Zelfs Van de Pol lijkt niet overtuigd van haar platte, vervelende verhaal

Boek (fictie) - Hemelse dieren

Een verhaal over een liefde tussen twee mensen en de strubbelingen die daarbij horen, kan interessant zijn als de verteller je het gevoel geeft dat het over échte mensen gaat. Zo niet, dan denk je: wat gaat mij dit aan?

De roman Hemelse dieren van Barber van de Pol (1944) is geschreven in een triomfantelijke vrouwenbladachtige stijl, bomvol troetelnaampjes (Piepeltje, Twietje, Billeblootje) en woordgrapjes. Daar krijg je snel genoeg van. Vervelender is dat de schrijver de lezer er voortdurend aan herinnert dat het allemaal fictie is, door telkens iets over het vertelproces op te merken. 'We zoomen nog eens in', '(...) anders rammelt het verhaal', 'een beetje versnelling kan geen kwaad'.

Het storendst is dat de karakters alle drie blijven hangen in de platte rol die Van de Pol ze heeft toebedeeld. De kunstenaar Terry is de man in zijn meest banale oervorm: lomp, zwijgzaam, egocentrisch en zonder enige interesse in zijn vriendin, de zangeres Nootje. Zij is een wat al te typisch vrouwtje: een naïeve kletskous die voortdurend verstrikt raakt in haar onbeduidende gedachtetjes. Ze wordt meewarig gadegeslagen door hartsvriendin Jet, een femme fatale die het op Terry heeft voorzien.

Ze krijgen alle drie een keurig hoofdstukje 'verleden', maar het had niet uitgemaakt als die achterwege waren gelaten - ze geven geen reliëf aan de karakters. Ook hun belevenissen (Terry wordt een BN'er, Nootjes carrière raakt in het slop, Jet verleidt Terry) zetten nauwelijks karakterontwikkeling in gang.

Het lijkt alsof Van de Pol geen vertrouwen heeft in het potentieel van haar personages, noch in het verhaal dat ze over hen wil vertellen - getuige ook de verschillende eindes die ze de lezer voorschotelt (er zijn 'nog wel wat meer varianten te bedenken'). Als de schrijver zélf niet overtuigd is, blijft de lezer onverschillig.

Hemelse dieren

Fictie
Barber van de Pol
Lebowski; 223 pagina's; euro 19,99.