'Zij deze plaats woestenij!'

Paul Depondt

Sinds de perestrojka, zegt vertaler Hans Boland in Sint-Petersburg onderhuids - Een stadsgids, is de Nevski weer hard op weg dezelfde bekoring te krijgen die hij voor Gogol had. Maar het 'nieuwe' Petersburg dat wordt gerestaureerd, met zijn bepleisterde gevels en houten façades, lijkt op een Potjomkinstad. Prins Potjomkin, minnaar van Catharina de Grote, liet ooit nepgevels bouwen om de zaken mooier voor te stellen dan ze waren. Is het ooit anders geweest, ook in Petersburg? De hoofdstraat van St.-Petersburg, dat dit jaar zijn driehonderdjarig jubileum viert, 'liegt op ieder uur van de dag', schrijft Gogol in De Nevski Prospekt, en wel het meest 'wanneer de nacht zich als een stroperige massa over hem uitspreidt.'

Toch is het een stad zonder weerga, in de woorden van Anna Achmatova, 'een stad van steen, triomf en tranen'. Geliefd of verafschuwd, Petersburg liet en laat nooit iemand onverschillig. Een stad vol tekens, vol teksten die je op verschillende manieren kunt ontcijferen; een stad die je bedwelmt. Onderhuids zindert het verborgen Petersburg, de stad van schrijvers en kunstenaars, das Laboratorium der Moderne, zegt Karl Schlögel in zijn heruitgegeven monumentale Jenseits des Grossen Oktober - mét een nieuwe inleiding en een andere titel: nu kortweg Petersburg.

Afgelopen jaren, vooral sinds de stad weer tot 'Sankt-Peterboerg' is omgedoopt, zijn vele honderden boeken verschenen over 'de mythe Sint-Petersburg' - de titel van het voor dit jubileum heruitgegeven standaardwerk van de Italiaanse slavist Ettore Lo Gatto. Petersburg fascineert. De in Frankrijk wonende diplomaat van Russische origine Vladimir Fédorovski brengt in Le roman de Saint-Pétersbourg - Les amours au bord de la Néva die mythe en de petites histoires in herinnering, en in de Franse Bouquins-serie van Laffont verscheen, naar aanleiding van de tricentenaire, zelfs een complete encyclopedie met honderden lemma's over de geschiedenis van de stad.

De zo door Stalin gehate stad wordt wellicht ooit nog eens opnieuw de hoofdstad van Rusland, ook al zei de Franse filosoof en encyclopedist Denis Diderot, adviseur van Catharina de Grote, 'dat je het hart van een land nooit naar een van je vingertoppen mag verbannen'. Dankzij die hausse aan boeken (en misschien ook omdat president Vladimir Poetin er is geboren) herleeft St.-Petersburg en kunnen we, citaat na citaat, die 'papieren stad' van schrijvers en dichters ontrafelen. Want het is dé stad van echo's echo - zegt samensteller Jan Paul Hinrichs in De façades van Sint-Petersburg - waarin het citaat in architectuur, muziek, kunst of literatuur altijd al schaamteloos en radicaal in praktijk is gebracht.

In St.-Petersburg hebben zich meermalen buitengewoon wonderbaarlijke geschiedenissen afgespeeld. Het kán gebeuren dat je op de Nevski Prospekt zomaar op een dag een neus uit een rijtuig ziet stappen, vertelt Gogol in zijn dolkomische novelle De neus, 'gekleed in een met goud bestikt uniform, met een grote, staande kraag, een zeemleren pantalon en een gepluimde hoed'. Het kán dat een neus die gisteren nog op iemands gezicht zat, en die lopen noch rijden kan, opeens een uniform draagt. De mensen kunnen zeggen wat ze willen, verzucht de schrijver aan het slot van zijn verhaal, 'maar dergelijke geschiedenissen doen zich voor, niet zo dikwijls, maar gebeuren kunnen ze'.

De stichter van Petersburg, tsaar Peter de Grote, was een drankorgel en een slemper, maar ook een verlicht despoot. In tegenstelling tot zijn halfbroer Ivan, een fletse schim en gestoorde 'die met zijn vingers zijn ogen moest openhouden om te kunnen zien', was hij een leergierig en ondernemend type, een reiziger en een avonturier. Maar de jonge Peter was ook een baldadige speelgoedgeneraal, dol op oorlogsspelletjes. In Presburg aan de Jaoeza liet hij een miniatuurstad bouwen met een klein fort, een kazerne, een hof van justitie en een haventje. In oktober 1694 - Peter was toen 22 jaar - stelde hij 'voor de grap' twee legers samen, elk twintigduizend man sterk, die een grote veldslag moesten leveren, 'de slag van Kojoechov', een gevecht tegen het dwergstadje Presburg. Er vielen in de strijd, zeggen biografen, al bij al maar 24 doden en tachtig gewonden.

Negen jaar later, in mei 1703, tekende Peter de Grote met de punt van een bajonet in een kwak modder de contouren van zijn nieuwe hoofdstad. In de moerassen van de Neva-delta verrees Petersburg, honderden keren groter dan het Presburg uit zijn jeugd, 'het utopia van tsaar Peter', op een kerkhof van duizenden omgekomen dwangarbeiders. Tsaar Peter was behalve een verlicht despoot (het door Francesco Algarotti en later door Alexander Poesjkin bedachte 'venster op Europa') ook een diabolische tiran. Zijn eigen zoon, de tsarevitsj Aleksej, bezweek aan de verwondingen die de beul hem onder het toeziend oog van zijn vader had toegebracht. Hij liet de minnaar van zijn vrouw Catharina onthoofden. Diens afgehakte hoofd, met uitpuilende ogen en vertrokken mond, dreef dagen en nachten in een met wijngeest gevulde bokaal op de kamer van de keizerin.

'Ik heb jou lief, o Peters schepping', dichtte Poesjkin vele jaren later, in 1833, over de tsarenstad in De bronzen ruiter - Een Petersburgs verhaal. 'Jouw strenge aanblik, statigheid,/ En de Nevastroom, ontzagwekkend,/ 't Graniet dat langs haar oevers leidt.' St.-Petersburgs wijde horizon, de sierlijke paleizen langs de Nevski Prospekt en de lange zomerdagen 'met witte nachten, gekenmerkt door het glanzend halflicht van een permanente schemering' zijn door dichters en schrijvers in vele toonaarden bezongen. In de herziene editie van het 'Het Oog in 't Zeil'-stedenboek De façades van Sint-Petersburg staan verzen van Poesjkin, Tjoettsjev, Annenski, Boenin, Blok, Achmatova, Pasternak, Mandelstam en Nabokov. Je zou kunnen zeggen 'dat de opkomst van Petersburg samenvalt met de opkomst van de Russische dichtkunst', zeggen de samenstellers. Petersburg heeft sinds zijn ontstaan de dichters altijd weten te boeien.

Maar tegelijk rust op die stad volgens de legende 'de vloek van tsarina Avdotja'. Peters eerste vrouw, 'smadelijk door hem verlaten en in een klooster gestopt', zou de hemeltergende woorden hebben uitgesproken: 'Zij deze plaats woestenij!' Petersburg werd vele keren door rampzalige overstromingen geteisterd; er werd gemoord, er braken onlusten uit en revoluties, en tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de stad - tijdens de blokkade van Leningrad - drie winters lang door de Duitsers omsingeld.

Over al die gebeurtenissen zijn boeken geschreven, schilderijen gemaakt en muziekwerken gecomponeerd. Dankzij Gogol, Poesjkin en vooral Fedor Dostojevski zijn 'Petersburgse vertellingen' een zelfstandig genre in de Russische literatuur. Bij Gogol is de stad bedrieglijk en grotesk, bij Dostojevski is het Petersburgse decor realistischer. 'Schizofrenie', gelooft Boland, 'is misschien de kern van wat we Petersburgse vertellingen noemen.' Verhalen als De neus of De bronzen ruiter zouden zonder het besef van deze, bij uitstek Petersburgse vorm van waanzin nooit geschreven kunnen zijn.

Petersburg, vond Dostojevski, is de meest bedachte stad die er is. Het is een hersenspinsel, een vreemde stad met een beklemmende, bijzondere atmosfeer waarin soms zoals bij Gogol onverklaarbare dingen gebeuren. In de roman Petersburg van Andrej Bjely, het merkwaardigste boek over die stad, 'de biografie van een bom' (een terroristenbom in een sardienenblikje), is de stad misschien wel het belangrijkste personage. Petersburg als 'hersenspel', een belangrijk motief in de roman, bestaat of bestaat niet; het gaat over schijn en werkelijkheid. Alle romanpersonages en ook de verteller hebben hun eigen Petersburg verzonnen, zo kan Bjely de stad in al zijn facetten tonen.

In zijn magistrale cultuurgeschiedenis van St.-Petersburg gaat ook Solomon Volkov op die manier te werk, weliswaar niet als romanschrijver maar als kroniekschrijver. De in New York residerende musicus en schrijver Volkov, bekend van zijn gesprekken met Joseph Brodsky, laat zowel historische figuren als door hem geïnterviewden vertellen over drie eeuwen Petersburgse geschiedenis.

In zes hoofdstukken, totaal zevenhonderd pagina's lang (althans in de onlangs uitgegeven Franse editie Saint-Pétersbourg - Trois siècles de culture van het oorspronkelijk in het Russisch geschreven boek; in 1996 verscheen een Engelstalige editie), lopen we als lezer in het kielzog van Poesjkin en Dostojevski, Tsjaikovski en Moesorg ski, Achmatova, Stravinsky en Nabokov, Sjostakovitsj en Brodsky. We lopen door de Nevski Prospekt, we zitten in de concertzaal of in de salons van mecenassen en kunstcritici, we horen de Leningrad-symfonie (de zevende van Sjostakovitsj) en in het café de nieuwe Russische rock. Petersburg, zegt Volkov, is en blijft legendarisch.

Het woord 'Leningrad' klinkt volgens Brodsky in Russische oren even neutraal als de woorden 'constructie' of 'worst'. Het 'Palmyra van het noorden', de meest noordelijk gelegen, grote stad ter wereld, met zijn pokdalige gevels en portieken, pilasters, kariatiden en torso's in de nissen van portalen, kan volgens hem toch niet naar het vroeger alomtegenwoordige konterfeitsel worden genoemd dat spookte door het hoofd van elke Rus: een Lenin met arbeiderspet, een anjer op zijn revers gespeld, met een hand die in de lucht priemt terwijl hij een menigte toespreekt.

'Nacht, straat, lantaarn, apotheek/ Zinloos en dof licht', schreef de dichter Alexander Blok in 1913 over zijn geliefde Petersburg. 'Je sterft en wordt opnieuw geboren, alles herhaalt zich vroeg of laat.' St.-Petersburg werd in 1914, na de Duitse oorlogsverklaring, Petrograd; na de dood van Lenin in januari 1924 werd het Leningrad en in januari 1991, toen de Russische vlag weer werd gehesen, is dat na een referendum gelukkig weer omgedoopt in St.-Petersburg.

Jan Paul Hinrichs: De façades van Sint-Petersburg.
Bas Lubberhuizen; 223 pagina's; euro 19,95.
ISBN 90 5937 026 0.
Hans Boland: Sint-Petersburg onderhuids - Een stadsgids.
Athenaeum - Polak en Van Gennep; 365 pagina's; euro 23,50.
ISBN 90 253 0312 9.
Solomon Volkov: Saint-Pétersbourg - Trois siècles de culture.
Éditions du Rocher, import Nilsson en Lamm; 701 pagina's; euro 23,-.
ISBN 2 268 04440 8.
Lorraine de Meaux (redactie): Saint-Pétersbourg - Histoire, promenades, anthologie et dictionnaire.
Bouquins/Laffont, import Nilsson en Lamm; 1138 pagina's; euro 29,95.
ISBN 2 221 09816 1.
Frank Althaus en Mark Sutcliffe: Petersburg Perspectives.
Fontanka/Booth-Clibborn Editions, import Nilsson en Lamm; 320 pagina's; euro 59,20
ISBN 1 86154 260 7.
Karl Schlögel: Petersburg - Das Laboratorium der Moderne 1909-1921.
Hanser, import Nilsson en Lamm; 702 pagina's; euro 40,50.
ISBN 3 446 20235 8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden