Zeer gevarieerd publiek bij modefestival Fashionclash

Fashionclash Festival 2016

Acht jaar geleden begon Fashionclash als een uit de hand gelopen idee van een paar vrienden om een modeshow in Maastricht te organiseren. Het evenement is uitgegroeid tot een serieus modefestival, maar het enthousiasme spat er nog steeds vanaf.

Bezoekers tijdens het Fashionclash Festival. Beeld Nico Bastens

Moeders en dochters, modestudenten, fotografen, modeprofessionals, sponsoren en een handvol genodigden uit het buitenland. De bezoekers van Fashionclash zijn totaal verschillend. Ze hebben allemaal hun best gedaan om goed voor de dag te komen: zwierige jurken, nette pakken, hoeden. Maar dit is geen elitair modefeestje waar het gaat om zien en gezien worden. Daarvoor is de sfeer te gemoedelijk; heel anders dan tijdens de openingsavond van de Amsterdamse modeweek, waar het wemelt van de meer en minder bekende Nederlanders die hengelen naar aandacht van fotografen.

Fashionclash is een jaarlijks mode-evenement in Maastricht dat wordt geleid door drie vrienden: Branko Popovich, Laurens Hamacher en Nawie Kuiper. Ze hebben alle drie in Maastricht gestudeerd. Ruim acht jaar geleden besloten ze om een paar modeshows voor beginnende ontwerpers te organiseren, zo is Fashionclash begonnen. De shows, die bijna allemaal plaatsvinden in de SAM decorfabriek, zijn voor iedereen toegankelijk; kaartjes zijn er al vanaf twaalf euro. Het niveau van de shows is vergelijkbaar met dat van afstudeershows: wisselend.

Beeld Nico Bastens
Beeld Nico Bastens

Pyjama-achtige pakken

Maar er waren vrijdag- en zaterdagavond beslist een paar ontwerpers verrasten met hun creativiteit. Zoals de Belgische Emily Thirion die pyjama-achtige pakken in pastelkleuren voor mannen maakt. En de Italiaanse Alessandro Trincone, die klassieke mannenpakken transformeert tot jurken; hij won zaterdagavond de Fashionclash Award ter waarde van 1.500 euro. Ook de moeite waard: de denimcollectie van de Portugese Tânia Nicole en de gezeefdrukte ontwerpen van Ebby Port, ook te zien in de etalage van modewinkel Kiki Niesten.

Het bijzondere aan Fashionclash is dat er veel buitenlandse ontwerpers aan het programma meedoen. Dat komt door de ligging van Maastricht: dichtbij België en Duitsland. In totaal deden afgelopen weekend zo'n 150 ontwerpers uit dertig landen mee. Die gaven niet allemaal een show. In de SAM decorfabriek was een expositie met werk van verschillende ontwerpers te zien en in een hoek van de oude fabriekshal was een markt ingericht waar jonge ontwerpers hun werk verkochten.

Ook in de rest van de stad was werk van jonge ontwerpers te zien; onder meer in de Brandweerkantine, waar een tijdelijke winkel was ingericht. Bij cultureel centrum Marres was werk te zien van designcollectief oh seven two, dat ontwerpen in de tuin had opgehangen. Wapperende jurken tussen de bomen: een mooi gezicht. In Centre Céramique werd een wandtapijt geëxposeerd dat was gemaakt door textielontwerpers die een maand lang hebben samengewerkt met ouderen uit de omgeving; een geslaagd initiatief in het kader van ouderenparticipatie.

Beeld Nico Bastens
Beeld Nico Bastens

Breed publiek

'Dit soort projecten zijn belangrijk voor ons. Fashionclash is geen fashionweek: we richten ons op een breed publiek en we willen mode verbinden aan sociaal maatschappelijke thema's en andere disciplines,' zegt organisator Branko Popovich. Voor Maastricht en omgeving is Fashionclash belangrijk: het heeft mode op de kaart gezet. En het is het vliegwiel geweest voor Fashionhouse, een creatieve broedplaats die begin volgend jaar opent en waarin flink wordt geïnvesteerd door de gemeente.

De organisatie van Fashionclash kost ongeveer tweehonderdduizend euro. Dat is niet veel; bij de Arnhem Mode Biënnale, die voor het laatst in 2013 werd gehouden, werd gewerkt met een budget van ruim twee miljoen euro. Een goot deel van het benodigde geld halen de drie organisatoren uit culturele fondsen van de gemeente Maastricht, de provincie Limburg en Fonds21. Popovich: 'We hebben ook veel te danken aan het enthousiasme en de hulp van lokale ondernemers. Als we iedereen fatsoenlijk zouden betalen, zou hetzelfde festivalprogramma ongeveer vier ton kosten.'

Beeld Nico Bastens
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.