De week in boeken Prijzeninflatie

Zet het mes eens in al die literatuurprijzen

De belangrijkste prijs voor jeugdliteratuur heeft uitleg nodig. En dat is een signaal.

Pippi Langkous

De Vlaamse schrijver Bart Moeyaert won dinsdag de Astrid Lindgren Memorial Award. In een aantal media, ook de Volkskrant, werd die prijs omschreven als de ‘Nobelprijs’ voor jeugdliteratuur. Nu is Astrid Lindgrens bijdrage aan de wereld (Pippi Langkous!) natuurlijk beduidend belangrijker geweest dan die van Alfred Nobel (dynamiet) en zou het rechtvaardiger zijn als we bijvoorbeeld onze eigen Ben Feringa voortaan de winnaar van de ‘Astrid Lindgren Memorial Award’ voor Scheikunde noemden. Maar zo ligt het niet. De harde waarheid is dat de Astrid Lindgren Memorial Award niemand iets zegt, en dat de omschrijving ‘Nobelprijs’ voor jeugdliteratuur duidelijk moest maken dat het hier de hoogste internationale onderscheiding betrof die een schrijver van kinderboeken ten deel kan vallen; er hoort een beloning van bijna vijf ton bij.

Dat zo’n grote prijs duiding nodig heeft, is een signaal, dacht ik dinsdag, al wist ik nog niet meteen waarvan. Tot ik het persbericht las waarin melding werd gemaakt van de winnaars van De Prijs voor het Beste Groninger Boek, eveneens deze week. Omdat de jury niet kon kiezen, delen twee winnaars (Peter Middendorp en Auke Hulst) de eerste prijs in de categorie fictie. Ik was tot dan niet op de hoogte van het bestaan van deze Prijs voor het Beste Groninger Boek en ging eens googelen hoeveel literaire prijzen er alleen al in Nederland eigenlijk worden uitgereikt.

Onder het kopje ‘Nederlandse literatuurprijzen’ somt Wikipedia er 127 op – honderdzevenentwintig! - waarvan de oudste de Tollensprijs is, sinds 1902. Onder ‘kinder- en jeugdliteratuur’ staan er achttien. Daarbovenop worden er nog eens tien Friese literatuurprijzen genoemd (een prijs heet dan een priis), drie Groningse, twee Limburgse en een Brabantse. Ook als je de slapende en inmiddels opgeheven prijzen uit de lijst gooit, houd je er enorm veel over. De komende weken kunnen we uitreikingen tegemoet zien van De Grote Poëzieprijs, de Woutertje Pieterse Prijs, de Nico Scheepmaker Beker, het Managementboek van het Jaar, de Gouden Ganzenveer, het Beste Luisterboek en de Libris Literatuurprijs.

Waarom zijn er zoveel prijzen? Heeft het met de karige honorering van schrijvers te maken en dienen die beeldjes en oorkondes ter compensatie? Hebben schrijvers zulke broze ego’s dat ze telkens opnieuw bevestiging nodig hebben? Zijn het trucs om publiciteit te genereren? Hoeveel prijzen reiken verpleegkundigen elkaar jaarlijks uit, of docenten, of boekhouders? De antwoorden ken ik ook niet. Maar dat sprake is van literaireprijzeninflatie, weet ik wel.

Het mes erin!  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.