Recensie My Mother's Mother's Mother

Zestig literaire moeders van de Zuid-Afrikaanse literatuur ★★★★☆

Nooit eerder ­verscheen er zo’n uitgebreid overzicht van Zuid-Afrikaanse vrouwelijke literatuur. In My Mother’s Mother’s Mother zie je langzaam een sterke, zelfbewuste traditie ontstaan. 

Met de klok mee: M.E.R, Ronelda Kamfer, Marie du Toit (midden), Antjie Krog, Elisabeth Eybers. Beeld Joost van den Broek / de Volkskrant, Getty, Leiden University Press

Hoe ontstaat een literaire traditie? Volgens literatuurcriticus Harold Bloom is schrijven een oedipaal conflict; elke schrijver moet zich afzetten tegen zijn literaire vader om over zijn ‘invloedangst’ heen te komen. Voor vrouwen is dat anders, dacht schrijver Virginia Woolf, decennia vóór Bloom: vrouwen hebben juist voorbeelden nodig om zich gesteund te voelen in het schrijven. ‘We think back through our mothers if we are women’, schreef ze in haar beroemde essay A Room of One’s Own.

Dat ‘terugdenken’ is het fundament van My Mother’s Mother’s Mother, een unieke nieuwe bloemlezing van Zuid-Afrikaanse vrouwelijke literatuur. De Nederlandse wetenschappers Pieta van Beek en Annemarié van Niekerk hebben in een lijvige bundel een zestigtal auteurs verzameld en fragmenten uit hun werk in het Engels vertaald, waarbij ook het origineel is afgedrukt. Ze hebben gezocht naar schrijvers in of uit Zuid-Afrika die in het Nederlands schreven, vanaf midden 17de eeuw, en later in het daaruit voortgekomen Afrikaans. De lezer is ooggetuige van het geleidelijke ontstaan van een nieuwe taal, maar bovenal van een vrouwelijke, zelfbewuste traditie. Dat gegeven alleen al maakt dat je My Mother’s Mother’s Mother van voor tot eind wilt binge-lezen – dit is een van die zeldzaam spannende anthologieën die meer zijn dan nuttig collegemateriaal.

Woolfs adagium dat vrouwen via hun (literaire) moeders terugdenken krijgt geen unanieme bijval in de verzamelde teksten. Afrikaans is ook de ‘taal van de onderdrukker’, de taal van het witte apartheidsregime, onlosmakelijk verbonden met een geschiedenis van racisme. Hoe verhoud je je daartoe als Afrikaans schrijver van kleur? En wat als je biologische moeder racistisch is? Antjie Krog (1952), wier moeder ook schrijver was, bewondert haar moeder Dot Serfontein, maar verwerpt haar politieke ideeën; Serfontein steunde het apartheidsregime. Ambivalent schrijft ze ook over haar literaire moeders, zoals Ingrid Jonker: ‘ek weier om te eindig tussen wier en gras/ of kinderloos met ’n minnaar langs die see’ (ik weiger om te eindigen tussen wier en gras, of kinderloos met een minnaar aan zee).

Ronelda Kamfer (1981), de hekkensluiter, schrijft het meest expliciet over haar dubbele gevoelens ten opzichte van haar moedertaal: ‘dis weird hoekom ek skaam is vir ’n taal wat ek praat’, het is weird dat ik me schaam voor de taal die ik spreek, schrijft ze in ‘Kuns en culture’.

Pieta van Beek & Annemarié van Niekerk: My Mother's Mother’s Mother. Beeld Leiden University Press

Literaire moeders

Niet eerder verscheen er zo’n uitgebreid overzicht van vrouwelijke literatuur uit het Afrikaans taalgebied. Het biedt inzicht in de literaire moeders van in Nederland geliefde schrijvers als Krog, Elisabeth Eybers, Marlene van Niekerk en Ingrid Jonker. De samenstellers hebben in het eerste deel nooit eerder gepubliceerde vroege teksten verzameld, vertaald en toegelicht. Pas vanaf 1925 konden ze selecteren op literaire kwaliteit, schrijven ze; voor die tijd was vrouwen een marginale rol toebedeeld in de literatuur. Er waren nauwelijks moeders om zich aan op te trekken. De Zuid-Afrikaanse vrouw werd geïdealiseerd als ‘volksmoeder’: een bescheiden, praktisch, voorzienend archetype. Een typische truc van het patriarchaat, zeggen Van Beek en Van Niekerk: doen alsof vrouwen op een voetstuk worden geplaatst, om ze alsnog te kunnen beheersen. Als vrouwen al schreven, waren het brieven, geboorteversjes of damesrubrieken, met hier en daar een uitzondering. De fragmenten uit de eerste helft hebben daarom vooral historische waarde: een pamflet van de eerste feministische schrijver (Marie du Toit, 1880-1931), de mystieke teksten van Susanna Smit (1799-1863). Fijn zijn ook de licht sentimentele verhalen van de textielfabrieksmedewerkers uit Die Klerewerker, het tijdschrift van de vakbond.

Al is de keuze voor de fragmenten niet altijd even overtuigend. M.E.R. (1875-1975) vertaalde een Nederlands dagboek uit de Boereoorlog in het Afrikaans, Tant Alie van Transvaal, waarvan een fragment in de bloemlezing is opgenomen. De inhoud is historisch informatief, maar werkt in de bundel niet, omdat M.E.R.’s vertaling weer in het Engels is vertaald. Liever lezen we een oorspronkelijke tekst van deze productieve schrijver die ‘haar volk’, de witte arbeidersklasse, met didactisch proza wilde opbeuren. Wel trekken de samenstellers boeiende parallellen in de begeleidende teksten, zoals tussen het werk van M.E.R. en E.K.M. Dido (1951), de eerste vrouw van kleur die een eeuw later een boek in het Afrikaans publiceerde. De woorden van Woolf blijven zo op de achtergrond resoneren en maken de bundel tot een sterke eenheid.

Levende, schurende taal

Een bloemlezing selecteert en archiveert; net als een museum geeft het cultuur de schijn van vastigheid, van conservatie. Voor een levende taal kan zo’n boek gevaarlijk zijn, omdat het een grens trekt: dít is wat Afrikaans is. De makers reflecteren hierop niet expliciet kritisch, maar laten de inhoud voor zichzelf spreken. Door met Kamfer te eindigen, houden ze de deur open voor een taal die speelt, breekt, schuurt en zich blijft ontwikkelen. ‘Ek het respect vir die taal wat ek praat/ ek like dit net beter as ek dit kan flex/ en tune om by my wêreld in te pas.’ Ik heb respect voor de taal die ik spreek, maar ik like het meer als ik dit kan flexen en tunen om het in mijn wereld in te passen.

Pieta van Beek & Annemarié van Niekerk (red.): My Mother’s Mother’s Mother – South African Women’s Writing from 17th-Century Dutch to Contemporary Afrikaans

Leiden University Press; 958 pagina’s; € 69,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden