Column

Zelfdestructie in Pussy album

'Find what you love and let it kill you', zei Bukowski eens. Nu heb ik het niet zo op Bukowski, moet ik er eerlijk bij zeggen. Een pretentieuze poseur, een misogyne fallocraat die stomdronken je bed onderkotst en daar dan een slecht gedicht over schrijft; alle Amerikaanse vrouwen vinden hem énig, want hij is zo Européés. 'Don't try' staat er op zijn graf. Mosterd na de maaltijd, Hank.

Book cover Pussy Album

Maar goed, sterven aan iets (of iemand) waarvan je houdt, daarin schuilt een zekere bekoring, en ook zelfdestructie kan alleraardigst zijn. Ik las Pussy album van Stella Bergsma dan ook beslist niet zonder instemming. De belevenissen van de hoofdpersoon, Eva, doen denken aan de wereld van Bukowski, maar dan door de ogen van een vrouw. Een vrouw met een grote, verloren liefde, dat is op zich niets nieuws, maar deze Eva gaat er niet op klassiek vrouwelijke wijze mee om (snikkend chocola eten met een half flesje chardonnay erbij, kwistig schoenen kopen, een nieuw, verkeerd kapsel nemen, jammeren tegen vriendinnen en die éne 'gay best friend'); nee, ze giet zich dagelijks tot de rand vol met wodka en bier, kotst, valt om, neukt met alles (ook deodorantrollers, waar heb ik dat eerder gelezen?) en iedereen, wordt als lerares ontslagen omdat ze zich stomdronken aan een 17-jarige scholier vergrijpt, laat haar planten doodgaan en wordt, om den brode, postbode, waar ze vervolgens óók weinig van terecht brengt. Daarnaast maakt ze graag kutafdrukken op de bank en heeft ze een verfrissende hekel aan kinderen. Ja, het is weer eens wat anders.

'Nou ja, zeg, móet dat nou', kermt menige tuttebel nu nuffig. 'Kan het allemaal niet wat... geláágder?' Maar Bergsma kan schrijven, en als je dat kunt mag alles. Ze is geestig, deze zelfverklaarde 'borrelbefster' met haar 'doekje voor het Dasein', haar stervende zonnebloem in een pot die ze 'Zonnie B.' noemt, haar 'gin-goeroe en Tibetaanse tonic-monnik', haar 'kan iemand me even jeneverboarden?'

Gelukkig ontaardt de woordkunst niet in flauwiteiten, friemelige mooischrijverij of foute woordspelingen, nee, het is proza met ballen, hier en daar een beetje poëtisch, zonder dat het hinderlijk of 'vrouwelijk' wordt.

Wat me voorts bevalt, is het volkomen gebrek aan de koketterie die je in dit soort bekentenisliteratuur vaak aantreft. 'Eva' laat niet stiekem doorschemeren dat ze eigenlijk een tof en/of lekker wijf is, bijvoorbeeld, nee, het is allemaal voor het volle pond lelijk, vies, tragisch en krankzinnig. Eva is een dronken gek, geil uit wanhoop, en juist daarom ontroerend in al haar oprechte menselijkheid. Een vrouwelijke hoofdpersoon die werkelijk gestoord is, en dan geloofwaardig, hier en daar zelfs herkenbaar, dat zie je niet zo vaak. Ja, Esther Gerritsen, die kan dat ook, maar dan héél anders.

Goed, het is allemaal wel érg 'larger than life', met dat balkon vol aangekoekte afwas, die zelfs voor een ervaren drinker verontrustende porties drank, al dat wezenloze geneuk met al die verschillende kerels, die wel érg jonge minnaar; krijg je als tegen de 40 lopende, lallende zatlap echt een mooie jongen van 17 zo ver dat hij, al is het maar tijdelijk, van je houdt? Maar ja, mannen krijgen meisjes toch óók zo gek, dus waarom ook niet?

Nee, het is geen vrolijk werkje.

'Some people never go crazy. What horrible lives must they have' zei Bukowski eens.

Lees Pussy album en oordeel zelf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden