'Zelfmoordacties, daar snap ik niets van'

Dat hij zijn perskaart van Scotland Yard moest inleveren was een tegenvaller, maar verder is Gerald Seymour blij dat hij de journalistiek verliet....

Gerald Seymour kent zijn terrorist. Althans, hij dacht hem te kennen. Als journalist voor de Britse zender ITN keek hij hem vaak in de ogen. De Palestijnen die Israëlische sporters vermoordden tijdens de Olympische Spelen van 1972, de leden van de ETA, de IRA, de Brigate Rosse, de Duitse Baader-Meinhof-groep, de Molukse treinkapers.

Toen de drie overlevende Palestijnen van het drama in 1972 in München na een vliegtuigkaping vrijkwamen, was hij de eerste journalist die hen in Libië opzocht. Ze stonden hem stotterend te woord. Hij had de mannen tijdens hun arrestatie in Duitsland na het bloedbad op vliegveld Fürstenfeldbruck ook al gefilmd. Ze deden het in hun broek van angst, dachten dat ze door de Duitsers gedood zouden worden.

Die lichting, zegt de Britse thrillerschrijver in zijn Amsterdamse hotel, maakte veel slachtoffers, maar zelfmoord acties kwamen in hun handboeken nauwelijks voor. 'Nu zien we in het Midden-Oosten en Irak een nieuwe soort opstaan. Jonge mannen - of jonge vrouwen - die er niet voor terugdeinzen om zichzelf op te blazen bij een willekeurige wegversperring.'

Seymour verbaast zich over hun acties. 'Waarom geven ze hun leven om zomaar een Iraakse politieagent te doden? Tijdens de Tweede Wereldoorlog richtten Japanse kamikaze-piloten zich tenminste nog op grote doelen, op vliegdekschepen. Net als Mohammed Atta en zijn trawanten op 9 september 2001 in de VS deden.

'Maar een zelfmoordactie in een overvolle stadsbus? Een student medicijnen van achttien die zichzelf opblaast in Mosul, wat is dat voor een jongen? Wat bezielt die jongeren? Welk fanatisme drijft ze? Wie zit er achter? En ze staan er blijkbaar voor in de rij. Het is bizar.'

Het beangstigt Seymour. 'Tegen mensen die zichzelf willen doden kun je je als samenleving niet goed beveiligen, hoeveel veiligheidspersoneel je ook in dienst neemt, hoeveel geld je eraan spendeert.

'Toen de Engelse minister-president Thatcher in 1984 in Brighton ontsnapte aan een bomaanslag, gaf de IRA daarna een verklaring af, die nog steeds actueel is. Jullie moeten élke dag geluk hebben, zeiden ze, wij hoeven maar één keer in ons leven geluk te hebben.'

Je kunt zeggen dat Gerald Seymour schrijver werd dankzij een man die door velen jarenlang als terrorist werd beschouwd. Als journalist werd hij in de jaren zeventig door ITN naar Beiroet gestuurd om daar, net na de Jom Kippoer-oorlog, een exclusief interview met Yasser Arafat te maken. Maar elke dag kreeg hij op het kantoor van de PLO-leider te horen: 'Kom morgen terug.'

Seymour keerde terug naar zijn hotel, waar hij verder ging tikken aan zijn eerste thriller, Harry's Game. 'Ik heb twee weken kunnen werken in dat hotel. Eerste klas. Mooi uitzicht op zee. Prima roomservice. Fantastisch. Het boek schoot lekker op.

'En nee, Arafat heb ik nooit gesproken.'

Waarom wilde hij dat boek eigenlijk schrijven? 'In 1972 kwam The Day of the Jackal uit van Frederick Forsyth, een BBC-journalist die net terug was uit Biafra. Een journalistieke thriller, totaal afwijkend van wat tot dan gangbaar was in dat genre.'

De traditionele avonturenromans van Alistair MacLean, Hammond Innes en Ian Fleming gingen na Forsyths debuut 'het raam uit', zoals Seymour zegt. 'Het boek van Forsyth was, na eerst door tien uitgevers te zijn afgewezen, een geweldig succes, dat binnen een jaar verfilmd was.'

Journalist-die-succesvol-schrijver-wordt. Dat kunnen wij ook, dachten veel van Forsyths onderbetaalde collega's in Fleet Street. Seymour: 'Overal werden stiekem thrillers getikt. In most newsrooms they were tapping away.'

I

edereen had in die dagen een manuscript in de bureaula. In een van die laden lag ook Harry's Game. Niet dat uitgevers niet geïnteresseerd waren, nee, de journalist was onzeker over het verhaal, dat hij 'eigenlijk meer als een oefening zag'. Hij liet het aan een collega lezen. Die stuurde hem in oktober 1974 meteen door naar een literair agent. Binnen tien dagen had Seymour in zowel Groot-Brittannië als de Verenigde Staten een contract, de daaropvolgende verkoopcijfers waren hoog.

Toen was het: wat nu? Schrijver worden, of doorgaan met dat verslavende journalistieke werk, waarbij hij zes maanden per jaar van huis was. Eerst probeerde hij beide. 'Ik deed verslag van de Olympische Spelen van Montreal voor ITN en ging daarna met mijn gezin op vakantie in Tunesië. Mijn vrouw en twee zoontjes gingen 's ochtends naar het strand. Ik ging op de hotelkamer zitten tikken aan mijn tweede boek. Alleen de laatste dag ben ik ook naar buiten gegaan, terug naar de gewone mensenwereld. Ik liep meteen een zonnesteek op.'

Gerald Seymour wist het na die vakantie zeker: hij werd fulltime-schrijver. Een combinatie met het journalistieke werk trok hem niet. De gewaardeerde collega van Kate Adie en Martin Bell had het - eerlijk is eerlijk - ook wel een beetje gehad met het hijgerige televisiewerk.

De overgang voor de ervaren reporter, die in 1963 als eerste opdracht de Grote Treinroof had mogen verslaan, was abrupt. Voorbij waren de tijden dat hij met een grote crew betaald over de hele wereld werd gestuurd.

Met een glimlach: 'Het ergste was dat ik mijn perskaart van Scotland Yard moest inleveren.'

Hij bleef wel reizen, voor de research en de couleur locale in zijn boeken. Hij is bijna overal geweest, van Koerdistan tot Sarajevo, van Peshawar tot Belfast. Rondlopen en praten. Gewapend met potlood en een kladblokje, die makkelijker deuren openen dan de agressieve filmcamera.

'Ik ging toen ik net schrijver was geworden met de trein naar die goeie ouwe DDR. Voor het eerst helemaal alleen, zonder collega's. De grensovergang leek wel een filmset. Mannen in laarzen en grijze uniformen op het perron, veel herdershonden. De vopo's stempelden een getal in mijn paspoort: 007.'

Seymour is inmiddels ruim twintig titels verder. Hij publiceerde meer dan zijn grote voorbeeld Forsyth. Beiden schrijven faction thrillers, realistische verhalen met een combinatie van feiten en verzinsels. 'What if-boeken', noemt Seymour ze, 'wat zou er gebeurd zijn als. . .'

F

orsyth heeft zijn eerste drie boeken, met voorop The Day of The Jackal, nooit meer overtroffen. Hij hoedt zijn schapen en produceert conservatief getinte artikelen over Engeland, de euro en het perfide Europa.

Seymour daarentegen presenteert elk jaar opnieuw een lezenswaardige en intelligent gecomponeerde thriller, die steevast gebaseerd is op actuele thema's. Het Chili van Pinochet, Noord-Ierland, Sarajevo, het Italië van de Rode Brigades, spionage in het nieuwe Rusland, en, vooral, heel veel Midden-Oosten: Israël, Iran, Koerdistan en Irak.

In The Unknown Soldier wordt een Al Qa'ida-strijder vrijgelaten op de Amerikaanse basis Guantánamo Bay. Hij wordt teruggevlogen naar Afghanistan. De Amerikanen denken dat hij een onschuldige taxichauffeur is, die ten onrechte gevangen werd genomen.

De man is van Britse afkomst, maar heeft dat geheim weten te houden, de vele ondervragingen van de CIA en andere geheime diensten ten spijt. Als ze erachter komen dat ze een vergissing hebben begaan, is het te laat en loopt de terrorist vrij rond. De spannende, vanuit diverse invalshoeken beschreven jacht kan beginnen.

De Brit wordt dwars door het Lege Kwartier, de eindeloze Rub' al Khali-woestijn van Saudi-Arabië, vervoerd in de richting van wat de geheime verblijfplaats van Osama bin Laden zou zijn. Deze wil de Britse terrorist inzetten bij een grote aanslag in de westerse wereld, waarbij een 'vuile kofferbom', een primitieve atoombom, zal worden gebruikt.

Een realistische dreiging, zegt Seymour, juist op de dag dat van terrorisme verdachte Britse onderdanen door de VS worden vrijgelaten. 'Extremistische groeperingen zijn zeer actief in het recruteren van jongeren in West-Europa.'

En die kofferbom? 'Elk wapen dat de mens ontwikkeld heeft, wordt vroeg of laat gebruikt, ook door terroristen. Die bom ís er, en zal dus ooit ingezet worden. Het is wachten op het moment.'

Hij mag daarbij graag herinneren aan de woorden van de veiligheidsagent die getuige was van de aanslag door John Hinckley op president Ronald Reagan in 1981. 'Christ, it's actually happening, riep die. Na jarenlange training was het zover, en nóg was hij eigenlijk te laat.'

Zijn achtergrondinformatie haalt hij uit de vele gesprekken die hij voert met leden van de geheime dienst, met militairen, met experts die alles van vuile kofferbommen weten, zelfs met Russen die zéér bedreven zijn in het verhoren van Tsjetsjeense gevangenen.

Het is het gewone journalistiek handwerk. 'Al is het dan juist reuze handig om géén journalist te zijn. Verslaggevers zijn verdacht. Ik garandeer absolute geheimhouding, zal nooit namen van mijn bronnen openbaren.

'Vaak sturen praatgrage officieren je weer door naar beneden, they pass you down the line, naar hun manschappen, die weer veel kunnen vertellen over hoe het er echt aan toe gaat. Ik breng zo, als een spons die alle informatie opzuigt, heel wat uurtjes door in pubs en pizze ria's.'

Voor Seymour, zoon van een bankier, die in zijn vrije tijd dichter was, en een moeder die als Rosalinde Wade romans schreef, is schrijven hard werken. Hij tikt elke dag gedisciplineerd acht uur in zijn werkkamer in zijn landhuis in het pastorale Somerset, nabij Bath.

's Ochtends maakt hij de overgang van het huiselijk leven naar zijn kantoor - 'yes, in hetzelfde huis' - door eerst een uur met zijn hond door de velden te gaan wandelen. Op de zwarte Labrador Becks, genoemd naar een biermerk én ('alleen als hij goed speelt') de voetballer David Beckham, worden nieuwe dialogen uitgeprobeerd.

'Het liefst zou hij in de velden achter de fazanten en de vossen aangaan, maar Becks wordt gedwongen naar mij te luisteren. Arme hond.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden