Zelfs in een smerig pompstation zit poëzie

Toen de Amerikaanse dichteres Elizabeth Bishop (1911-1979) dertig jaar geleden zou optreden tijdens Poetry International in Rotterdam, greep Bernlef zijn kans....

Het verslag van deze stroeve ontmoeting staat in de editie van Raster die geheel gewijd is aan Bishop en de eveneens Amerikaanse, excentrieke dichteres Marianne Moore (1887-1972). Het tijdschrift is grotendeels een bloemlezing uit beider bescheiden oeuvre, vertaald door Bernlef. Ze hebben veel met elkaar te maken, en hebben elkaar uitvoerig in New York gesproken, verspreid over tientallen jaren.

Bishop schreef ooit een schitterend portret van Moore, dat ook is opgenomen. Op zekere dag nam Moore de jongere dichteres mee naar het circus in Madison Square Garden. Voor de voorstelling wilde Moore naar de olifanten, met een speciaal doel. Uit haar armband met drie zwarte olifantenharen was er een zoekgeraakt. Dus moest Bishop de olifanten afleiden, zodat Moore haar nagelschaar te voorschijn kon halen om bij een jonkie een paar haren van de kop te knippen. Het lukte: ‘Ze deed haar tas open en liet me een stuk of wat grove, grauwe haren in een papieren zakdoekje zien’, schrijft Bishop. De armband kon weer worden gecompleteerd.

Zowel Moore als Bishop verruimden het poëtisch domein door niet bij voorbaat te kiezen, en dan te constateren dat er poëzie kan schuilen ‘in onbewuste kieskeurigheid’; zoals Moore die zag in het gedrag van een mier, die een houtje in alle richtingen droeg, tot zij het als onbruikbaar achterliet en met een stukje witkalk tussen haar ‘overbelaste kaken’ verder ging: ‘Wat betekent het/ te kunnen zeggen/ dat men de stroom beheerst heeft in een houding van zelfverdediging;/ wat te bewijzen dat men de ervaring heeft gehad/ een houtje te dragen?’

Nog indrukwekkender zijn de gedichten van Bishop, van wie onlangs het nagelaten werk verscheen. Zij beschrijft een smerig familiepompstation, waar de vader en zoons vies glimmen, en met een krukje met gehaakt kleedje erop: ‘Iemand heeft het kleedje geborduurd./ Iemand geeft de planten water,/ of oliet hem wellicht. Iemand/ zet de rijen blikken zo neer/ dat zij zachtjes prevelen:/ ESSO-SO-SO-SO/ tegen jachtige auto’s./ Iemand heeft ons allen lief.’

Nadat Bishop dit in Rotterdam voorlas, hoorde Bernlef haar afkeurend mompelen: ‘This must be done all over again.’ Wat een geluk dat zij dit niet heeft gedaan.

Arjan Peters

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden