ANALYSE

Ziek op het witte doek

Films waarin ziekte de hoofdrol speelt, schipperen tussen te rooskleurig en te duister. Hoe dicht kunnen films de werkelijkheid van een slopende ziekte benaderen?

50/50.

Zou hij nog voorkomen, 'Ali MacGraw's Disease'? Deze ongeneeslijke, aan filmpersonages voorbehouden ziekte werd in 1970 door de befaamde Amerikaanse filmcriticus Roger Ebert ontdekt, toen hij Love Story zag. In dit melodrama van Arthur Hiller speelt Ali MacGraw de beeldschone studente Jenny, die dodelijk ziek blijkt te zijn. Waaraan ze precies lijdt, wordt nooit gezegd; 'het enige symptoom (van Ali MacGraw's Disease) is dat de patiënt steeds mooier wordt, totdat ze uiteindelijk sterft', aldus Ebert.

Dat was 1970. In het kielzog van het immens succesvolle tiener-kankerdrama The Fault in Our Stars (2014) verschijnt momenteel de ene 'ziektefilm' na de andere in de bioscoop. Op het eerste gezicht draaien die niet om de hete brij heen. In het vandaag uitgebrachte You're Not You toont regisseur George C. Wolfe hoe het leven van pianiste Kate (Hilary Swank) wordt onttakeld door de zenuw- en spierziekte ALS (amyotrofische laterale sclerose). In James Marsh' The Theory of Everything (te zien vanaf 15 januari) legt dezelfde ziekte beslag op het lichaam van wetenschapsicoon Stephen Hawking (Eddie Redmayne). En Julianne Moore oogt deerniswekkend verfomfaaid in Richard Glatzers alzheimerdrama Still Alice (al uit in Amerika, hier te zien vanaf maart).

De ziektefilm is eerlijker geworden, kun je aan de hand van deze producties stellen. En toch blijft het een genre dat zich op glad ijs begeeft, schaatsend tussen realisme en amusement. Hoe dicht kunnen speelfilms de werkelijkheid van een slopende ziekte benaderen? Wordt het niet al snel sentimenteel en vals, te rooskleurig of juist te duister?

In elk geval blijkt de ene ziekte een aantrekkelijker of gemakkelijker filmonderwerp dan de andere. Zo tonen wetenschappelijke onderzoeken aan dat een veelvoorkomende ziekte als borstkanker extreem ondervertegenwoordigd is in films, en dat kankerpatiënten in films doorgaans niet alleen knap, maar ook nog jonger dan 40 zijn. Volgens communicatiewetenschapper Deb Verhoeven zijn leukemie en hersentumoren zo 'populair' in films 'omdat ze niets te maken hebben met onbespreekbare seksuele organen, met vieze anatomische systemen of met verminking door ziekte, operatie of bestraling.' Dat een zeer veelvoorkomende ziekte als longkanker relatief zelden opduikt in speelfilms, wijt Verhoeven aan de lobby van de tabaksindustrie.

The Theory of Everything.

Ook ALS heeft tot nu toe in weinig films gefigureerd, wat volgens regisseur James Marsh niet alleen heeft te maken met de relatieve zeldzaamheid en onbekendheid van de spierziekte. 'Het is een ontzettend lastige ziekte om geloofwaardig over te brengen', zei hij in The LA Times over ALS, naar aanleiding van The Theory of Everything. 'Het is progressief. Niet stabiel. In kleine stappen verander je van fysiek capabel in volledig gehandicapt.' Om dat proces overtuigend te verbeelden, nam hoofdrolspeler Eddie Redmayne choreografielessen: 'Ik moest mijn lichaam trainen als een danser, maar leerde mijn spieren te verkorten in plaats van ze te verlengen.'

Weinig acteurs die het hem nadoen, en weinig regisseurs die zich als Marsh aan een film over ALS wagen. Een bijzonder toeval dus, dat met You're Not You nog een andere grote publieksfilm over de ziekte is verschenen. Hilary Swank nam geen danslessen om in het verwrongen lijf van haar personage te kunnen kruipen, maar kreeg hulp van een in ALS gespecialiseerde verpleegster om te leren 'bewegen, spreken en veranderen zoals ALS-patiënten doen.' In een van de sleutelscènes traden bovendien echte ALS-patiënten op als figurant. 'Dat ze meededen met Hilary in het ziekenhuis was nogal ontroerend voor iedereen', zegt producer Alison Greenspan in de persmap. 'We beseften toen ook hoe raak Hilary's acteerprestatie was, wat betreft de fysieke manifestaties van ALS.'

Niettemin illustreert You're Not You dat er nog steeds grenzen zijn aan het realisme van de moderne ziektefilm. Hoe onomwonden de film ook wil zijn in zijn verbeelding van ALS, de toeschouwer wordt nog altijd herhaaldelijk gespaard. Als Kate haar spraakvermogen dermate heeft verloren dat vrijwel alle andere personages haar niet meer kunnen volgen, blijft ze voor het bioscooppubliek verstaanbaar. En wanneer ze het uitschreeuwt van de pijn, wordt het geluid weggedraaid en nemen troostende strijkers de soundtrack over.

Is dat erg? Misschien hoeft de toeschouwer van ziektefilms niet altijd met de neus op de feiten te worden gedrukt. Wetenschapster, schrijfster en borstkankerpatiënte Ilana Horn stelt in haar weblog chemobabe.com: 'Pijn en lijden moeten ook kunnen worden gesuggereerd zonder dat het publiek het zwaar te verduren krijgt.'

The Fault in Our Stars.

Wat haar betreft hoeft film geen natuurgetrouwe weergave van de werkelijkheid te zijn. Horn wijst op films als de tragikomedie 50/50 (Jonathan Levine, 2011) en The Fault in Our Stars: die komen soms nogal gepolijst over en ja, de jonge hoofdpersonages blijven knap en aantrekkelijk tot het einde. Maar zulke films hebben volgens Horn genoeg details die wél midden in de roos zijn: het stompzinnige gedrag van dokters, het sterven van medepatiënten, de noodzaak om lang doodstil te liggen voor een MRI-scan, het verlangen je kleren te wisselen zodat je de ziekenhuisgeur kwijtraakt. 'Zo lang kunst onze menselijkheid verdiept, heeft ze haar werk gedaan', vindt Horn.

Toch zou menig deskundige graag zien dat ziektefilms hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen en zich nog beter aan de feiten houden. Een Italiaans wetenschappelijk onderzoek uit 2012 concludeerde dat films over kanker het genezingsproces onrealistisch somber benaderen: in verreweg de meeste films komt het aan kanker lijdende personage te overlijden.

Kuchje

'Een hoest is het eerste teken van een terminale ziekte', schrijft het Vanity Fair Hollywood Rule Book voor, en dat is niet voor niets: filmpersonages hoesten zo zelden dat zelfs het allernonchalantste kuchje omineus klinkt. Acteur Alec Baldwin maakte er ooit een briljante Saturday Night Live-sketch van, waarin hij haarfijn uitlegt hoe je die eerste hoest moet vertolken - met de zin 'Het is niets, enkel een verkoudheid' als bonus. 'Zodra je die technieken beheerst, kun je overschakelen op meer geavanceerd hoesten zoals het technisch zwaardere 'Hoest in je zakdoek, zie dat er bloed in zit, kijk nerveus rond, prop hem terug in je zak en ga snel verder'', aldus Baldwin.

'Heel vaak bezwijkt het zieke personage onder zijn ziekte en is zijn dood op de een of andere manier nuttig voor de plot', zegt medeonderzoeker Luciano De Fiore op gezondheidswebsite Newsmax. 'Dit patroon is zo sterk gestandaardiseerd, dat het, ondanks de vooruitgang van behandelmethodes, blijft bestaan.'

Geen wonder dat het bijna onwerkelijk aanvoelt, wanneer twintiger Adam (Joseph Gordon-Levitt) in 50/50 van zijn kanker geneest. Alsof zo'n happy end helemaal niet mogelijk zou zijn - zeker niet voor jonge, knappe, door hun ziekte tamelijk ongeschonden hoofdpersonages als die van 50/50.

Maar dat kan dus wél. 'De indruk die mensen van kanker hebben, is gebaseerd op wat ze in films hebben gezien. In elke film over kanker gaat het er droef en melodramatisch aan toe, en de hoofdpersonages sterven altijd aan het einde, na het te hebben bijgelegd met hun al veertig jaar uit het oog verloren zoon', zeiden 50/50-scenarist (en ex-kankerpatiënt) Will Reiser en bijrolspeler Seth Rogen op spinningplatters.com. 'Bij ons dus niet.'

You're Not You.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden