag, kwam voor het eerst de band erbij. ‘Dat is wennen, want er is plots veel meer muziek dan we gewend zijn. Je wordt steeds weer verrast: ‘O, nu is er opeens een dwarsfluit bij. En een trompet!’

Ze is fysiek moe, maar mentaal ‘superscherp’, en vooral: heel erg gelukkig. ‘Deze voorstelling heeft mijn leven veranderd. Ik dacht altijd dat ik pas zou pieken op mijn 40ste, dat ik dan eindelijk de vrouw zou zijn die ik ben. In deze voorstelling spéél ik veertig, en ben ik op dat punt waarvan ik weet dat het in me zit: sterk, soeverein en met schijt aan alles. Het is alsof ik die vorm alvast even mag uitproberen, en hij past me héél erg goed. Ik had verwacht dat ik het zielige meisje mee naar huis zou nemen, maar ik neem de sterke vrouw mee.’

The Color Purple, première 16/4, pop-uptheater NDSM-loods. Daar t/m 14 mei, tournee in het najaar. Inl.: colorpurplemusical.nl

The Color Purple – de film

In 1985 verfilmde Steven Spielberg het met de Pulitzerprijs bekroonde boek van Alice Walker tot een grote publieksfilm; na een reeks grote zomerblockbusters (Jaws, The Gremlins, Indiana Jones) een nieuwe wending in zijn carrière. Nederlander Menno Meyes schreef het scenario, en kreeg daarvoor een Oscar-nominatie. De film lanceerde de carrière van Oprah Winfrey, die Sofia speelde – een rol waaraan ze onlangs in haar speech bij de Golden Globes nog refereerde. De film betekende de grote doorbraak van Whoopi Goldberg, die voor haar eerste filmrol ook meteen een Oscar-nominatie kreeg. Of deze musical voor Naomi van der Linden een soortgelijke doorbraak zal betekenen? Daar hoeft ze niet lang over na te denken: ‘Ja. Absoluut.’

Naomi van der Linden. Foto Pauline Niks
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.