Zeg juffrouw, wat komt U doen?

Zondagmiddag was ze nog Sissi in het Circustheater, morgen maakt Pia Douwes op het Londense West End haar debuut in een jubileumvoorstelling van de musical Sweeney Todd....

Als God van muziek houdt, speelt hij cello, en zijn engelen mondharmonica. Want - oef, hoe moet je dat zeggen - dat zijn van die prach-ti-ge instrumenten.

Treffen 'Pietje' in de ziel, raken haar in het hart. Scherp als de vijl van Luigi Lucheni, die Elisabeth fataal was.

Melancholie is Pia Douwes' eeuwige reisgenoot.

Amsterdam, Wenen, Scheveningen, om maar een paar stops te noemen, en nu Londen: even geen cellomuziek voor haar, dat zou waarschijnlijk too much worden.

Zat ze daar maandagavond in kamer 242 van het luxe Royal Garden Hotel aan Hyde Park, De Musicalster Van Nederland huilend op de rand van het bed. Haar eerste repetitiedag op West End; daar maakt ze morgen haar debuut in een eenmalige jubileumvoorstelling van de musical Sweeney Todd van de 70-jarige Stephen Sondheim (kaartjes tot 900 gulden).

'Alsof het mijn eerste acteerles was, zo voelde ik me. Zie je wel, ik ben niet goed genoeg - zoiets. Ik ben iemand die zichzelf zo lekker naar beneden kan halen.'

Maar het lag niet aan haar, heeft ze zichzelf overtuigd. Zondagmiddag was ze nog Sissi in het Circustheater, direct naar Schiphol, en hup, daar sta je dan ineens in Londen. Bovendien, ze was nooit eerder de bedelares - een kleine maar cruciale rol in het stuk over 'de demonische kapper van Fleet Street' die meer kelen doorsnijdt dan baardharen. Nee, dan Len Cariou. Die speelde note bene al de hoofdrol bij de wereldpremière op Broadway, nu ruim twintig jaar geleden - kreeg er zelfs een Tony Award voor. En Judy Kaye, Broadway-diva, dito: al twee keer eerder was ze Mrs. Lovett, het liefje van Sweeney.

Allemaal sterren - Cyrano's, Fantines, Phantoms overal. Alles Broadway en West End - Ragtime, Beauty and the Beast, Miss Saigon.

'Niemand zal hier achterover van me slaan', zegt Douwes, op het Europese vasteland Evita en Elisabeth in hoogsteigen persoon. 'Maar het is een behoorlijke opportunity, dus ik doe het', zegt ze in de taxi van het Victoria Palace Theatre, waar het gezelschap in winterjas en coltrui repeteert, naar het Prince of Wales Theatre. Tout West End en Broadway (en nog wat buitengewesten) woont daar de première bij van Fosse, the Musical, een eerbetoon aan de overleden choreograaf Bob Fosse.

Simone zal daar ook zijn (Kleinsma). En Joop natuurlijk.

Ze doet nog even haar make-up. 'Ik hoop dat ie voor rood moet stoppen. Zo lukt het niet.'

Tijd te kort, altijd. Ze heeft haar Londense vrienden, die ze kent sinds halverwege de jaren tachtig, toen ze op de Brooking School of Ballet zat, nog niet eens kunnen béllen. En in het theater heeft ze net slechts een banaan naar binnen kunnen werken, dus eten moet ook nog.

Dan maar even een salade bij Kentucky Fried Chicken aan de overkant ('ik was op mijn negende al vegetarisch: ik zag op tv hoe ze een koe slachtten'). Boodschap op de voicemail. Vanavond krijgt ze haar single-cd (Mijn leven is van mij, een van de successen uit Elisabeth) overhandigd. In het Waldorf, met borrel na.

Koolsalade half op - 'kom, we gaan'. Douwes begeeft zich tussen het premièrepubliek. Ze zit naast Judi Dench, Queen Elizabeth I in Shakespeare in Love, ('heb even gezegd hoe goed ze was'), en heeft ook nog even kunnen kletsen met Ann Reinking, die Douwes een paar maanden heeft geregisseerd in de Utrechtse Chicago.

De handtekeningenjagers storten zich op Joan Collins. En Pia is gewoon Pia. In Wenen, waar ze de eerste 'Elisabeth' was, werd ze bij het Theater an der Wien meestal opgewacht door dertig, veertig fans.

'Het is de markt', verzekert Joop van den Ende in het Waldorf - toevallig tegelijkertijd met Douwes in Londen; Sweeney Todd is georganiseerd door Capitol Live Entertainment in Den Haag. 'Hier is Pia gewoon iemand die voorbijkomt.'

Wat ze dan zeggen: 'Zeg juffrouw, wat komt u doen?'

Maar Pia zal opvallen, weet Van den Ende, want 'Pia valt altijd op'. Haar vlekkeloze Duits en Engels, haar 'zijdezachte' stem: 'Een eigen, aantrekkelijk geluid. Dat is belangrijk als je wilt slagen.'

Het Grote Plan: eerst Duitsland, 'de grote massa'. Dan het Engelstalige gebied, misschien een keer invallen op Broadway, twee maanden de hoofdrol in Chicago.

Douwes: 'Mijn ambitie zou wel kunnen zijn dat ik overseas wil, maar voor mij zijn er tien anderen op Broadway.'

West End, noem het een debuut, noem het werkervaring, of een regeltje op haar c.v.. 'Het is weer een stapje verder', zegt Douwes. 'Ik ben nieuwsgierig. Wil leren. Het hoeft niet altijd een volgende hoofdrol te zijn. Die kleine Beggar Woman sta ik hier ook met angst te spelen.'

Ze wil haar 'skills gebruiken', want ze danst, zingt en acteert, en 'dat doen er niet zoveel'. En ze wil zich ontwikkelen, altijd ontwikkelen, want. . . 'daar gaat het allemaal om'.

Sinds ze op haar twaalfde aan haar ouders vertelde dat ze naar het internaat wilde waarop ook haar moeder had gezeten (en Audrey Hepburn), verklaart Pia Douwes haar grote successen uit haar drang te 'ontdekken', avontuur te zoeken - desnoods in haar uppie, maar liever niet.

Pia had geheime feestjes op het internaat in Amersfoort, leerde Frans op zomercursussen in Zwitserland, hoorde op de dansschool in Engeland dat ze een mooi middel en goede voeten had, werd verliefd op Wenen toen ze daar een musicalcursus deed, toerde als 'danseresje' met travestieten door Duitsland, en speelde Maria van de West Side bij het Ballet van Vlaanderen.

Altijd beseffend dat dit niet had gekund zonder steun (moreel en financieel) van pa en ma in Amsterdam. En dat choreograaf Sam Cayne had gezegd: 'Als dit meisje geen ster wordt, hang ik mezelf op.'

Nu is ze 35, woont ze in Wenen, enkele liefdes verloren (maar 'hartstikke happy single' en 'er is iets gaande'), tal van hoofdrollen gewonnen: Cats, Les Miserables, Elisabeth, The Rocky Horror Show, Evita, Chicago. En het toneelstuk Jane Eyre: 'Dat voelde alsof ik helemaal in mijn nakie stond. Zo zonder muziek.'

Evita is aanbeden ('ik hunkerde ernaar een keer zo'n bitch te spelen'), Sissi bedolven onder knuffelberen en chocola.

'Ik pas overal zo in', zegt Douwes. 'Dat is mijn kracht. Het is soms gewoon een spel.'

'Ze is heel open, je hoeft bij haar niet eerst allerlei barrières te slechten', is de inschatting van regisseur Paul Kerryson, die deze week voor het eerst met Douwes werkt (en nog nooit een rol van haar heeft gezien). 'Ze kent haar teksten direct. Ze stáát er.' En Julian Kelly, morgen tijdens de galavoorstelling in de Royal Festival Hall de dirigent: 'Ze let op de details, is uiterst gedisciplineerd.'

Een rol van pakweg vijftien minuten netto (verspreid over een voorstelling van tweeënhalf uur), waarvan vijf dood op de grond door te brengen - dat betekent een week van veel wachten op het koude, troosteloze podium, in een landschap van flessen mineraalwater, libretto's en take-away koffies, geconcentreerd zijn op het juiste ogenblik. Ze heeft tien minuten om het publiek van de bedelende vrouw te laten houden. Douwes: 'Het is een kleine rol, maar het kan ook heel erg fout gaan.'

Maar het gaat goed, zelfs het Londense accent zit er al behoorlijk in. Het is weer eens iets anders, 'het is een kick', en 'West End is toch wel een Mekka'. De huilbui is al lang geleden.

'Ik heb nu minder bevestiging nodig dan vroeger', vervolgt Douwes. Niet langer hoeft ze haar 'onzekerheid' weg te zingen en te dansen, heeft ze geleerd toen ze er op haar dertigste een jaartje tussenuit is gegaan: 'Ik mag nu even zelfmedelijden hebben, ik weet dat het weer verdwijnt.'

Zelfspot, dat had ze nodig.

Douwes wil het 'gewoon leuk hebben'. Wat in Londen, waar ze tijdens haar opleiding soms behoorlijk eenzaam was, niet altijd meevalt. 'Er is geen kantine in het theater. En iedereen verdwijnt na de voorstelling meteen naar huis omdat ie zeker nog een uur moet reizen.'

'Iets sociaals' heeft ze nodig, een groep om haar heen. Deze week een keer geluncht met collega's uit 'Sweeney', Annalene Beechey (Les Miserables, West End), en Davis Gaines (tweeduizend keer The Phantom of the Opera, Broadway) - dat scheelde al wat.

Grease (1994, Wenen), dat waren nog eens tijden. Pia als Rizzo, leider van de Pink Ladies. 'Dat was feest. We leefden als teenagers. Deden veel samen, luisterden naar muziek.' En Cabaret in het openluchttheater van het Duitse Bad Hersfeld, drie zomers lang, dat was vakantie met werk. Samen koken, samen barbecuen. En lachen. 'Soms regende het zo hard dat je elkaar op het podium niet kon verstaan. Stond je daar op moonboots, met een een verregende oranje pruik.'

Geen tweehonderd kerstkaarten meer, ze bélt nu vooral. Met haar vrienden in Amerika (uit Cats), in Wenen (uit van alles).

Wat haar gaande houdt: hoop.

Hoop?

'Op het betere, op geluk. Het tegenovergestelde van onverschilligheid.'

Of ze heeft net als de schrijver Neale D. Walsch,'een ongewoon gesprek met God'.

'Het spirituele', dat wat ver boven haar te volle week staat ('ik weet het, ja'), boeit Douwes. In haar gedachten stuurt ze energie naar al die vrienden, uit elke periode heeft ze er wel een overgehouden. 'Laatst een cursus Reiki gedaan, daar leer je universele levensenergie door te geven met je handen. Binnenkort wil ik de vervolgcursus doen. Dan kun je het ook op afstand.'

En dat is voor iemand die 'reist als een Amerikaan' natuurlijk verdomd handig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden