'Zie een foto als een Zwitsers zakmes, voor meer doelen'

Ai Weiwei, de dwarse Chinese protestkunstenaar die vooral beroemd werd door internet, toont in fotografie-museum Foam in Amsterdam met duizenden foto's de vluchtelingencrisis. 'Een foto is bewijslast.'

Ai Weiwei. Beeld Daniel Cohen

Beroemd? Ai Weiwei gaat er eens goed voor zitten. In de lobby van het Waldorf Astoria Hotel in Amsterdam pakt hij zijn theekopje flink vast, zet het aan zijn mond en slurpt het halfleeg. Hij moet er even over nadenken, maar de vraag prikkelt hem duidelijk. Begrijpelijk. Wat Damien Hirst tien jaar geleden was, is Ai Weiwei op dit moment: de bekendste en volgens velen meest relevante kunstenaar ter wereld. Zijn foto's, beelden, verzaagde meubelstukken en in elkaar geschroefde bomen zijn al jaren in musea over de hele wereld in te bewonderen. Zijn gevangenneming op het vliegveld van Beijing, in 2011, was wereldnieuws, net als zijn vrijlating en de teruggave van zijn paspoort, in 2015.

Waar Ai komt ontstaat drukte, aandacht en commotie. Maar beroemd?

'Ik weet wat beroemd-zijn betekent. Mijn vader was beroemd. Hij was een bekende dichter, verbleef in Parijs, leerde daar het werk van Rimbaud, Verlaine en Apollinaire kennen. Keerde terug naar China en behoorde tot de eerste generatie communisten. Maar daarna raakte hij uit de gratie, kreeg twintig jaar werkstraf en kon alleen nog maar plees schoonmaken. Pijnlijk.'

Niet dat het alleen maar nadelen heeft, geeft hij vervolgens toe. 'Ik ben ook gelukkig in een communistisch land te zijn opgegroeid. In armoede. Het gevoel dat niemand je nodig heeft, maakt ook een overlevingsdrift in je wakker. Trouwens, beroemd ben ik pas na 2004 geworden, door mijn eerste grote tentoonstelling. Daarna kreeg ik aandacht: werd ik gevraagd het Olympisch Stadion in Peking mede te ontwerpen. Ik ben de meest getoonde kunstenaar op dit moment. De afgelopen twaalf jaar heb ik zo'n vier-, vijfhonderd exposities gehad. Daarvoor maakte ik ook werk, zonder dat iemand het wist.'

Van vloer tot plafond

#SafePassage heet de expositie die Ai Weiwei heeft ingericht in fotomuseum FOAM in Amsterdam. In drie zalen zijn duizenden foto's aan de muur geplakt, van vloer tot plafond, die hij, vaak zelf prominent in beeld, maakte tijdens zijn bezoeken aan vluchtelingenkampen in het Midden-Oosten en rond de Middellandse Zee. De erezaal van het museum is beplakt met door Ai ontworpen behang, waarvan het motief wordt gevormd door een hand met een opgestoken middelvinger, Ai's handelsmerk als hij autoriteiten op de hak neemt. In een apart zaaltje worden enkele, urenlange, documentaire films van Ai getoond. Op centrale posities staan sculpturen: een bewakingscamera in wit en twee reddingsboeien in zwart marmer.

Wat zijn doorbraak heeft bevorderd? Ai hoeft niet lang na te denken. 'Dankzij internet heeft mijn carrière vuur gevat. Ik voelde me herboren.' Dat antwoord is begrijpelijk: zijn selfies zijn een hit op internet. Miljoenen volgden zijn realtime-webcam-belevenissen tijdens zijn huisarrest. Zijn beeldrelaas over vluchtelingen, op Instagram, heeft velen all over the world wakker gemaakt. Ai beseft maar al te goed dat hij dankzij internet bekend is geworden. En dat de fotografie daarbij een belangrijk medium is. Zelfs een wapen.

'Zie het als een Zwitsers zakmes. Het dient meerdere doelen. Het belangrijkste is de foto als bewijsmateriaal. Dat ik iets heb vastgelegd. Soms blijkt dat pas na twintig jaar, als ik een foto terugzie en mijn oog op andere details valt. Foto's zijn het bewijs dat je ergens bent geweest. Dat er menselijke activiteiten zijn geweest. Ook van de overheid, hoewel die dat altijd zullen ontkennen. Met een foto heb je wat in handen, over misstanden bijvoorbeeld. Maar in China win je nooit. Ook niet in de rechtszaal. Er zijn altijd hogere machten.'

Fotografie als bewijslast, geldt ook andersom: Ai werd zelf intensief door de overheid geobserveerd. 'Ik kwam erachter toen ik met mijn zoontje in een park in Beijing aan het wandelen was. Er liep iemand rond die ons fotografeerde. Hij zei een toerist te zijn, maar toen ik hem achterna rende en zijn mobiel te pakken had, heb ik stiekem de geheugenkaart eruit uitgehaald. Thuis bleek dat hij alles tot in detail had gefotografeerd. Zelfs de kinderwagen en de schoenzolen van onze chauffeur. Het was zeer professioneel gedaan.'

Dit soort foto's hangt nu in Amsterdam, in Fotografiemuseum Foam, en kunnen in China niet worden getoond. Net als andere opnamen van jongeren tijdens bepaalde bijeenkomsten. 'Het is heel gevaarlijk.'

Dat hij jarenlang werd gevolgd door undercoveragenten en via observatiecamera's, daar is hij nu uiterst relativerend over. 'Het is op een gegeven moment net zo vanzelfsprekend als de zwaartekracht. Je merkt het niet meer.'

Inmiddels woont Ai alweer anderhalf jaar in Berlijn. Hij kreeg er een aanstelling aan de universiteit. Hij leeft er met vrouw en zoon. 'Ik verkeer eigenlijk in een kleine omgeving. Spreek de taal niet. Ben veel op mijn atelier. Geef les. Meer vrijheid? Natuurlijk, ik kan nu beter uitvoeren wat ik in gedachten heb, maar vrijheid is toch iets wat je voelt als je strijd voert. Ik voel me nu wel meer relaxed. Overigens ben ik niet veel in Berlijn. De laatste tijd heb ik twaalf landen bezocht, zoals Griekenland, Turkije, Libanon en Jordanië. Overal waar vluchtelingen zijn.'

De aanleiding: 'In China kreeg ik het verzoek als jurylid tekeningen te beoordelen van vluchtelingen. Opvallend was dat het helemaal geen gewelddadige tekeningen waren, maar juist onschuldige. Op het kinderlijke af. Toen ik mijn paspoort terugkreeg, heb ik me voorgenomen langs de kampen te gaan reizen en al die gebieden vast te leggen, op film, met foto's.'

In Foam hangen die foto's nu met duizenden tegelijk tegen de muur, als een kleurig behang van gefotografeerde ellende. Opvallende verschijning: Ai Weiwei zelf. Het bolle gezicht van de Chinees staat op zowat de helft van de afbeeldingen. 'Weet u, ik ben eigenlijk verlegen. Vroeger kreeg ik altijd een rode kop van de aandacht. Dankzij Instagram en webcam ben ik eroverheen gegroeid. Eigenlijk hou ik niet van mijn eigen aanwezigheid, maar het is ook een bewijs: ik ben er geweest.'

#SafePassage in het Amsterdamse Foam. Beeld Anne van der Weijden

Grote afwezige te midden van het fotobombardement is de opname die op internet verscheen en waarop Ai te zien is, liggend op het Griekse strand, als Alan Kurdi, het aangespoelde Syrische jongetje met de gymschoentjes. Wat Ai, met alle kennis van moderne media, niet doorhad: de golf aan kritiek die over hem heen zou rollen.

Ai, lachend: 'Het is altijd een van de laatste vragen die journalisten me durven te vragen. Maar goed, een fotograaf van een Indiase krant vroeg me om zo op het strand te gaan liggen. Wat ik heb gedaan. Geen idee dat de afbeelding op internet zoveel reacties zou opleveren. Ik vind het nog steeds overdreven. Waarom is hier zoveel aandacht voor en niet voor al die andere kinderen die dagelijks aanspoelen?'

Wat hij met zijn vluchtelingen-project wil bereiken? Ai is er bescheiden over. 'Ik ben niet moralistisch of religieus. De politiek kan ik niet beïnvloeden. Ik probeer het leed te documenteren en beter te begrijpen. 20 miljoen kinderen zonder school, zonder eten; om dat te veranderen, daar is tijd voor nodig. Dat lukt niet met deze foto's alleen. Het gaat om menselijk plezier. Of ik iemand gelukkig kan maken in deze moeilijke omstandigheden. Een hoger doel heb ik niet.'

#Safepassage, Foam, Amsterdam, t/m 7/12.

CV Ai Weiwei

Ai Weiwei (59) is geboren in Peking. Hij groeit op in het afgelegen Xinjiang, vanwege de verbanning vader. Terug in Peking ( 1978) toegelaten tot filmacademie. Leeft van 1981 tot 1993 in de VS, vooral in New York. Keert later terug naar China. Groeit uit tot vooraanstaand beeldend kunstenaar en boegbeeld van een nieuwe Chinese generatie vaak experimentele kunstenaars. In 2005 verschijnt zijn eerste blog op internet, dat - later met Facebook, Twitter en Instagram - hét platform vormt voor zijn politieke en artistieke opvattingen. Hij is een van de ontwerpers van het Nationale Stadion, bekend als het Vogelnestje, de hoofdlocatie van de Olympische Spelen van 2008. Later distantieert hij zich van het megaproject.

Na de zware aardbeving met duizenden doden tot gevolg in Sichuan in 2008 bekritiseert Ai lakse, corrupte ambtenaren die bouwvergunningen hebben afgegeven voor inferieure schoolgebouwen. Hij publiceert de namen van 5.385 bij de aardbeving gestorven scholieren - die de overheid weigert te openbaren. Bij een protestactie in 2009 wordt hij door de politie geslagen. In München wordt een hersenbloeding geconstateerd; een spoedoperatie volgt. In 2011 wordt Ai gearresteerd op het vliegveld van Beijing. Bijna drie maanden zit hij, ergens, gevangen.

Na zijn vrijlating houden de autoriteiten Ai in de gaten. Zijn paspoort is ingenomen. In 2015 krijgt hij dat terug. Verbonden als hij zich voelt met vervolgden bezoekt hij de plekken waar vanuit Syrië en Afrika honderdduizenden vluchtelingen de (over)tocht naar Europa maken. Sindsdien is de vluchtelingencrisis Ai's thema. Hij is de beroemdste levende kunstenaar, wonend in Berlijn. Met 4.000 bezoekers per dag was Ai's expositie in de Royal Academy of Arts in Londen een van museale topattracties van 2015.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.