Zeewijf, derwisj en meermin in sprookjesduinen

Het achterwerk van Martje is bijna een meter breed. En dat van haar partner Dries doet er nauwelijks voor onder....

Gevolgd door een huifkar baart zo'n stoet opzien in Egmond. De Karavaan, het Noord-Hollandse zomerfestival, wordt hier letterlijk genomen: bezoekers maken een reis van drie uur door het Egmondse.

Wandelend door de duinen, stilletjes rondlopend in een historische kloostertuin, zittend in het stro van een boerderij, luisterend naar wonderlijke verhalen en kijkend naar de kont van het paard.

Plotseling klautert een donkere jongen op de bok en vraagt of er verliefde mensen aan boord zijn. Dat hadden de paarden hem toegefluisterd. Twee blozende vrouwen knikken van ja.

We kennen de jongen van zijn vertelling, eerder in de boerderij waar hij uit het zolderluik sprong en bekende dat hij op zoek was naar T. T. Jonker, zijn over-over-opa die eeuwen terug door de Verenigde Oostindische Compagnie werd beroofd van zijn kruidnageloogst en als gevangene hierheen werd gebracht.

Jonkers geest waart nog rusteloos rond. En in deze streken huizen er meer, ze duiken op in de schemering, achter de duinen of uit de nevel boven zee.

In Op zoek naar de geestgronden hebben alle figuren zo'n geest in hun kop: het ontembare zeewijf dat we als een middeleeuwse toverkol over de duinen zien rennen, maar ook de zachtaardige Mohammad die via het land van de derwisjen hierheen kwam en nu allerlei moois opraapt van het strand.

De oeroude Oema die alles weet van de streek kruipt moeiteloos in de huid van het vissersmeisje Antje. De donkere actrice ziet er in haar schitterend witte mammy-outfit met parasol uit als een fata morgana.

Muisstil houdt ze haar publiek. 'Naar oude dingen moet je graven', zegt ze. En uit een heuvel van zand haalt ze een glanzend steentje, botten van 'het eerste paard' en een steen van 'de eerste kerk'.

Zo'n reis met zestig man publiek kan niet zonder reisleider. Voortdurend is ze in onze buurt, mevrouw Peet, uitgedost met vlaggetje, regenhoedje en plooirok. Zo loodst ze ons langs vier fraaie vertellingen die ondanks het daglicht af en toe mythische proporties krijgen. De figuren en hun verhalen staan op zichzelf, maar gaandeweg vloeien ze ineen. Steeds draait het om reizen, onderweg zijn, het zoeken naar de plek waar je thuishoort, waar voorouders huizen.

Tot slot stuiten we in de verlaten duinen op een haveloze zeevrouw, gebocheld. Al van verre zien we haar rondlopen, rusteloos, zwaaiend met haar armen. Ze gilt dat we weg moeten gaan en niet zo moeten staan gluren. Tot ze ons in haar schamele onderkomen noodt waar dieren haar enige gezelschap zijn. Maar niets is hier wat het lijkt: ineens staat ze op de duinrand te zingen en jawel, daar rolt haar vissenstaart al tevoorschijn.

Sprookjesachtig, grappig en van een weldadige ernst is deze theatrale reis die nog ruim een week gemaakt kan worden, drie keer per dag. Als een nomadische stam heeft de spelersgroep zich in dit fraaie gebied genesteld en wat ze hun publiek voorzetten, steekt in alle opzichten uit boven het gangbare zomervertier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden