Zie mij hoor mij lees mij volg mij

De moderne mens creëert zijn moderne ik nauwelijks meer thuis, met zijn familie en vrienden, maar bouwt in de publieke ruimte aan een soort schijnversie van zichzelf....

Fred de Graaf, burgemeester van Apeldoorn, was ‘als een kind zo blij’ toen hij hoorde dat koningin Beatrix was ingegaan op zijn persoonlijke uitnodiging om Koninginnedag in zijn stad te vieren. Opgetogen bereidde hij maandenlang het bezoek voor, trots zat hij naast Beatrix in de koninklijke bus. Nadat Karst T. de droomdag van De Graaf aan flarden had gereden, zagen we op tv een burgemeester die de rampspoed kalm in goede banen leidde, de overige festiviteiten afgelastte en een keurige persconferentie organiseerde.

Een waardige burgemeester.

Twee dagen later was Fred de Graaf te gast in het geheel aan hem gewijde actualiteitenprogramma EénVandaag.

‘Bent u iemand die huilt?’, vroeg de verslaggeefster. ‘Nee’, zei Fred de Graaf. ‘Ik huil wel van binnen, maar niet van buiten.’

Ineens zagen we op tv een heel andere burgemeester. Deze stond vooral uitgebreid stil bij zijn eigen emoties. Hij vertelde hoe direct na de aanslag bij hem ‘een knop was omgegaan’. Hoe ‘kalm, heel rustig, beangstigend rustig’ hij werd na de klap. Hij sprak over zijn optreden in de vorm die sporters ook altijd gebruiken: ‘Dan moet je actie ondernemen. Dan moet je je telefoon, die op stil staat, ontgrendelen. Je moet handelen op het moment dat zich iets voordoet.’ Immers: ‘Dat is je verantwoordelijkheid als burgemeester.’

Veel aanweziger nog dan Fred de Graaf was Rob Visser. Dominee Rob Visser, predikant in de Grote Kerk in Apeldoorn: wie kent hem inmiddels niet? De avond na de aanslag zat hij bij Pauw & Witteman. De dag na de aanslag zat hij bij Radio 1. Drie dagen na de aanslag zat hij bij Kruispunt. Zeven dagen na de aanslag zat hij bij Met het oog op Morgen. Steeds opnieuw vertelde hij hoe een journalist hem naar de ‘plek des onheils’ had gestuurd, en welke ‘enorme leegte en ontreddering’ hij daar had aangetroffen. Hij sprak over de geestelijke bijstand die hij verleende, de kaarsjes die hij verstrekte, het luisterend oor dat hij bood, de hulpverleners die hij opving, de herdenkingsdiensten die hij organiseerde. Hoe hem dat allemaal lukte tussen het te woord staan van de media door, mag wel een wonder heten.

Waarom laten mensen zich zo eindeloos interviewen, volgen, portretteren en nog een keer interviewen? Niet omdat ze niks beters te doen hebben. Dominee Visser had zich de afgelopen weken vermoedelijk wel 48 uur per dag nuttig kunnen maken met het verstrekken van geestelijke bijstand en het bieden van luisterende oren; toch koos hij ervoor veel van die uren te besteden aan het op en neer reizen naar Hilversum. Fred de Graaf was op 2 mei vast harder toe aan een dagje bijkomen op de bank dan aan het ontvangen van een cameraploeg van EénVandaag; toch koos hij voor het laatste.

Niet onopgemerkt gebleven
Het is ijdelheid en behoefte aan erkenning, natuurlijk; maar het is misschien meer dan dat. Het lijkt wel of mensen het doen omdat wat ze meemaken anders niet telt. Of wat ze beleven, en vooral ook wat ze daarbij voelen, pas echt bestaat als het in de openbaarheid is geweest en door zoveel mogelijk mensen is opgemerkt. Het lijkt erop dat de publieke ruimte definitief de rol heeft overgenomen van de privéomgeving. Karst T. reed zich niet anoniem te pletter tegen de muur van de plaatselijke Lidl, maar koos als decor voor zijn daad het evenement dat die dag ieders belangstelling had.

De tijd dat mensen zich ergerden aan al te veel publiek vertoon lijkt voorbij; meedoen is de norm. En de enkeling die daar geen trek heeft wordt hardhandig tot de orde geroepen. Vorige week beklaagde Herman Meijer, eindredacteur van Pauw & Witteman, zich op twitter over minister Ab Klink van Volksgezondheid. Die zou in het programma komen, maar kwam niet; en dat was al een paar keer eerder gebeurd. Meijer: ‘Mijn vermoeden: hij komt nooit.’ In HP/De Tijd, dat Meijer om commentaar vroeg, verklaarde de eindredacteur zijn boosheid: ‘Sommige politici zouden wat meer waardering moeten tonen voor een groot programma als het onze.’

O ja? Waarom dan wel? De enige plek waar een minister verantwoording moet afleggen, is nog steeds het parlement.

Dat Ab Klink, als hij zich dan toch een keer wil laten interviewen, liever kiest voor een programma als Buitenhof dan voor Pauw & Witteman is a) zijn goed recht en b) best begrijpelijk. Bij Buitenhof gaat het vooral om wát iemand te melden heeft, niet om hoe geestig hij dat doet, wat hij daarbij voelt, en wat er verder zoal door hem heen gaat, ging of gegaan is. Het is veel merkwaardiger dat er elke dag zoveel mensen bereid zijn zich bij Pauw & Witteman of DWDD aan het circus der ijdeltuiten over te leveren, dan dat iemand daar nou eens helemaal geen trek in heeft. Waarom zou je gretig moeten opdraven wanneer iemand je belt, zolang je niet een boekje of een cd aan de man moet brengen of heel veel verstand van iets hebt en graag je kennis wilt delen?

IJdelheid is van alle tijden, en ijdelheid op radio, tv, in kranten en op internet is er al zolang radio, tv, kranten en internet bestaan. Alleen is er tegenwoordig zoveel meer radio, tv en internet (kranten even iets minder) en is de ijdelheid dus zoveel zichtbaarder, dat je er soms doodziek van wordt. Je kan het bijna niet meer ontlopen; ook al niet omdat het onderscheid tussen privé en publiek steeds verder vervaagt.

De moderne mens creëert zijn moderne ik nauwelijks meer thuis, met familie en vrienden, maar bouwt in de publieke ruimte aan een soort schijnversie van zichzelf. En natuurlijk is die schijnversie een mooiere, betere en leukere dan het origineel.

Het nieuwste speeltje op internet is twitter, dat in een paar maanden tijd ontzettend populair is geworden. In kranten en bladen verschijnen er vooral lovende verhalen over, want journalisten zijn als de dood ouderwets te worden gevonden. En twitter is ook best een grappig tijdverdrijf; voor wie snel op de hoogte wil worden gebracht van nieuws, nieuwtjes en opvallende gebeurtenissen op internet is het zelfs een heel handig netwerk.

Maar meer dan als nieuwsbron wordt twitter gebruikt als babbelbox. Als een soort msn, maar dan anoniemer: wat je schrijft (een ‘tweet’ van maximaal 140 tekens) kan worden gelezen door iedereen die besloten heeft jou te lezen en daartoe op het knopje ‘follow’ onder je foto heeft gedrukt. Net als bij andere sociale netwerken als Facebook, Hyves en LinkedIn is een deel van de lol het verzamelen van zo veel mogelijk ‘followers’, volgers – al zou volgelingen misschien een betere vertaling zijn. Hoe meer volgers, hoe populairder en dus geslaagder in het leven je bent.

Ochtendseks
De meeste twitteraars hebben van het grootste deel van hun volgers, ook al kennen ze hun namen, geen flauw idee wie het precies zijn. Dat weerhoudt hen er merkwaardig genoeg niet van de hele dag door ijverig aan al die mensen te vertellen wat ze doen en wat hen zoal bezighoudt. Gaan ze een stukje hardlopen? ‘Ga stukje hardlopen’. Kijken ze naar het Songfestival? ‘Kijk naar het Songfestival’. Een paar uur later: ‘Lekker gelopen!’ ‘Songfestival weer kut.’

Ook hier lijkt een gebeurtenis in het echte leven pas daadwerkelijk plaats te vinden - en waarde te hebben - wanneer hij niet alleen aan een geliefde, een paar vrienden of de buurvrouw is meegedeeld, maar ook aan liefst zo veel mogelijk (anonieme) mensen. En ook hier presenteren mensen zich in het publieke domein als een betere, geperfectioneerde versie van zichzelf.

Want het lijkt er op het eerste gezicht op dat twitteraars elke oprisping in de openbaarheid gooien, in werkelijkheid zijn ze daarin behoorlijk selectief. Wat wordt meegedeeld, zijn dingen waarvan de twitteraar vindt dat hij ermee voor de dag kan komen. Zaken die zijn imago bevestigen of oppoetsen. Hij werkt aan een interessant artikel, gaf een boeiende lezing, sleepte zojuist een dijk van een opdracht binnen. ‘Het vrouwtje had zin in ochtendseks maar ik kreeg mijn verschrompelde apparaat niet omhoog’: dat lees je nou nooit. ‘Ben de plee aan het poetsen’ evenmin - tenzij de twitteraar een beroemdheid is die juist wil laten zien dat hij óók maar gewone dingen doet. Maar dan is het toch liever: ‘Inkopen doen op de boerenmarkt. Vanavond risotto ai funghi di bosco con arancia e rosmarino!’

De homo twitterens gaat naar steden en symposia, bezoekt musea, converseert met andere geslaagde mensen en beantwoordt de bewonderende ‘tweets’ die hij krijgt van zijn volgelingen. En vooral zit hij veel achter de computer, op zoek naar interessante sites waar hij anderen weer op attent kan maken. Zie mij, hoor mij, lees mij, volg mij: het doet niemand kwaad, maar op de een of andere manier heeft het toch iets wanhopigs.

Toen Fred de Graaf, burgemeester van Apeldoorn, op de avond van de naarste dag van zijn leven thuis kwam, schonk hij zich een drankje in en ging in de achterkamer de dag verwerken. Zijn familie was ook thuis, maar zat niet bij hem. Zij keken in de voorkamer naar televisie.

Vertelde hij bij EénVandaag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden