Zelfspot en contradicties

In Red Carpets and Other Banana Skins schrijft Rupert Everett met verve over de dieptepunten in zijn carrière. Dat leek hem kennelijk leuker voor de lezer dan de successen....

Rupert Everett, zo vermeldt de achterflaptekst van Red Carpets and Other Banana Skins, acteerde in veel succesvolle films, waaronder Shakespeare in Love, An Ideal Husband, The Madness of King George en The Importance of Being Earnest.

Na het lezen van de ruim vierhonderd pagina’s tellende autobiografie komt die informatie als een behoorlijke verrassing. De genoemde titels komen in het boek niet voor, terwijl Everett complete hoofdstukken wijdt aan Hearts of Fire, A Different Loyalty, Unconditional Love en The Next Best Thing – films van wie haast niemand gehoord heeft, omdat ze roemloos ten onder gingen of zelfs nooit het levenslicht zagen.

Leedvermaak is een prettiger emotie dan afgunst, moet Everett gedacht hebben. Met verve vertelt hij over de vele dieptepunten in zijn loopbaan. Verkeerde keuzes, rampzalige adviezen, botte pech en misplaatst divagedrag weerhielden hem ervan een superster te worden – plus de nodige homofobie in Hollywoodkringen, al is Everett de laatste om zich daar luid over te beklagen.

Daar komt bij dat de acteur liever in nachtclubs en op feestjes rondhing dan aan zijn cv te werken. Red Carpets and Other Banana Skins is een aaneenschakeling van drank- en drugsgelagen. Seks, dans, roddels, doorwaakte nachten, afterparty’s en after-afterparty’s: het is verbazend dat Everett er naast zijn leven als feestbeest nog een acteercarrière op nahield.

De uitspattingen beginnen al vroeg, blijkt uit de eerste hoofdstukken van Everetts openhartige boek. Als jongetje brengt hij dagen door in het bos achter zijn huis, omdat zijn moeder hem gewaarschuwd heeft dat daar een vreemde man rondhangt die hem snoepjes zal geven en met zijn piemeltje zal spelen. ‘Mijn broer was bang,’ schrijft Everett, ‘maar ik kon me niets beters voorstellen.’

De man in het bos komt nooit opdagen, maar als Everett door zijn ouders – behorend tot de Britse upper class – naar kostschool wordt gestuurd, dienen de eerste homoseksuele ervaringen zich aan. Pagina’s lang foetert de acteur op de bizarre gewoonte om kinderen op veel te jonge leeftijd van hun ouders te scheiden door ze naar een kille kostschool te sturen, waar ze net zo lang geslagen, gedrild en gepest worden tot er geen zacht plekje in hun karakter over is. ‘Maar het was een heerlijke school en ik was er erg gelukkig’, besluit hij opgewekt.

De zelfspot en de contradicties zijn niet van de lucht. Everett is een meester in goedaardig venijn, dat hij loslaat op alles en iedereen, maar nog het meest op zichzelf. Een valse nicht noemt hij zich; een slet, een onmogelijke aansteller, een ijdel monster. Het aardige van zijn boek is dat hij geen schaamte kent, en al helemaal geen schuldgevoelens. Waarom zou hij zich voor fouten uit het verleden excuseren? Hij is zoals hij is.

Naar Everetts autobiografie werd reikhalzend uitgekeken, en niet omdat hij zo’n groot acteur is. Het waren de roddels en de Hollywoodgeheimen waarop iedereen zich verheugde; tenslotte begaf hij zich jarenlang onder de rich and famous, met wie hij niet zelden het bed deelde. Opmerkelijk zijn vooral zijn heteroseksuele affaires. Paula Yates, Susan Sarandon en Béatrice Dalle behoorden tot zijn zeldzame vrouwelijke veroveringen. Daarnaast was hij goed bevriend met Madonna en Gianni Versace, speelde hij in films tegenover Sharon Stone, Catherine Deneuve, Cameron Diaz en Bob Dylan, en bestaat er bijna geen ster van wie hij het telefoonnummer (en de seksuele voorkeur) niet kent.

Het boek valt niet tegen. Everett doet aan namedropping, maar blijkt zelf niet onder de indruk van beroemdheid. Met genoegen beschrijft hij de fysieke kwaliteiten van Bob Geldof, de lichaamsgeur van Julia Roberts, de bestudeerde leegte van Andy Warhol, de gekte van Sharon Stone. Als Everett hen interessant vindt, krijgen minder bekende sterren minstens zoveel aandacht, en de beste verhalen zijn die over anonieme nachtvlinders uit Parijs, Moskou of Los Angeles. Transseksuele prostituees met namen als Delphine en Lychee rekent de acteur tot zijn beste vrienden.

Het gaat er soms woest aan toe, en het is een wonder dat Everett zonder kleerscheuren uit zijn wilde jaren is gekomen. Een flink deel van zijn boek is gewijd aan de doden: veel vrienden overleden aan aids of kwamen op gewelddadige wijze om het leven, anderen stierven door ouderdom. Met een zeker verlangen schrijft de acteur over de dagen waarin seks nog onschuldig was en coryfeeën echte coryfeeën waren. Zijn rijke leven en zijn hang naar het klassieke Hollywood van sterren als Liza Minelli en Gregory Peck geven hem soms het aura van een oude man – iemand die alles wel gezien heeft.

Hij is pas 47, maar het is goed dat hij zijn memoires nu al geschreven heeft. Red Carpets and Other Banana Skins wordt ondanks de melancholieke ondertoon gekenmerkt door jeugdige frivoliteit, iets waar het de meeste autobiografieën aan ontbreekt. Bovendien is Everett een getalenteerd auteur, zoals hij eerder al bewees met romans als The Hairdressers of St Tropez. Waar de meeste filmsterren een ghostwriter inhuren om in een serie ongeïnspireerde anekdotes hun leven op te tekenen, heeft Everett plezier in het schrijven.

Het levert hilarische verhalen op, met mislukking als rode draad. Over zijn hopeloze eendagscarrière als popster, over een dodelijk ongemakkelijke serie lunches met Orson Welles, en over het spelen in films waar niemand na verloop van tijd nog heil in ziet. Everett mag zichzelf een gemankeerd filmster vinden, hij heeft wel een ongelooflijke hoeveelheid lol gehad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.