Ziel en zaligheid van zwarte Amerikaanse muziek

HET HEEFT even geduurd, voordat de verwarring over de hedendaagse term 'r & b' was geweken. De zwoele zwarte populaire muziek van de jaren negentig heeft immers dezelfde naam gekregen als haar voorouder uit de jaren veertig, rhythm 'n' blues, zonder dat geluid en ritme eraan refereren....

Bij de eigentijdse term 'new classic soul' kunnen de wat ouderen zich wel onmiddellijk iets voorstellen, omdat soul in de jaren zestig een populair genre was. New soul verwijst naar een bepaald type singer-songwriter-performer, onder wie Erykah Badu, Maxwell, D'Angelo en de nieuwe Britse ster aan het soulfirmament, Lynden David Hall. Hun gezamenlijke grond is behalve hun Afrikaanse wortels het ingrediënt 'soul', onvertaald door iedereen begrepen als: bezielde overtuigingskracht in muziek.

De geschiedenis van de zwarte Amerikaanse muziek begint strikt genomen in 1619 als Nederlandse kooplui op Engelse koloniale grond de eerste Afrikanen als slaven verkopen. De negentiende-eeuwse minstrel show incorporeert tot genoegen van een groot publiek elementen van de muziek van de slaven. Aan het eind van de negentiende eeuw ontstaat uit de rauwheid van de alledaagse ervaringen van zwarte Amerikanen de blues. De twintigste eeuw is de eeuw bij uitstek van de zwarte Amerikaanse muziek, maar in haar weg naar het grote succes bleef zij niet lang echt zwart. Het witwassen van jazz, blues en historische rhythm-and-blues leverde wezenlijk andere muziek op, muziek met een andere ziel.

Soul bleef echter een onvervreemdbaar zwart ingrediënt. Met terugwerkende kracht wordt het begrip 'soul' daarom tegenwoordig toegepast op Afro-Amerikaanse muziek in het algemeen.

Dat gebeurt ook in California Soul - Music of African Americans in the West. Een breed spectrum van genres komt aan de orde, van pre-jazz tot en met de muziek van de jaren tachtig. Het boek is het eerste in wat een ambitieuze nieuwe serie moet worden onder de verzameltitel 'Music of the African

Diaspora'. Het Amerikaanse westen kent een eigen zwarte muziekgeschiedenis, die tot nu toe in de literatuur was onderbelicht, gezien het zwaartepunt van de zwarte cultuurhistorie in het zuiden.

In 1850 werd voor het eerst een volkstelling gehouden in Californië. Er werden 962 zwarten geteld, van wie er twaalf in Los Angeles woonden. De meeste zwarte Amerikanen woonden in San Francisco, waar de uitgaanswijk The Barbary Coast het equivalent was van Storyville in New Orleans. Het was niet toevallig dat in San Francisco, in 1913, een krant voor het eerst het woord 'jazz' in een muzikale context afdrukte. In 1921 werd de Barbary Coast opgedoekt, zoals dat in 1917 met Storyville was gebeurd.

Rond 1900 verschoof het centrum van de Afro-Amerikaanse cultuur in het westen langzaam naar Los Angeles. California Soul legt een vergrootglas op het muziekleven aan Central Avenue in die stad van 1900 tot 1929, het gouden tijdperk van de 'zwarte Angelenos'. Hier werkte Jelly Roll Morton, de eerste zwarte pianist die op geluidsfilm is vastgelegd lang voordat geluidsfilm een commercieel product werd; hier werkte Kid Ory, een van de originele jazzmusici uit New Orleans (net als Morton). Zijn eerste platen maakte hij in Los Angeles. Lionel Hampton drumde in de jaren twintig in allerlei bands in de clubs aan Central Avenue.

California Soul rekent af met het verhaal dat vóór de jaren vijftig niet zoiets bestond als West Coast-jazz. Ook voor de r & b en rock 'n' roll was het muziekleven van Los Angeles cruciaal. Hier richtten de broers Leon en Otis Ren, creoolse migranten uit New Orleans, de eerste zwarte onafhankelijke platenlabels op, Exclusive en Excelsior. Op Exclusive kwam in 1945 de single The Honeydripper uit van Joe Liggins and His Honey Drippers, een sleutelplaat uit de beginperiode van wat tien jaar daarna algemeen zou worden aangeduid als rock 'n' roll. De plaat stond zeventien weken op de hoogste plaats van de r & b-hitparade (toen nog 'race records' geheten), werd een nationale pop-hit (hoogste plaats nummer 13) en zette Los Angeles als bakermat van de commerciële r & b op de kaart.

Louis Jordan and His Tympany Five en Johnny Otis zijn legendarische jump blues-bandleiders met spetterende blazers en een hard swingende beat. Nat King Cole is de schepper van de 'club blues' met het geluid van piano en gitaar. Het boek besteedt verder aandacht aan de blues van Oakland en aan zwarte radiostations, naast diepgravende biografische hoofdstukken over de trompettiste Clora Bryant en Brenda Holloway, de gouden stem van Motown tussen 1964 en 1968.

Samenhangender en gepassioneerder dan California Soul is Brian Wards boek Just My Soul Responding, zwarte-muziekgeschiedenis met de nadruk op de jaren vijftig en zestig. De zwarte gospelmuziek met haar gedrevenheid en overtuigingskracht golfde in de jaren zestig naar buiten, de kerken uit, de hitparades in. Soul-muziek inspireerde zwart en blank om zich in te zetten voor een snellere invoering van gelijke burgerrechten.

Dit is het officiële grote-lijnenverhaal. Ward verbindt hieraan op onnavolgbare wijze ontelbaar veel kleinere verhalen, zoals het volgende. Op 23 november 1963 drukte het vaktijdschrift Billboard zijn laatste rhythm 'n' blues-hitlijst af. Althans, dat dacht men toen. Popmuziek had immers bewezen de raciale muren te kunnen slechten en er was geen reden aan te nemen dat dat in de toekomst zou worden teruggedraaid. Eenderde van de nummers in die laatste r & b-hitlijst stond op naam van witte artiesten, onder wie Elvis Presley en de Beach Boys. Maar op 30 januari 1965, drie weken voor de moord op Malcolm X, stond er toch weer opnieuw een r & b-hitparade in Billboard.

Waarom? De zwarte muzieksmaak (en dus het koopgedrag) was te ver van de algemene muzieksmaak verwijderd geraakt. Wel bleef het blanke publiek dat zwarte muziek kocht, grotendeels hetzelfde. De opleving in de Amerikaanse folkmuziek en het succes van de Britse beatmuziek, twee genres waarin veel zwart songmateriaal gebruikt werd, maakte een integere belangstelling voor de originele zwarte muziek los onder een nieuwe generatie blanke jongeren. James Brown was in 1966 na The Beatles en Bob Dylan derde in een grote populariteits-poll onder studenten.

Het zwarte publiek begon echter steeds minder te zien in de blanke popmuziek en steunde consequent de eigen zwarte artiesten, platenlabels en radiostations als geweldloos wapen in hun emancipatiestrijd, met als gevolg de terugkeer van gescheiden hitlijsten.

Pas in augustus 1969 werd de r & b-lijst omgedoopt in soul chart, terwijl de term soul al jaren in zwang was. Soul is een prachtig begrip; het sluit The Rolling Stones uit en Otis Redding in - een kwestie van gevoel. The Stones begonnen indertijd als r & b-groep en nog altijd kunnen blanke artiesten r & b zijn. George Michael kwam onlangs gevaarlijk dicht bij soul in zijn Unplugged-concert voor MTV met louter zwarte achtergrondvocalisten. Het is het grootste muzikale compliment dat je hem kunt geven.

Just My Soul Responding en California Soul zijn uitstekende aanvullingen op de serieuze literatuur over de zwarte Amerikaanse muziek met een ziel (zoals Ian Hoare's bundel The Soul Book uit 1975; Sweet Soul Music - Rhythm and Blues and the Southern Dream of Freedom uit 1985 van Peter Guralnick; Gerri Hershey's Nowhere To Run; The Story of Soul Music uit 1994). California Soul maakt muziekgeleerden nóg geleerder. Just My Soul Responding is een wonderschoon boek dat opnieuw woede wekt over de verrotheid van het racisme en hongerig maakt naar echtheid en diepe zeggingskracht in muziek die een levensbehoefte is van mensen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden