Zelfs de allerslechtste Summertime is nog alleraardigst

Het geheim achter het zomerste zomernummer aller tijden

Het is het zomerste zomernummer aller tijden en bijna het meest gecoverde ter wereld. Waarom krijgt niemand ooit genoeg van Summertime? Verzamelaars en vertolkers over het geheim van het slaapliedje uit Porgy and Bess.

Kaz Lux (69) zit op de zolderkamer van zijn Oosterhoutse rijtjeshuis, en heeft zijn Martin-gitaar uit de koffer gepakt. In de asbak smeult een sjekkie, terwijl hij de eerste akkoorden van Summertime tevoorschijn tovert. Hij doet zijn ogen dicht en dan is daar met zachte stem, terwijl de zon door het dakraam schijnt, 'Summertime... And the living is easy...'

'Nwaaah, het is niks', zegt Lux, en bergt zijn gitaar weer op. 'Ik heb te lang niet gezongen, en door die operatie aan mijn oor hoor ik ook niet wat ik doe. Laat maar zitten, ik ga hier niet zomaar wat blèren. Ik kan mezelf toch niet evenaren, op dit moment.'

Als Kazimierz Lux zegt dat hij Summertime méér dan vijftienduizend keer heeft gezongen, dan is dat niet eens zo'n heel ruwe schatting. Wat hij daarmee vooral zegt is dat het nummer van George Gershwin hem achtervolgt, vanaf het moment dat hij het voor het eerst zong, in de muziekstudio van Bovema in Heemstede in 1968.

Bleeehhhhh

Want waar hij nadien ook optrad in al die jaren, solo of met een band, altijd was er iemand in het publiek die om Summertime riep. Bleeehhhhh, daar gaan we weer, dacht hij dan.

Met zijn groep Brainbox nam hij in Heemstede zijn eerste langspeelplaat op, in 1968. Ja dat was wat, dat hij in een studio mocht zijn, in dat heiligdom. Bij binnenkomst zag hij een plaquette van operazangeres Maria Callas en het orgel van Cor Steyn. Moet je voorstellen, daarvoor werkte hij nog in een betonfabriek, en nu kreeg hij samen met zijn maten alle tijd om een plaat op te nemen. Dan heb je het als zoon van een Poolse soldaat, die na de bevrijding is blijven hangen, toch ver geschopt. Nu was hij voor altijd verlost van de fabriek.

Kaz Lux: 'Altijd was er iemand in het publiek die om Summertime riep.'

Genoeg eigen nummers voor een hele lp had Brainbox niet en Kaz wist nog wel een klassieker die ze konden coveren. Met de Brabantse indo-rockers The Rhythm Brothers had hij Summertime vaak genoeg gezongen, en de rest van Brainbox kende natuurlijk die spetterende versie van de gezette Amerikaanse zanger Billy Stewart, die al scattend, proestend en swingend het nummer in 1966 de toptien in werkte.

Daar gingen ze, de mannen van Brainbox, zo'n vier minuten lang, in hun langzame, imposant slepende versie. Eerst het orgeltje dat door Jan Akkerman werd bespeeld, de drums van Pierre van der Linden, dan weer Jan Akkerman op gitaar, en bassist André Reijnen. Met als hoogtepunt de allesbepalende hoge uithaal van Kaz Lux, een gezongen handtekening van onuitwisbare inkt. Summertime, uitgebracht in het najaar van 1969, werd de derde single van Brainbox, en hield het elf weken in de Top 40 uit, met nummer 16 als hoogste notering.

'Als ik mezelf terugluister, dan hoor ik vooral de dynamiek van een jonge gast die voor het eerst in een studio is', zegt Lux, rustig trekkend aan zijn sjekkie. 'De Engelse uitspraak was niet goed, en mijn stem miste nog een zekere volwassenheid. Waar het nummer precies over ging, wist ik toen niet. Ja, het was een slaapliedje, met een mooie folky melodielijn. We knalden er echt gewoon in, met z'n vieren. Dat is zo mooi aan Summertime, je kunt er van alles mee uitvreten.'

Zo! Dat kan je wel zeggen, want terwijl dit verhaal over Summertime tot stand komt, geeft de teller 82.712 publieke uitvoeringen aan, wereldwijd, waarvan er 67.591 opnamen zijn vastgelegd. Dit is de actuele meterstand van de Summertime Connection, een internationale verzameling Griekse, Italiaanse, Amerikaanse en Nederlandse heren. Zij speuren het internet af naar Summertime-kruimels en brokstukken.

Elke Summertime-vertolking ergens, en op wat voor manier dan ook - dronken straatzangers, dolgedraaide bruiloftsorkesten of ultramoderne YouTubers - is van muziekhistorisch belang. Een op tuinslang, waterpijporgelfluit, Koreaanse harp of koeienhoorn gespeelde versie brengt eveneens de meterstand in beweging. Overigens is Summertime niet eens het meest gecoverde nummer op aarde. Van bijvoorbeeld White Christmas zijn er nog veel meer.

In Nederland is er nog een ander muzikaal broederschap rond het nummer, het Summertime Genootschap, waarvan er inmiddels twee founding fathers zijn overleden, en er twee geen interesse meer lijken te tonen voor dit verenigingsleven. Resterende leden zijn Jimmy Tigges (64) en Paul Groenendijk (60), ook de auteurs van het enige naslagwerk over het nummer, Summertime - Moed Gevraagd bij de 834ste versie. Uit 1994 komt dit boek - dus voordat internet het zoeken eenvoudiger maakte - en om die reden is een regelrechte update gewenst.

7.427 versies

Vandaar dat bij binnenkomst in de Schiedamse woning van Groenendijk onmiddellijk een A4'tje wordt overhandigd, met keiharde nieuwe cijfers. Het Summertime Genootschap erkent heden ten dage 7.427 versies (op geluidsdragers) van 6. 034 artiesten. Zelf in bezit: 1.867. En dan heeft hij het dus over vinyl en cd's. Wel zit er een gebrek aan synchroniciteit in hun verzamelingen; Jimmy heeft niet alles wat Paul heeft, en andersom.

Jimmy: 'Paul kan beter zoeken, hij vindt twee keer zoveel.'

Paul: 'Soms zit-ie in een medley verstopt, en dan moet je gewoon goed opletten.'

Jimmy: 'Een keer gingen we naar Brussel en toen kocht-ie een ijsje voor me. Ging hij snel de platenzaak binnen, en had-ie er al drie gevonden, voordat ik binnen was. Op de deur van de zaak stond namelijk dat het verboden was om met een ijsje binnen te komen.'

Dat de mannen op Summertime zijn gevallen, had niet zozeer met Summertime zelf te maken. Het gebeurde daags voor zijn 31ste verjaardag dat Groenendijk hardop uitsprak dat hij geen trek had in verjaardagsvisite. Hij besloot een helft van een C90-cassettebandje vol te zetten met Summertime-versies, en dat zou-ie dan tijdens zijn verjaardag tot vervelens toe opzetten. 'Dan rotten ze vanzelf wel op', hoopte Paul, 29 jaar geleden.

Maar het had een averechts effect, bemerkte hij. Het vergrootte zelfs de feestvreugde, en er werd om kopietjes gevraagd. Jimmy, zijn oude studievriend uit Delft, nam de taak op zich om de andere helft van het C90-bandje te vullen met Summertime-versies die hij kende.

De tweede Summertime-golf kwam los door het Vara-radioprogramma De Steen en Been Show. Daar zocht een luisteraar naar een antwoord op de vraag hoeveel versies er van Summertime zouden bestaan. Groenendijk en Tigges stuurden een briefkaart, net zoals een jazzcat uit Kockengen. Die bracht nadien weer twee iets minder fanatieke muziekliefhebbers mee, voor de oprichting van een genootschap ter ere van Gershwins slaapliedje.

Vraag aan het Summertime Genootschap: wat maakt Summertime dan zo goed? Het verveelt nooit, zeggen ze dan in koor, welke uitvoering je ook hoort, zelfs de allerslechtste is nog alleraardigst.

Paul: 'Of het nou heavy metal is, Italo-house, Afrikaans of Klaus Wunderlich, het is altijd leuk om naar te luisteren. Iedereen kan er zijn individuele expressie aan geven.'

Jimmy: 'Met My Funny Valentine kun je niet zo veel kanten op.'

Paul: 'Voor elke stemming is een Summertime.'

In de 'mancave' van zijn Schiedamse huis trekt Groenendijk uit de muziekkast een stapeltje verzamelcd's. Een hele cd met versies van Fever. Of dertien keer Unchained Melody. Twee cd's Sunny door Jan en alleman. Probeer je voor te stellen, viertien keer Yesterday.

Paul: 'Niet om door te komen. Na drie keer Unchained Melody zet je 'm af. Dat heb ik bij Summertime nooit. Alle grote muzikanten, alle genres, hebben zich beziggehouden met Summertime, en het blijft overeind. Het is net als met Hamlet - iedereen wil het gespeeld hebben.'

Jimmy : 'Wist jij dat de onlangs overleden zangeres Sandra Reemer een Nederlandse versie in 1963 heeft gezongen, Sluimer zacht? En dat de schrijver van die vertaling een voormalige keeper van voetbalclub DHC is? Ongelooflijk hè.'

Paul: 'En dat allemaal door Gershwin.'

Jimmy Tiddegs: 'Wist jij dat de onlangs overleden zangeres Sandra Reemer een Nederlandse versie in 1963 heeft gezongen, Sluimer zacht?'

Echt Amerikaans

George Gershwin, geboren in 1898 als Jacob Gershowitz, was al een ster in het Amerikaanse muziekwezen, toen hij zich in de zomer van 1934 aan het schrijven van de jazz-opera Porgy and Bess zette. Zijn composities Rhapsody in Blue en An American in Paris hadden hem al veel roem gebracht, net als daarvoor de goedlopende Broadway-musicals. Toch liep hij mokkend in Manhattan rond, alsof hij nog meer bevestiging nodig had dat hij één van de beste klassieke componisten van zijn tijd was.

Daarom bedacht hij dat hij een grote echt Amerikaanse opera moest schrijven, als ultieme testcase, waarin de verschillende culturen in Amerika elkaar zouden treffen en in één muzikale compositie werden verenigd. Alleen een goed scenario was hij niet op het spoor gekomen. Dat veranderde toen hij Porgy las, een roman van DuBose Heyward, over het leven van de zwarten in het zuiden van Amerika, en hij vroeg de schrijver om samen aan de slag te gaan.

Dat wilde DuBose Heyward wel, onder één voorwaarde: Gershwin moest uit zijn New Yorkse comfortzone komen, om te kijken hoe het leven in North Carolina was, en de daar woonachtige Gullah, het nageslacht van voormalige slaven uit West-Afrika. Heyward nam hem mee en Gershwin liet zich meeslepen door de 'prayers and spirituals' op eilanden voor de kust van Charleston.

Het eerste nummer dat uit het samenwerkingsverband rolde was Summertime, Gershwin zette de melodie neer en Heyward bracht de poëtische bespiegelingen aan. Een lullaby werd deze aria, aan het begin van de opera, waarin personage Clara haar baby in slaap probeerde te wiegen. Ga maar lekker slapen, zong ze, want je ouders zijn prachtig en rijk, het katoen groeit als kool, en het water is vol nog te vangen vissen. Op een dag vlieg je uit, maar nu nog niet, nu houden je vader en moeder je in de gaten, dus huil maar niet. Het is zomer, het leven is gemakkelijk.

Summertime, and the livin' is easy

Fish are jumpin' and the cotton is high

Oh, your daddy's rich and your mama's good-lookin'

So hush, little baby, don't you cry

Bij terugkomst in New York vertelde Gershwin dat hij 'de grootste muziek van Amerika' had gecomponeerd. Het libretto was - afgezien van Summertime - door zijn broer Ira geschreven. Om er zeker van te zijn dat Porgy and Bess een ode zou blijven aan het Afrikaans-Amerikaanse leven, liet hij vastleggen dat tot in lengte van dagen de opera alleen uitgevoerd zou mogen worden door zwarte zangers en zangeressen.

Maar Gershwins euforie werd niet gedeeld, na de première, op 10 oktober 1935 in het Alvin Theatre in New York. De kritiek vond het eigenlijk een halfbakken fabricaat, een niet goed uitgewerkt verhaal, dat de extravaganza van Broadway miste. Gedurende de tour die volgde met Porgy and Bess werden de uitvoeringen beter, en verstomde de snibbigheid enigszins.

George Gershwin heeft daar niet lang van kunnen genieten, net als van de eerste jazzvertolking van Summertime door zangeres Billie Holiday. Op 38-jarige leeftijd stierf hij in 1937 aan een hersentumor. Postuum zou Porgy and Bess het stempel krijgen van zijn grootste meesterwerk.

Bij de verfilming, eind jaren vijftig, leek het beeld weer te kantelen. De zogeheten dapperheid om een muzikaal epistel over zwarte cultuur te schrijven, werd opeens gezien als verkapt racisme, met al zijn slechteriken, stereotypes en 'Uncle Toms'. Het kon niet anders dan uit de koker komen van witte vooringenomen componisten. Nadien werd deze geste weer van tafel geveegd.

Ook doken er verhalen op dat Summertime na het betere knip - en plakwerk tot stand was gekomen, dat er zowel tekstueel als muzikaal leentjebuur was gespeeld bij de negro-spirituals All My Trials en Sometimes I Feel Like a Motherless Child. Weer een ander wist te vertellen dat het Oekraïense kinderliedje Oi Khodyt Son Kolo Vikon zeker de inspiratie van Gershwin moest hebben gevoed, net als een nummer van de Russische componist Sergej Rachmaninov.

De laatst waargenomen heisa over Porgy and Bess, en dus over Summertime, ging over geld. Want van wie zijn de rechten en naar wie stromen de revenuen, van al die vele duizenden uitvoeringen van de Gershwin-liedjes? George Gershwin had geen kinderen en geen vrouw als erfgenamen. Aandeelhandelaar Marc Gershwin, neefje van George, leidt met zijn drie zoons al geruime tijd de George Gershwin Trust. De gepensioneerde Californische bouwondernemer Michael Strunsky dealt als neef van Ira Gershwin (1896-1983) met diens deel van de nalatenschap. Naar verluidt is er jaarlijks zo'n 5 tot 10 miljoen dollar te verdelen. Gezamenlijk vochten ze tegen platenmaatschappij Warner Music om vele miljoenen niet betaalde Europese royalty's, zoals over Summertime.

Overal in de Schiedamse Summertime-mancave liggen inmiddels platen en cd's verspreid, en uit de boxen klinkt een geheimzinnige plinkplankplonk-versie van mandoline- en gitaarorkest De Plektrum Melodisten uit Hardinxveld-Giessendam. 'Deze is zo bizar, die moest ik hebben', zegt Paul Groenendijk over de 20 euro die hij uitgaf - voor wederom een Nederlandse uitvoering. Want dat is wat opvalt, als je de 91 landen naloopt waar Summertime is opgenomen. Amerika is met 3.623 versies de vanzelfsprekende koploper. Maar Nederland neemt buitengewoon verdienstelijk een zesde positie in op de wereldranglijst, met 231 versies.

De oorzaak ligt natuurlijk deels in het feit dat Tigges en Groenendijk in eigen land meer gezocht en dus gevonden hebben. Maar vast staat dat Porgy and Bess in Nederland veelvuldig is opgevoerd, en in goede aarde viel.

Als eerste in 1956 in Den Haag, met een volledig Amerikaanse zwarte cast. Dat gezelschap deed dat jaar nog veertig voorstellingen in het land, waar in totaal 64.351 bezoekers op afkwamen. Een flink aantal, voor die toen cultuurarme dagen, dat genoot van liedjes als Summertime.

Ook als je het over de Nederlandse uitvoeringen hebt, zie je dat allerlei genres aan de beurt komen, en zeer verschillende artiesten. Denk aan jazzzangeres Rita Reys, die het nummer vier keer opnam, net als pianist Pieter van Vollenhoven. Of soapacteur Wilfred Klaver die Summertime zong als De landman gaat.

De Diergeneeskundige Studenten Kring (DSK) eerde op de wijze van Summertime de spoelworm Piet die niet verder wil als parasiet, en de dunne darm wil verlaten. Johan Verkroost, de vaste hammondorganist van restaurantketen Wienerwald en passagiersschip Rex-Rheni, had 'm in z'n repertoire. Of mezzosopraan Tania Kross die nu op tournee het nummer met het Metropole Orkest zingt.

Eén van de mooiste Nederlandse jazzuitvoeringen is van saxofonist Benjamin Herman, en die rolde er niet vanzelfsprekend uit. Want hij zat in 2013 in Studio 150 in Amsterdam, om daar zijn cd Café Solo op te nemen, toen bassist Ernst Glerum opeens zei: 'Laten we Summertime doen.' Benjamins reactie: huhhhhh, en stomverbaasd keek hij drummer Joost Patocka aan. Dit kon Ernst toch niet menen, hij nam hen in de zeik. Hij wist toch ook dat Summertime spelen gelijk stond aan 'sociale zelfmoord'.

Allermoeilijkst

'Als een muzikant tijdens een jamsessie om Summertime vraagt, kan-ie meestal niet spelen', zegt hij. 'Een zanger of zangeres die Summertime doet, is altijd een amateur die niet op het podium hoort. Je hebt gigs waar altijd een dronken gast om Summertime of Take Five vraagt. Hans Dulfer heeft niet voor niks ooit om een Summertime-verbod gevraagd - en daar had-ie volkomen gelijk in. Ik heb het ook duizenden keren al moeten spelen.'

Maar Ernst Glerum meende het, en pakte zijn strijkstok om op de bas een mysterieus intro neer te zetten. Waarom ook niet, dacht Herman, want daarvoor ben je in de studio, om met elk idee aan de slag te gaan. Drummer Patocka volgde, net als Herman op altsax. De melodie heel precies spelen, dat werd de uitdaging. Zonder overbodige noten of riedeltjes, zo rustig mogelijk. 'Summertime is heel makkelijk om te spelen, en daarom het allermoeilijkst.'

Benjamin Herman: 'Summertime is heel makkelijk om te spelen, en daarom het allermoeilijkst.' Beeld anp

Die simpelheid van de melodie noemt Benjamin Herman de kracht, een mineur-blues met een twist erin, zestien maten, met hier en daar een variatie. Alle grote jazzmuzikanten, zoals Charlie Parker, Louis Armstrong, Sonny Rollins, Art Pepper en Miles Davis deden Summertime. John Coltrane trok het nummer uit elkaar. Sidney Bechet kwam met een van de eerste instrumentale jazzvertolkingen in 1939 - volgens Herman de perfecte uitvoering vanwege de eenvoud, de frasering en het jammerende geluid dat Bechet met zijn sopraansaxofoon voortbracht.

Nadat Café Solo was uitgekomen, toerde Benjamin Herman met zijn trio bijna twee jaar door Nederland. En elke avond gebeurde hetzelfde, als Summertime werd ingezet. 'Je zag de ene helft van de zaal opveren, zo van: 'yeah, dit nummer kennen we.' En de andere helft van het publiek had zoiets van: 'hè, wat doet-ie nou? Hij gaat toch niet Summertime spelen?' Dat is dan ook de kracht van het nummer, dat het jazzliefhebbers verbindt en verdeelt. Summertime doet het allemaal.'

Vraag aan het Summertime Genootschap: Wat is de allerbeste versie van Summertime?

Paul: 'Billy Stewart, uit 1966, met voorsprong. Of James Brown, die is ook mooi.'

Jimmy: 'Ja, dan heb je het over wereldwijd. Maar de mooiste Nederlandse is van Brainbox, met Kaz Lux.'

Paul: 'Ja, daar kun je niet omheen.'

Kaz Lux heeft toch maar weer zijn gitaar erbij gepakt, op zijn Oosterhoutse zolderkamer. Optreden is leuk, maar een beetje pielen op zijn kamertje, zoals nu, dat is pas echt een lekker tijdverdrijf. Ter plekke een motiefje bedenken, wat tekst erbij, en dan laten liggen totdat het op een dag weer van pas komt - en zijn vrouw die tussentijds koffie brengt. Dat is helemaal niet slecht, voor een zanger met een melancholische inborst.

Er is een tijd geweest dat hij Summertime niet meer kon aanhoren. Dan konden fans wel zeggen dat ze het prachtig vonden en onaantastbaar goed, maar hij vond er geen moer aan. 'Maar gek is dat, dan opeens ging het weer', zegt hij. 'Bijvoorbeeld als je het in een akoestische setting speelde, als ballad, met langgerekte noten. Prachtig!'

Op zijn gitaar speelt hij de melodie van Summertime, met hier en daar een kleine improvisatie. 'Zo!', zegt hij, en stopt zijn gitaar in de koffer, en sluit 'm resoluut af. 'En nou is het echt genoeg.'

Tekst gaat verder onder de afspeellijst.

Summertime als oorwurm

Het nummer blijft in je hoofd zitten. Hoe komt dat?

Summertime gaat nooit vervelen, zeggen liefhebbers. En: Summertime blijft in je hoofd zitten. Hoe komt dat? Aan het departement Informatica van de Universiteit Utrecht is door de multimediagroep uitgebreid wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de 'hook' van populaire nummers. Voor die hits is ook een term bedacht: een 'oorwurm'. In dit 'hooked'-onderzoek kwam ook Summertime aan bod. Een 'hook' wordt bepaald door herkenbaarheid, herhaling en voorspelbaarheid. 'Zoals dus opgaat bij Summertime', aldus onderzoeker Hendrik Vincent Koops. Voor de basis van de hoofdmelodie van het nummer wordt gebruikgemaakt 'van een relatief simpele pentatonische reeks', aldus Koops. 'Dit is een toonreeks van vijf tonen waarover makkelijk te improviseren valt, zeker in een jazz- en bluesstijl. Dat zou deels ook een verklaring zijn waarom er zo veel versies van zijn. Melodieën gebaseerd op pentatonische reeksen zijn vaak relatief eenvoudig en makkelijk te zingen en te onthouden. Daardoor zijn ze vaak te vinden in kinderliedjes.' Ook belangrijk in de 'hook' zijn volgens Koops de herhaling en de stem. 'De meeste versies van Summertime bestaan uit een paar herhalingen van bijna exact dezelfde (gezongen) melodie', aldus Koops. 'Deze worden soms afgewisseld door eventueel een solo of een instrumentaal deel. Maar er is geen onderscheid tussen een couplet of refrein zoals in veel popnummers.' Conclusie van Koops: alle componenten van een oorwurm gaan op voor Summertime.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.