Zeventiende-eeuwse prenten van Oude Testament Keffertjes in Rembrandts bijbel

In het begin van de zeventiende eeuw genoot het Oude Testament in de noordelijke Nederlanden een ongekende populariteit, groter dan elders in Europa....

Van onze verslaggever

Willem Ellenbroek

AMSTERDAM

De Habsburgse overheersing werd tegenover de onderdrukking van het volk Israël in Egypte gezet. Joost van den Vondel vergeleek in zijn toneelstuk Het Pascha de doortocht door de Rode Zee met de opstand tegen de Spaanse overheersing. Het Oude Testament rechtvaardige als het ware de afscheiding van Spanje.

De kunstenaars die de aartsvaderlijke taferelen vastlegden, hebben in een zekere periode van ongeletterdheid in de lage landen een tijdlang misschien meer gedaan voor de verspreiding van het Woord dan het Schrift zelve. Lang voor de Statenbijbel in 1637 verscheen, voorzagen hun prenten in de behoefte. In het Rembrandthuis in Amsterdam is een keuze te zien uit deze prentkunst van de Gouden Eeuw. Zo'n driehonderd kunstenaars uit de Noordelijke- en Zuidelijke Nederlanden hebben zich in de zestiende en zeventiende eeuw met het thema beziggehouden. In het Rembrandthuis worden er de hoogtepunten uit getoond.

Het overzicht begint bij het statige en pontificale, op de Middeleeuwen en de Renaissance teruggrijpende werk van Lucas van Leyden, bij wie de oorsprong van dit Hollandse genre ligt. Het eindigt bij het magistrale realisme van Rembrandt, in wiens werk het onderwerp loskomt van de bijbelse achtergrond. Het zijn zelfstandige tekeningen geworden. Ze volgen het oorspronkelijke verhaal nog wel, maar op een andere, dramatischer manier.

Rembrandt laat er het hele theater van zijn verbeelding in spreken. Ze zitten soms vol triviale, huiselijke details. Overal springen brutale keffertjes rond, ze bijten naar voeten of kluiven stiekem in een hoekje op een schoen. Uit de tekeningen van zijn voorgangers spreekt een bijbels verhaal, uit de zijne pure hartstocht. Het genre vond bij hem zijn hoogtepunt.

Aartsvaders, Engelen en Profeten - Het Oude Testament in prent is de eerste tentoonstelling die aan dit thema is gewijd. Het overzicht van de prentkunst is uitgebreid met geïllustreerde boeken uit die tijd rond de verhalen uit het Oude Testament en omvat zo'n honderd prenten en vijfentwintig boeken. De tentoonstelling houdt niet de chronologie van de kunstenaarslevens uit deze twee eeuwen aan, maar neemt de tijdsindeling van de boeken uit het Oude Testament als draad.

De tekeningen zijn naar hun bijbels onderwerp gerangschikt. Op een mooie manier is zo te vergelijken welke ontwikkeling de bijbelse prentkunst in die twee eeuwen doormaakte. De prenten en boeken zijn afkomstig uit de collecties van het Rembrandthuis, het Rijksprentenkabinet, museum Boijmans Van Beuningen en Teylers. Het Rembrandthuis ziet het overzicht ook in het licht van een hedendaagse opbloei van belangstelling voor de bijbel. De Boekenweek komend jaar staat in het themateken Gods, de Nederlandse kerken hebben 1998-'99 uitgeroepen tot Het Jaar van de Bijbel.

Er zit ook een ander, niet-bijbels aspect aan de prentkunst uit deze periode. De kunstenaars uit de Gouden Eeuw konden in hun ruim gedistribueerde prentkunst laten zien wat ze in hun schilderkunst waard waren. Dankzij hun prentkunst verspreidde de roem van de Hollandse schilderkunst zich tot ver buiten de landsgrenzen.

De prenten vormden de etalage van hun ateliers. Ze waren zich daar zeer van bewust, ze bezaten de handelsgeest die deze eeuw van goud had gemaakt. De Franse filosoof Descartes gaf daar indertijd een mooie typering van in een brief uit Amsterdam aan een vriend in Frankrijk: 'In deze grote stad waar ik woon, ben ik de enige die niets met de handel te maken heeft, en iedereen is zo bedacht op zijn eigen voordeel dat ik er mijn hele leven zou kunnen wonen zonder dat iemand mij ooit zou opmerken.'

Schilderijen waren voorbehouden aan een gefortuneerd publiek van kooplieden en regenten. Prenten hadden een veel groter bereik. De meest succesvolle ervan bleven in herdrukken tot in de achttiende eeuw rouleren. In de Engelstalige catalogus bij de tentoonstelling wordt een portret geschetst van het uitgeversgeslacht Visscher. Aanvankelijk vanuit een winkel aan de Kalverstraat, later vanuit een vestiging aan de Dam bediende het de halve wereld. Het gaf in 1680 een fondscatalogus uit in het Frans, Duits en Engels met achthonderd verschillende prenten van oudtestamentische taferelen.

De kunstenaars van de Gouden Eeuw konden alles wat ze aan verbeelding hadden in het onderwerp kwijt. Het Oude Testament was een onuitputtelijke bron. Er waren stichtelijke voorbeelden uit te putten en dramatische handelingen in te vinden. Ze konden erin te leen voor typeringen van mensen, dieren, engelen en landschappen, dichtbij en exotisch ver. Het hele spectrum van het menselijke leven lag erin beschreven; moord en doodslag, oorlog en haat, hongersnood en droogte, twijfel en ongehoorzaamheid, geloof, hoop & liefde - ze komen ook allemaal aan bod.

Het genre begon, historisch gezien, met Lucas van Leyden (+/- 1494-1533). Hij werd gevolgd door Maarten van Heemskerck, bij wie een systematische ontsluiting van de bijbel in prenten begon, en door Hendrick Goltzius. Het eindigde bij de School van Rembrandt, in het vermogen om wat oorspronkelijk het hele drama van een vertelling was in één verpletterend beeld te vereeuwigen.

Het overzicht is op vele manieren te beleven. Er is een ontwikkeling in te volgen die eerst teruggreep op de Middeleeuwen en de Renaissance en zich vervolgens ontwikkelde tot een wereldvisie die zich wel in bijbelse onderwerpen uitdrukte, maar tegelijkertijd van alle tijden en alle mensen is. Het zit in een ontwikkeling van twee eeuwen en in de persoonlijkheid van de tekenaars zelf, in hoe zij dat Oude Testament beleefden, in hun verbeelding van het thema. Er zit een mooie lijn in de zorgvuldige gedetailleerdheid van hun werk. De een kan een bijkans historisch-wetenschapelijk verantwoord beeld geven van het landschap, boerderijtype en kleding van die dagen. Hij situeert het thema in de coulissen van de Lage Landen. Bij een ander gebeurt precies het tegenovergestelde. Hij verbeeldt in een oosters droombeeld het decor van oudtestamentische tijden.

In het werk van Rembrandt leidt die detaillering tot een andere beleving. Hij maakt zijn onderwerp realistisch, menselijk, met trivialiteiten huiselijk, alsof hij erop wil wijzen dat wat het Oude Testament wil zeggen niet alleen een overlevering is uit aartsvaderlijke tijden. In de prent Jozef vertelt zijn dromen is de afkeer en afgunst van zijn broeders niet alleen zo afzichtelijk getekend dat het van hun gezichten druipt, in een hoekje zit ook nog een keffertje te kluiven op een schoen. Uit de prent Jozef en de vrouw van Potifar stijgt een pure geilheid op, maar onder het overspelige bed staat ook nog achteloos een halfgevulde po geschoven.

In een andere prent is de blinde Tobit tastend op weg naar de deur, hij heeft net struikelend een spinnenwiel omvergelopen, dan loopt hem weer zo'n keffertje voor de voeten dat hem bijna doet vallen. Het is of Rembrandt wil zeggen dat het niet om de bijbel gaat, maar - altijd en eeuwig - om ons.

Aartsvaders, engelen en profeten - Het Oude Testament in prent. Het Rembrandthuis, Amsterdam, tot en met 9 maart. Maandag tot en met zaterdag 10-17 uur, zon- en feestdagen 13-17 uur.

Patriarchs, Angels & Prophets. The Old Testament in Netherlandish Printmaking from Lucas van Leyden to Rembrandt, ¿ 47,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden