Corona & Cinema

Zelden was er een crisis waarbij de bioscopen dicht moesten. Wat maakt de filmervaring in een grote zaal zo speciaal? 

null Beeld Paul Kaye / Getty
Beeld Paul Kaye / Getty
Bor Beekman

‘Als kind mocht ik van mijn moeder nooit naar de bioscoop, omdat daar te veel bacteriën rondgaan’, vertelde de Zuid-Koreaanse Oscarwinnaar Bong Joon-ho begin 2020, op bezoek in Rotterdam. De festivalbezoekers in de propvolle zaal van het Hilton-hotel moesten er nog zo om grinniken. Het coronavirus waarde toen enkel nog rond in China, en Bongs Parasite verpulverde bezoekersrecords in de Nederlandse bioscoop.

Corona is, naast een nare ziekte, ook een filmexperiment op wereldschaal. Jaren verkeerden bioscoopketens voortdurend in verzet tegen studio’s, die steeds vaker (en eerder) uitwijken naar onlineplatforms. De grote concerns achter die studio’s, meestal in bezit van een eigen video-on-demanddienst, eisen kortere draaiperiodes in de bioscoop, of wensen meteen al bij de zaalrelease online uit te gaan. Bioscoopeigenaren vrezen dan niet meer rond te komen.

En dan knijpt plotseling een virus de bloedtoevoer van de bioscopen af, om die ader direct te verleggen naar de streamingindustrie; een bedrijfstak die wél gedijt bij quarantaines.

‘Filmtheaters doorstonden wereldoorlogen, depressies en recessies’, schreef filmvakblad Variety naar aanleiding van de in maart 2020 in recordtempo gekelderde aandelenwaarde van de Amerikaanse bioscoopketens, ‘maar covid-19 en de gezondheidscrisis vormen een met niks vergelijkbare bedreiging.’

Christopher Nolan schreef een alarmbrief, die werd gepubliceerd in The Washington Post, met als strekking: we móéten de filmtheaters (en hun medewerkers) helpen, want die vormen een ‘vitaal deel van het sociale leven’. Uit het epistel van de regisseur van Interstellar en Dunkirk: ‘Misschien dacht je, zoals ik, dat je naar de bioscoop ging voor surround sound, of Goobers (een soort M&M’s), of frisdrank en popcorn, of voor filmsterren. Maar dat was niet zo. We waren daar voor elkaar.’

null Beeld Getty
Beeld Getty

De bioscoop als tempel, plots gesloten voor de cinefiele horden en al diegenen die (al of niet bewust) snakken naar een collectieve belevenis.

Voor de Nederlandse cameraman Hoyte van Hoytema gaat er niks boven de bioscoop. Van Hoytema, de vaste director of photography van Nolan, woont in Los Angeles. Hun tijdreisthriller Tenet werd in de Amerikaanse pers meteen al aangeduid als de eerste post-coronablockbuster. Van Hoytema: ‘Chris en ik proberen die films altijd zo zintuiglijk mogelijk te maken. Elke beslissing die we nemen op de set is afgestemd op de bioscoopervaring. We draaien veel op zware en analoge imax-camera’s, die na elke twee minuten filmen herladen moeten worden met 300 meter 65-millimeterfilm. De resolutie en diepte zijn duidelijk voelbaar op het grote doek, in de huiskamer beleef je dat wellicht anders.’

Regisseur Shady El-Hamus, die debuteerde met zijn goed bezochte jongerenkomedie De Libi, bracht de corona-pauze door met het schrijven aan zijn nieuwe Nederlandse speelfilm. Hij zegt: ‘Die zal ook veel in huiskamers worden gezien, misschien wel meer dan in de bioscoop. Maar bij het hele creatieve proces, hoe je over bepaalde shots denkt, de decoupage, de kaders, heb je tóch die bioscoop in je achterhoofd. Bij beslissingen over het spel van de acteurs, kan ik me voorstellen dat het een verschil maakt. Voor een publiek dat thuis in de huiskamer zit, met het licht aan en een telefoon die nog eens afgaat, kunnen de acteurs misschien beter nét wat groter spelen, of pas je de muziek iets aan.’

De tunnel, zo omschrijft filmmaker en tv-producent Halina Reijn het ultieme bioscoopgenot. ‘Dat je er helemaal in zit, dat er geen ontsnapping mogelijk is. En juist dat is belangrijker dan ooit, omdat ons brein tegenwoordig minder is ingesteld op zo’n pure vorm van concentratie. Thuis kijk je niet alleen naar dat televisiescherm, maar tegelijk ook naar je telefoon of iPad.’

De finalescène van haar debuutthriller Instinct (2019) kún je bekijken op je laptop. ‘Maar dat is bijna niet te vergelijken met de bioscoop. De details van het spel, het geluid dat ineens wordt weggedraaid, zodat de sfeer bijna vacuüm zuigt, en Jasper Wolf (de cameraman, red.) die het bijna als een natuurfilm vastlegt: in de bioscoop zit je ín die scène, midden tussen de gewelddadigheid.’

Haar ideaal, als consument: de halflege bioscoop, liefst overdag. ‘Ik hoef de mensen niet té dicht op me, dat was voor corona ook al zo. Een keer, toen ik gedeprimeerd door de stad liep, na een hele nacht niet slapen van liefdesverdriet, dook ik om 11.00 uur ’s ochtends het Citytheater in voor De rouille et d’os, met Matthias Schoenaerts. Dat gaf zo’n troost, die film wiegde me, nam me mee naar een andere plek – dat is ook de spirituele kracht van kunst.’

Van links naar rechts:  Shady El Hamus,  Hoyte van Hoytema en Halina Reijn Beeld Studio V
Van links naar rechts: Shady El Hamus, Hoyte van Hoytema en Halina ReijnBeeld Studio V

Kijken met energie

‘Het is ook gewoon het gordijn dat opengaat’, verklaart Jos Stelling (77) de betovering van de bioscoop. ‘Dat je eerst een kwartier hebt zitten wachten. En ik kan er wel filosofisch over doormekkeren, maar weet je wat ook belangrijk is? Dat je een kaartje koopt. Je moet dat gekochte kaartje voor je gevoel een beetje willen terugverdienen. Dán ga je met energie kijken. En daar wordt de film beter van.’

Het kleine scherm verslaat het grote

‘Niemand geeft meer om films, niemand gaat naar de bioscoop’, sarde Ricky Gervais begin 2020 nog bij de uitreiking van de Golden Globes. ‘Iedereen kijkt Netflix.’ Dat was deels een grap: in de Verenigde Staten daalt het bioscoopbezoek wel, iets. Maar in de rest van de wereld gaan (gingen) mensen nog onverminderd vaak naar de film. Daarnaast kijken ze Netflix. Ook oercinefiel en filmklassiekerconservator Martin Scorsese stapte naar de streamingdienst, omdat Netflix wél bereid was geld neer te tellen voor zijn peperdure misdaadepos The Irishman. Net als Alfonso Cuarón, die zo met blockbusterbudget zijn Mexicaanse familiedrama Roma kon regisseren, Spaans gesproken ook nog. Films die anders niet waren gemaakt, maar ook de huidige dilemma’s van de filmwereld illustreren: degenen die Roma en The Irishman in de bioscoop hadden gezien, bij de beperkte prestigerelease, oordeelden veelal anders dan degenen die thuis keken. Gechargeerd: de kleine groep bioscoopgangers zagen meesterwerken, de grotere groep thuiskijkers vonden diezelfde films tamelijk saai en langdradig. Niet zo gek: in Roma koos Cuarón er doelbewust voor zijn camera op afstand te houden, en zo juist veel te onthullen van de pijn in het leven van het kindermeisje Cleo. En met The Irishman verkoos Scorsese een lomere verteltrant voor zijn gangsters op leeftijd; heel anders dan zijn eerdere, meer turbulente misdaad-epossen. Groot doek helpt de speelfilm, maar dat je niet op pauze kunt drukken, is minstens zo belangrijk.

The Purple Rose of Cairo (1985)

Van alle personages die hij schreef, komt serveerster in The Purple Rose of Cairo het dichtst bij hemzelf, beweert Woody Allen in zijn memoires. Niemand is zo verzot op bioscoopescapisme als deze Cecilia, gespeeld door Allens ex Mia Farrow, die vastzit in een slecht huwelijk.

De film, die zich afspeelt in de crisisjaren dertig, kantelt dat escapisme zodra een van de personages van Cecilia’s favoriete komedie plots uit het doek stapt, zo de zaal in. De figuren óp het doek blijken eveneens toe aan iets anders. Allen voert de fantasie ver door: filmbonzen vrezen dat nog meer personages zomaar van het doek zullen stappen (en wat dan?), maar zijn speelse komedie vindt ook een droeve ondertoon, sterk geholpen door het fragiele spel van Farrow.

null Beeld

Roma (2018)

Het is bijna crimineel, hoezeer Alfonso Cuarón ons tergt, door uitgerekend in Roma, de film die verscheen bij Netflix zo’n aanlokkelijke en fraai gefilmde bioscoopscène te stoppen, een scène die sméékt om projectie op het grootste filmdoek. We ontwaren alles wat Netflix níét is, in hagelstrak zwart-wit. Zie die glorieuze en imponerend grote Mexicaanse bioscoop, anno 1970. Met vrijende stelletjes op de achterste rijen, terwijl op doek een malle oorlogsfilm met groteske nazi’s speelt. En dan zegt het hoofdpersoon Cleo dat ze zwanger is, tegen haar norse vriendje. Ik moet plassen, zegt hij. Maar de film duurt nog maar vijf minuten, reageert zij, als hij opstaat. En dan weten we al: die is weg.

null Beeld

Once Upon a Time in… Hollywood (2019)

‘Ik verwerp je hypothese’, snerpte Quentin Tarantino, op de vraag waarom hij een ‘zo getalenteerde actrice’ als Margot Robbie toch zo weinig dialoog gaf. Een rel was geboren. Maar de cineast deed Robbie en de door haar vertolkte steractrice Sharon Tate niet tekort, in Once Upon a Time in…Hollywood. Ja, de scène waarin Robbie in haar rol Sharon Tate een bioscoopje induikt om gewoon wat naar zichzelf te kijken (op doek zien we de échte Tate) ontbeert die bekende Taratino-eske rateldialoog, maar dit draagt juist bij aan de tedere hommage aan de bruut vermoorde actrice.

Tarantino, zelf bioscoopeigenaar sinds hij het antieke familietheatertje Beverly Cinema in Los Angeles redde van het faillissement, koos de filmzaal al vaker als locatie voor zijn scripts. Er was de grove bioscoopeliminatie van de nazitop in Inglourious Basterds. Of neem de cultklassieker True Romance, geschreven door Tarantinio, waarin Elvis-fanaat Clarence (Christian Slater) zich voor zijn verjaardag trakteert op een marathon kungfu-voorstelling.

Taxi Driver (1976)

‘Ik weet niet zoveel van films’, probeert taxichauffeur Travis Bickle nog, als de keurige Betsy boos weg beent van hun afspraakje, omdat hij haar heeft meegenomen naar de seksbioscoop. Ze houdt het maar even vol, bij de ‘educatieve’ pornofilm Swedish Marriage Manual.

Regisseur Martin Scorsese, scenarist Paul Schrader en acteur Robert De Niro weten de sociaal onhandige Travis sympathiek te houden in Taxi Driver: zo’n jongen de je zou willen hélpen, tot de bodem wegvalt en de psychopaat met zijn vuurwapencollectie en mohawk-kapsel het tuig van de straten schiet. Maar het hád allemaal anders kunnen lopen, als Travis zijn date gewoon had meegenomen naar een normale bioscoop.

null Beeld

Goodbye Dragon Inn (2003)

Het doek valt voor de vervallen bioscoop in Taipei, die wordt bemand door een kreupele caissière en een stoïcijnse operateur. Maar eerst is er nog een allerlaatste vertoning van Dragon Inn, de martialartsklassieker uit 1966. Van een collectieve bioscoopbelevenis is gaandeweg de vertoning geen sprake meer; de overgebleven, geestachtige bezoekers vormen eilanden, of eilandengroepjes, in een oceaan van lege stoelen. Interactie is er nog wel, maar dan eerder in de nissen van de bioscoop, of op het toilet. Vrijwel dialoogloze troostfilm voor wie iets (de bioscoop, het leven) voorgoed gedag moet zeggen, gevat in de kalm aangehouden kaders van de Taiwanese cineast Tsai Ming-liang.

Geen zak aan

Martin Koolhoven zou voorjaar 2020 bioscoopavonden met zijn favoriete films presenteren in filmmuseum Eye in Amsterdam (vanwege zijn tv-programma De Kijk van Koolhoven). Ook zou hij films inleiden op de (uitgestelde) festivals Imagine en Movies that Matter. ‘Ik vind er geen zak aan’, berichtte de regisseur, gevraagd naar zijn gemoed als cinefiel. Het is niet zijn langste periode zonder bioscoop. ‘Ik heb wel eens twee maanden op een Noors eilandje gezeten zonder überhaupt ook maar een film te zien.’ Hoe dat was? ‘Kut.’

Dit is een geactualiseerde versie van een verhaal dat de Volkskrant op 1 april 2020 publiceerde: met aangepaste tijdsaanduidingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden