Column

Zes flessen bracht ik weg

Wat is mijn bestemming? Was het mijn bestemming om schrijver te worden? Zat het in mijn genen? Mijn grootvader schreef, mijn vader schreef. Kan talent doorgegeven worden of kwam het me aangewaaid? Uit welke bestanddelen bestaat de wil om je leven uit te drukken in woorden?

Statiegeldautomaat. Beeld anp

In Jan Cremers poëziebundel Verloren gedichten (De Bezige Bij, 2004) staat 'Statiegeld', dat hij op jeugdige leeftijd schreef:

Zes flessen bracht ik weg

naar bazar de onbekende bestemming

een fles van hunkering

een fles van komst

een fles van smart

een fles van verwachting

een fles van verdoemdheid

een fles van liefde

ik vervreet mijn hand

Cremer mishandelde zijn hand, louter uit ongeduld om zijn toen nog onbekende bestemming te bereiken.

Ik heb vroeger ook vaak flessen weggebracht om statiegeld te ontvangen zodat ik bijvoorbeeld een brood kon kopen. Die werkelijkheid botste met mijn poëtische gedachten. Of misschien vulden ze elkaar wel aan.

For Whose Adornment komt uit The Selected Poems of Kenneth Patchen (New Directions, 1946). In mijn ruwe vertaling luidt het:

Voor wiens bloei openen zich de monden

van rozen in verlangende woorden,

en waarvandaan halen de hemelbomen

hun maanwitte rijzen

(ik moet nu flessen inruilen voor geld

zodat ik iemand op kan bellen

om genoeg geld voor ons avondeten)

Het is laat en ik moet naar bed. Eerst nog het gedicht Istanbul van Maria Barnas uit haar bundel JaJa de Oerknal (De Arbeiderspers, 2013).

De stromende mannen de meanderende vrouwen

en de opspattende kinderen zijn als in een droom verzonken.

De plenzende regen heeft geen vat op de lichamen

die zich al wadend wanen in de zon. Ik volg het water

dat door de straten gutst tot aan een flakkerend hotel

waar mijn koffer open in een rivierkamer drijft.

Terwijl iemand een variatie vormt op een melodie

in de mond van iemand die van geen ophouden weet

ijlt het verraad van levens die ik liefhad als een schip

waarvan het zeil de wind vangt bij me vandaan.

De vensters rijzen. Iemand bonst op de wand van de kamer

waarin ik heel mijn leven bundel. Of het niet wat stiller kan

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden