Ziek van literatuur

Het was de tijd van de Generación X, toen twintigers als José Angel Mañas, Ray Loriga en Juan Manuel Prada in Spanje succes hadden met hun rauwe beschrijvingen van het geweld in de voorsteden. Door de nihilistische teneur van zijn werk is Vila-Matas weleens met de X’ers vergeleken, maar dat is onterecht. Zijn nihilisme heeft niets met de straat te maken; het is een geraffineerd spel met de literaire traditie, vooral met de avant-garde van dada en surrealisme. Alles ademt literatuur bij Vila-Matas.

Van de hele Generación X is weinig over, maar Vila-Matas bleef. Met De waan van Montano schreef hij een ambitieuze, inmiddels internationaal bekroonde roman, die herkenbaar bij zijn oude poëtica aansluit. De toon van het boek is echter veel minder vrolijk en licht dan vroeger. Er valt nog wel om Vila-Matas te grinniken, maar zijn humor is bepaald grimmig, en thema’s als dood en angst zijn nadrukkelijk aanwezig. De dandy is zwaarmoedig geworden.

In het Nederlands klinkt de titel nog vrij onschuldig, maar in het Spaans staat er El mal de Montano: niet de ‘waan’, maar het ‘kwaad’ of in dit geval de ‘kwaal’ van Montano. Montano is een van de vele afsplitsingen van de verteller, een zelfgecreëerde dubbelganger op wie hij een aantal van zijn angsten en verlangens projecteert. Montano’s kwaal bestaat erin dat hij volledig besmet is door literatuur. Door het jarenlange onafgebroken lezen en schrijven is zijn bestaan verliteratuurd. Er kan in zijn leven niets gebeuren of er schieten hem allerlei toepasselijke citaten uit de wereldletterkunde te binnen. Als hij op straat loopt, botst hij voortdurend tegen mensen aan die hem aan Musil of Gombrowicz doen denken. En als op 11 september 2001 Manhattan wordt aangevallen, is zijn eerste reflex om bij Kafka na te kijken wat die zoveel jaar eerder op dezelfde datum in zijn dagboek schreef. Het blijkt ook nog betekenis te hebben, want één keer verwees Kafka naar een ongeluk en een ander jaar naar New York. Wie aan de ziekte van Montano lijdt, is voldoende paranoïde om ernstig rekening te houden met dergelijke coïncidenties.

Voor familieleden is het syndroom van Montano irritant, maar de patiënt zelf houdt zijn kwaal nauwelijks uit. Zijn hersenen kennen geen moment rust, omdat er steeds weer nieuwe literaire gedachten zijn al overvolle hoofd binnendringen. Daarnaast is er ook de immer aanwezige angst voor de naderende waanzin.

De waan van Montano is het logboek van een ziekte. De schrijver probeert niet zijn vroegere, onbezoedelde ik terug te winnen, maar registreert het onvermijdelijke ziekteproces, de transformatie van zijn persoon in een reeks symptomen. Hij koestert dus niet de illusie dat zijn schrijven therapeutisch zou werken. Het tegendeel is waar: hoe meer de patiënt schrijft en dus met literatuur bezig is, hoe grondiger de besmetting en hoe uitzichtlozer de situatie.

Aan de opbouw en stijl van het boek is goed te merken dat hier iemand aan het woord is die langzaam en bij volle bewustzijn desintegreert. In plaats van een mooi geordend verslag krijgen we allerlei aanzetten tot verhalen die nooit worden uitgewerkt, stukken dagboek, kritische bespiegelingen, allerhande Spielereien, lemma’s voor een schrijversencyclopedie die steevast ontaarden in duistere fantasieën. Je moet als lezer bestand zijn tegen een grote dosis chaos. Als dat lukt, valt er veel moois te rapen, want er staan stukken in dit boek die je zo weer zou willen lezen. Je krijgt vooral veel zin om de geciteerde schrijvers te lezen of te herlezen en zo bij te dragen aan de verspreiding van het virus.

Vila-Matas is binnen de Spaanse literatuur een volstrekt unieke figuur, maar het syndroom van Montano heeft bij verschillende van zijn collega’s toegeslagen. In zijn boek verwijst Vila-Matas naar de Mexicaan Sergio Pitol die hij blijkt te vereren, maar jammer genoeg vermeldt hij er niet bij waarom. Het onlangs vertaalde Het defilé van de liefde (Cossee) lost de hoge verwachtingen alvast niet helemaal in. Het is een mooi geschreven, doorwrocht, maar tegelijk ook vrij traditioneel verhaal over een historicus die gefascineerd raakt door een oude moordzaak waar hij als kind zijdelings bij betrokken was. Pitol blijkt vooral te excelleren in de zedenschets.

Eigenlijk doet De waan van Montano veel meer denken aan het werk van de Chileen Roberto Bolaño. In obsederende romans als De woeste zoekers, Het lichtende kwaad en Chileense nocturne (Meulenhoff) bedrijft die een alternatieve vorm van literatuurgeschiedenis met veel aandacht voor obscure en terecht vergeten avant-gardeschrijvers (terwijl Vila-Matas zich in zijn laatste boek beperkt tot de 20ste-eeuwse canon van prozaïsten, van Musil tot Sebald). Er zijn echter ook de auteurs van literaire dagboeken die aan het vak verslaafd zijn en het citeren en parafraseren niet kunnen laten: de Canadese Argentijn Alberto Manguel herlas een jaar lang elke maand een meesterwerk en bracht daarvan verslag uit in Dagboek van een lezer (Ambo) en de Spanjaard Francisco Umbral breide met Een wezen van verten (IJzer) een vervolg aan zijn prachtige intieme kroniek Sterfelijk en roze.

Het lijstje van montanisten kan nog aangevuld worden met twee auteurs van meta-literaire thrillers. De Argentijn Pablo de Santis voert ons in Het labyrint (Prometheus) door een zelfgeschapen realiteit vol boeken en manuscripten in een tot ruïne vervallen bibliotheek. Drie critici gaan op zoek naar de geheime papieren van de schrijver Brocca. En de Spanjaard Carlos Ruiz Zafón laat in zijn spannende bestseller De schaduw van de wind (Signature) pas echt zien tot wat voor misdadige excessen de liefde voor literatuur kan leiden. Een ex-schrijver probeert systematisch zijn sporen uit te wissen, maar wordt daarin tegengewerkt door een paar fanatieke lezers die zijn teksten willen redden van het Kerkhof der Vergeten Boeken.

Voor wie het nog niet duidelijk was: de Spaanse en Latijns-Amerikaanse letteren zijn allang niet meer het exclusieve speelterrein van magisch-realisten à la Márquez en Allende. Naast de traditie van Macondo (naar de fictieve plaats waar Márquez een aantal van zijn verhalen situeert) laat de traditie van Babel (naar het verhaal ‘De bibliotheek van Babel’ van Jorge Luis Borges, peetvader van alle montanisten) zich steeds uitdrukkelijker gelden. Tot meerdere eer en glorie van de lezer.

Enrique Vila-Matas: De waan van Montano Vertaald uit het Spaans door Adri Boon. De Bezige Bij; 318 pagina’s; ¿ 24,90. ISBN 90 234 1636 8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden