Beschouwing Hippiehoogtepunt

Zeeën van gelukzaligheid in documentaire-klassieker Woodstock, dit weekeinde weer even in de bioscoop

Woodstock, de filmklassieker over het legendarische popfestival in 1969, is dit weekeinde weer te zien. Onverminderd meeslepend.

Publiek op het Woodstock-festival, dat zich van 15 tot en met 18 augustus 1969 afspeelde in Bethel, New York. Beeld Waner Bros

Die verdomde klotehippies, zo klinkt het steeds weer in Once Upon a Time... In Hollywood. De bloemenkinderen van de jaren zestig komen er in Quentin Tarantino’s negende speelfilm bepaald niet best van af. Na afloop associeer je hippies eerder met sekten en bloederig geweld dan met liefde en verdraagzaamheid.

Het toeval lijkt zich tegen die beeldvorming te verzetten. Komende zondag draait de documentaire-klassieker Woodstock (1970) eenmalig in de Nederlandse bioscopen, ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van het legendarische muziekfestival. Zaterdagavond is de destijds met een Oscar bekroonde film ook te zien op Lowlands. In alle gevallen betreft het de director’s cut uit 1994, 224 minuten lang – inclusief plaspauze.

‘Woodstock was hard werken. We waren geen vage freaks’

Organisator Michael Lang schreef een boek over Woodstock, het beroemdste muziekevenement aller tijden. Menno Pot interviewde hem tien jaar geleden: ‘Het had op talloze manieren fout kunnen lopen, maar er sloop iets in van: kan best wezen, maar het gaat niet fout.’ 

Na Tarantino’s film is dat het perfecte antigif: bijna vier uur muzikale flowerpower en een constante stroom pacifistisch welbehagen. Zeeën van mensen die de tijd van hun leven hebben, trippend op muziek en drugs, dansend in de modder, skinnydippend in het meer, vrijend in het veld. Zelfs wanneer je met  sommige optredens niks hebt – het vocale vuurwerk van Joan Baez is nu eenmaal andere koek dan de rock van The Who, de gruizige zang van Janis Joplin, de psychedelica van Jefferson Airplane of het gitaargeweld van Santana – blijken die 224 roezige minuten perfect om je helemaal in Woodstock onder te dompelen. Na afloop kun je je een klein beetje voorstellen hoe het destijds voor veel bezoekers moet zijn geweest: alsof er geen weg meer terug was, naar de sores en sleur van alledag.

In die zin doet de documentaire nog steeds haar werk: de mythe rondom Woodstock mee-creëren en in stand houden. Het is grotendeels aan de film te danken dat Woodstock zo’n onwrikbare plek in het collectieve geheugen heeft bemachtigd, al is het maar omdat regisseur-cinematograaf Michael Wadleigh en zijn zes collega-cameramannen zo verbluffend dicht op de huid van de optredende artiesten zaten. Tegenover de vanuit de helikopter gedraaide totaalshots van de toegestroomde massa – meer dan vierhonderdduizend bezoekers – staan de eindeloze close-ups van Jimi Hendrix, volkomen vergroeid met zijn gitaar terwijl hij het Amerikaanse volkslied vermaalt tot een avantgardistische aanklacht tegen Vietnam.

Een objectieve impressie van het festival is Woodstock zeker niet. De organisatorische chaos, het schrijnende voedseltekort, de armzalige sanitaire voorzieningen – het zijn terzijdes die opgaan in het grote optimistische verhaal dat Wadleigh wil vertellen.

Van de 32 acts die optraden op Woodstock zitten er 17 in de film. Het is altijd een beetje vaag gebleven waarom sommige bands en artiesten ontbreken. Dat Crosby, Stills & Nash alleen zonder Neil Young te zien zijn, zou liggen aan Youngs weigering om mee te werken aan de documentaire. Maar dat is volgens regisseur Wadleigh onzin. ‘Iedereen wilde ontzettend graag in de film’, aldus Wadleigh in 2009 tegen efilmcritic.com. ‘De mensen die er niet in zitten, zijn er niet omdat ze niet goed genoeg waren.’

Wadleigh en co filmden soms tien of twaalf uur aan één stuk. De crew kreeg vitamine B12-injecties om overeind te blijven. Het draaien van Woodstock was een titanenklus die 112 kilometer ruw materiaal opleverde en twee cameramannen een verstuikte knie bezorgde. Toen de documentaire een klein half jaar na het festival in première ging, bevatte hij zestien uur aan opnamen, die dankzij het gulle en inventieve gebruik van splitscreen en met elkaar vervloeiende beelden tot dik drie uur konden worden samengebald. Editor Thelma Schoonmaker hield er een Oscar-nominatie aan over, en die Oscar had ze ook moeten krijgen. Magnifiek, hoe Schoonmaker en haar co-editors – onder wie Martin Scorsese, met wie ze zou blijven samenwerken – de toeschouwer gelijktijdig naar verschillende bandleden laten kijken. Hoe ze uit de concertregistraties visuele poëzie smeden en de film laten kolken op de stuwkracht van de muziek.

Ontwapenend, misschien nu wel meer dan ooit, blijven de beelden van de festivalbezoekers: de gelukzaligheid die van hun gezichten afstraalt, het plezier waarmee ze zich aan de regen en modder overgeven, de glimlach waarmee ze in de eindeloze rij voor de telefooncellen staan. De scène waarin we de man ontmoeten die onvermoeibaar de wc’s schoonspoelt, is een pareltje op zich. ‘Mijn ene zoon is hier’, zegt hij, ‘mijn andere in Vietnam.’

Ook het landschap speelt een indrukwekkende rol in Woodstock. Aan het begin van de film liggen de door koeien begraasde weilanden van Max Yasgurs boerderij er nog maagdelijk en fris bij. Terwijl het festival al over twee weken moet beginnen, gaat het er gemoedelijk aan toe onder de medewerkers die het podium timmeren.

Aan het slot van de film is datzelfde terrein veranderd in een troosteloze, met afval en zooi bezaaide moddervlakte, waar vrijwilligers puinruimen en festivalbezoekers rondschuifelen als zombies. Zo komt er nog vóór de eindtitels een nuchter, blubberig einde aan de droom die het festival was.

Regisseur van één klassieker

Regisseur Michael Wadleigh (76) zou na Woodstock alleen nog de eigenzinnige eco-horrorfilm Wolfen (1981) maken, over een weerwolvenroedel in de achterbuurten van New York, om zich na een reeks afgewezen scripts geheel uit de filmindustrie terug te trekken. Het ging hem als filmmaker voornamelijk om het verkondigen van een maatschappijkritische boodschap, zou hij later in interviews beklemtonen; als Hollywood hem daartoe de kans niet gaf, dan hing hij liever zijn camera aan de wilgen dan publieksvriendelijke kost zonder inhoud te maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden