Zelfingenomen schrijvers in de snobtempel

Athenaeum Boekhandel bestaat vijftig jaar. Joris van Casteren sprak schrijvers, klanten en verkopers en reconstrueerde de wilde beginjaren. Klanten werden vaak arrogant bejegend, blijkt in deze voorpublicatie uit Is u bekend met het alfabet?, dat deze week uitkomt.

De winkel van Athenaeum Boekhandel op het Spui. Beeld Hollandse Hoogte

Regelmatig werden bekende buitenlandse auteurs gesignaleerd in de zaak, onder wie Umberto Eco, Marguerite Yourcenar, Salman Rushdie en John Irving, die de winkel in zijn roman A Widow for One Year (1998) als decor gebruikt. De lijst van vermaarde schrijvers die er signeerden is eindeloos: van William Burroughs tot Joseph Brodsky en Peter Sloterdijk, van Graham Swift tot Isabel Allende en André Brink.

Winkelchef Herm Pol herinnert zich een geruchtmakend incident tijdens een signeersessie van V.S. Naipaul in 1980. 'What do you think of the situation in Suriname?', vroeg een Creoolse man aan de latere Nobelprijswinnaar uit Trinidad. 'You go back to your jungle and bang the drum', antwoordde Naipaul op getergde toon.

Voormalig verkoper Jan Meng, die tegenwoordig faam geniet als inspreker van luisterboeken, raakte dankzij de signeersessies met verschillende auteurs bevriend. Zo correspondeerde hij met Raymond Carver en illustrator Ralph Steadman en dronk hij biertjes met Jerzy Kosinski en Joseph Heller wanneer zij Amsterdam bezochten.

Umberto Eco Signeert. Beeld Ewoud de Kat
Mensen staan in de rij voor een handtekening van John Irving. Beeld Ewoud de Kat

In 1985 werd Athenaeum Boekhandel uitvoerig geprezen in The New York Times. De winkel was volgens de krant 'a fine barometer of shifting tastes'. Met - en dat was voor de Amerikanen vooral verbluffend - 'an entire room still devoted to classical texts and studies, ranging from the illustrated Love and Seduction in Antiquity to 21 titles on and by Aristotle'.

Die verhoogde statuur leidde bij sommige verkopers tot een zekere hoogmoed. 'Met name bij de goed opgeleide, pas afgestudeerde jongens en meisjes die binnen hun vakgebied geen baan hadden kunnen vinden', zegt Meng.

U mag blij zijn dat u hier binnen mag komen, dat was ongeveer hun houding naar de klant. Wanneer die naar het werk van Ludlum of Stephen King informeerde, viel hem hoongelach ten deel. 'Gaat u liever naar Scheltema aan het Koningsplein', werd er dan gezegd. 'Nee, we verkopen hier geen gummetjes', kreeg iemand te horen die op zoek was naar kantoorartikelen.

Joris van Casteren, Is u bekend met het alfabet? Verhalen uit een boekhandel, Uitg. Bas Lubberhuizen, 17,99 euro.

Als een klant vroeg wat een interessant boek was, werden ingewikkelde titels opgegeven, geschreven door mediaschuwe auteurs die volslagen onbekend waren bij het gemiddelde publiek. 'Maar als u niet eens weet wie dat is...', klonk het dan.

Verkoper Jacques Asselman spande hierin de kroon. Hij woonde al geruime tijd boven de winkel en was daar, in een vervuilde ruimte vol snuisterijen, curiositeiten en kitschvoorwerpen, voor een schare homoseksuele vrienden mystieke katholieke diensten gaan opvoeren.

De zeer belezen excentriekeling, die zich moeiteloos plot en personages van een jaren eerder gelezen boek wist te herinneren, kon klanten ongekend arrogant op hun nummer zetten. 'Is u bekend met het alfabet?', merkte hij op wanneer iemand vroeg of het werk van een bepaalde auteur in de winkel aanwezig was.

Martelkamer in de kelder

Een deftige zaak met nadruk op het klassieke repertoire wenste de gefortuneerde uitgever Johan Polak (1928-1992) toen Athenaeum aan het Spui in september 1966 opende. Achter de schermen ging het er minder deftig aan toe, blijkt uit Van Casterens Is u bekend met het alfabet?. Polaks toenmalige levensgezel, in het milieu Handje Contantje genoemd, kocht een sportwagen op kosten van de weinig renderende zaak en eiste het directeurschap op. Op de stille Spaanse afdeling werden heren afgewerkt en tijdens de heroïne-epidemie in de jaren zeventig vond zoveel diefstal plaats dat faillissement dreigde. Nieuwe directeur Guus Schut nam onconventionele maatregelen: zo was er in de kelder een verhoorkamer voor gesnapte dieven, de Sala de Tortura.

Zijn persoonlijke mening over een boek verborg hij niet. 'Weet u wel dat dit een feministisch rotboek is?', zei hij als iemand iets van Anja Meulenbelt of Hannes Meinkema kocht, en las er dan op spottende toon een stukje uit voor. ''Help, ik lek.' Vindt u dat nou literatuur?'

Tegen een schrijver die een boek van zichzelf aanschafte: 'Heeft u van uw uitgeverij dan geen exemplaren gekregen?' Hij kwam ernstig overhoop te liggen met Renate Rubinstein, die zich in haar Tamar-column in Vrij Nederland enorm had opgewonden over hem.

Asselman was volgens haar een 'Pax Christi-roomse' man die De Goelag Archipel van Solzjenitsyn weigerde te verkopen omdat die hem 'te reactionair' zou zijn. 'Het idee van een index kunnen die lui niet zo gemakkelijk laten varen', schreef Rubinstein. Kort daarop zei Asselman in de winkel tegen een klant dat Rubinstein, die aan multiple sclerose leed, 'net zo ziek is als ze schrijft'.

Nieuwscentrumverkoper Peter Lotgering - de boekhandel heeft een aparte afdeling voor kranten en tijdschrijften - kon er ook wat van. Margreet Alblas, tegenwoordig verantwoordelijk voor de boekhouding, werkte geruime tijd met Lotgering samen. 'Hij behandelde klanten als kleine kinderen', zegt Alblas. ''Waarom komt u hier als u dat niet eens weet!' Dat soort dingen zei hij.'

Net als Asselman en Athenaeumoprichter Johan Polak kwam Lotgering zeer openlijk uit voor zijn homoseksuele geaardheid. 'Peter vertelde bijvoorbeeld uitgebreid over een geslachtsziekte die hij ergens had opgelopen, liefst waar de klanten bij stonden. Ik schaamde me kapot.'

Verkoper Jan Meng deed er alles aan de heersende zelfgenoegzaamheid onder zijn collega's te bestrijden. 'Dit is een gewone winkel', riep hij als iemand opnieuw zijn neus voor iets had opgehaald. En: 'We moeten drempelverlágend zijn, niet drempelverhogend.'

Ook in een artikel over de boekhandel dat Boudewijn Büch schreef voor studentenweekblad Folia, bracht Meng de kwestie ter sprake. 'Ik vind niet dat iemand die hier in de winkel staat, moet laten merken aan een klant die om Ludlum vraagt dat hij de appreciatie van de klant maar niets vindt. Voor sommige mensen is Ludlum nu eenmaal de top.'

In een ultieme poging de snobistische mentaliteit te bestrijden, richtte Meng met Herm Pol en Nirk Zijlmans - die net als Pol uit Amsterdam-Noord kwam - het Athenaeumvoetbalteam op. Maar juist de wat pedantere types, zoals Asselman, deden niet aan sport.

Het elftal zou, dit terzijde, onder meer komen te spelen tegen een team van uitgeverij Van Gennep, waarbij Johan Polak met zijn maat 46 de aftrap verrichtte. Na afloop verscheen hij in de kleedkamer en zei: 'Blijven jullie maar rustig zitten, ik heb wel meer blote jongens gezien.'

Boudewijn Büch signeert. V.l.n.r. Harry Mulisch, Emile Brugman (redacteur De Arbeiderspers), Cees Nooteboom, Ellen Schalker (Arbeiderspers) en Boudewijn Büch. Beeld Ewoud de Kat

Na een volgend incident, waarbij een Amerikaanse toerist die om kleurpotloden had gevraagd op botte wijze was heengezonden ('This is not the Walmart'), stelde directeur Guus Schut de kwestie in een vergadering aan de orde.

Hij was bang dat de verwatenheid op termijn ten koste van de omzet zou gaan. 'Dus wees alsjeblieft niet te betweterig', zei hij onder meer. Hem hadden signalen bereikt dat een bepaalde groep mensen de winkel niet in durfde, uit vrees te worden bespot om hun voorkeur.

Petra Noordkamp, tegenwoordig verkoopster in het Athenaeum Nieuwscentrum, hoorde geregeld van vrienden en bekenden dat zij liever naar een andere boekwinkel gingen omdat ze zich bij Athenaeum 'zo bekeken' en 'beoordeeld' voelden. Voor ze bij de boekhandel aan de slag ging, had Noordkamp daar zelf ook last van. Ze was, vertelt ze, altijd 'een beetje geïntimideerd' door het personeel.

Omgekeerd werd Athenaeum vaak met de zelfingenomenheid van bepaalde schrijvers geconfronteerd. Jan Meng herinnert zich een aanvaring met een verbolgen Hugo Claus, die wilde weten waarom zijn nieuwe boek niet in de winkel lag.'Het ligt bij de afdeling toneel, meneer Claus', zei Meng. 'Uw nieuwe boek is toch een toneelstuk?' Claus was de zaak nog niet uit of er belde een redacteur van zijn uitgeverij, De Bezige Bij. 'Ik hoor net van Hugo dat zijn boek niet in de winkel ligt. Wat is er in hemelsnaam aan de hand bij jullie?'

Iets vergelijkbaars presteerde schrijfster Mischa de Vreede. Meng zag haar in een onnatuurlijke, voorovergebogen houding voor de etalage staan, om zo, van buitenaf, de kast met de V te inspecteren. Kort daarop belde De Bezige Bij. 'Volgens onze informatie ontbreken er al een tijdje twee titels van Mischa de Vreede bij jullie.'

Op een keer sprak de dichter Hans Vlek Meng aan. 'Kent u de dichter Hans Vlek?', vroeg de dichter Hans Vlek. 'Ja toch? Iedereen kent hem. Waarom ligt zijn werk dan niet in de winkel? Kunt u de bundels van Hans Vlek onmiddellijk bestellen?'

Ook schrijver Ton van Reen kende geen gêne. 'Ton ging bij binnenkomst altijd op zijn knieën op de grond zitten, want de R begon ergens onderaan', zegt Meng. 'Om te zien of dat ene exemplaar van zijn boek nou eindelijk eens een keertje was verkocht.'

De meeste schrijvers opereerden behoedzamer. Om na te gaan of hun werk wel voorradig was, bewogen ze zich met een omweg naar de kast waar het zich zou moeten bevinden. Als Herm Pol plotseling opdook, zochten ze zogenaamd naar iets anders. 'Just checking the walls', zei Pol dan, verwijzend naar een bekende sketch uit Fawlty Towers.

Ook Harry Mulisch kwam met regelmaat in de winkel. Guus Schut, op kantoor op de bovenverdieping, merkte dat aan de geur van pijptabak, die het pand tot op de hoogste verdiepingen vulde.

Na een zo'n bezoek belde iemand, wederom van De Bezige Bij, die dringend met de directeur wilde spreken. Schut: 'Het was Mulisch' redacteur, die zei dat er volgens Harry geen exemplaren van de paperbackuitgave van zijn roman Hoogste tijd in de winkel lagen.'

Schut liep naar beneden om poolshoogte te nemen. Hij zag een hoge stapel van de betreffende uitgave op een uitstaltafel liggen en belde de redacteur terug, die de informatie aan Mulisch zou doorspelen. 'Vlak daarna belt die redacteur opnieuw: 'Harry bedoelt dat ze niet naast de kassa liggen, terwijl ze daar natuurlijk wel horen.''

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden