Ze kookt met haar jas aan

In haar tweede boek, Field Study (Veldwerk) trekt Seiffert die lijn door. Sterker, haar stijl lijkt er nog strakker en gedisciplineerder op geworden: korte, beschrijvende zinnen, waaruit bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden zoveel mogelijk worden geweerd en waarin voor vergelijkingen of ander taalspel al helemaal geen plaats lijkt te zijn.

Neem de eerste zinnen van het titelverhaal, dat de bundel opent: 'Zomer en de derde dag van Martins veldwerk. Ochtend en hij staat naast de landweg geparkeerd, uitkijkend over de rogge waar hij straks tussendoor zal lopen om bij de rivier te komen. Al twee dagen is hij alleen, hij verzamelt er zijn slib- en watermonsters, maar niet vandaag. Een jongen roept en zingt in het veld. Zijn jonge moeder draagt hem op haar rug door de rogge. Martin hoort hun stemmen, ijl door het open raam van zijn auto. Hij houdt zich stil. Kijkt, wacht tot ze voorbij zijn.'

Martin is een Britse wetenschapper die voor zijn proefschrift onderzoek doet naar de waterkwaliteit van een vermoedelijk in Centraal-Europa gelegen rivier. De jonge vrouw, Ewa, is de serveerster in het pension waar hij verblijft, de jongen, Jacek, haar elfjarige zoon. Wanneer Martin ziet dat het tweetal in de rivier gaat zwemmen, raakt hij gefascineerd door de jonge vrouw - hij kan haar tepels en schaamhaar door haar ondergoed heen zien - en maakt zich tegelijkertijd zorgen over het mogelijk chemisch vervuilde water waarin zij en haar kind zich bevinden.

Later in het pension probeert hij de twee te benaderen, maar slechts de zoon spreekt enig Engels. Ondanks de gebrekkige communicatie meent Martin te kunnen vaststellen dat de vrouw een zekere belangstelling voor hem koestert. Er ontstaat een bijna woordenloze vriendschapsband. Op een avond, als beiden te veel hebben gedronken, probeert hij haar te versieren, maar zij weert hem af. Het is, alle wederzijdse vriendelijkheid ten spijt, symptomatisch voor het gebrek aan werkelijk contact tussen hen.

Een gebrek aan communicatie, aan contact, is de rode draad in de elf verhalen van deze bundel. Het tweede verhaal heet zelfs letterlijk 'Contact'. Cruciale zinsnede: ''t Is geen gemakkelijk kind om contact mee te krijgen, mevrouw Bell.' Het zijn de woorden van een onderwijskracht, en het kind is de zevenjarige Kim, die samen met broertje Joseph en moeder Alice een eenoudergezin vormt.

Alice drijft een kapsalon, is daar razend druk mee en verlaat het huis al voordat Kim naar school gaat. Of beter: niet naar school gaat, want sleutelkind Kim spijbelt meestal, zonder dat haar moeder daar iets van merkt. Mooiste en tevens schrijnendste beeld uit het verhaal: in een van Kims schoolschriften meldt ze over haar immer gejaagde moeder: ze kookt altijd met haar jas aan.

Waar het in het titelverhaal vooral de taal is die werkelijke communicatie onmogelijk maakt, spelen in 'Contact' gecompliceerder psychologische en sociale aspecten een rol. Dat geldt voor meer verhalen in deze bundel. In 'Hoeksesteeg' woont een echtpaar met hun driejarig zoontje in een flat. Als de man op zijn werk promotie maakt, opent dat de mogelijkheid te verhuizen naar een ruimere woning in een beter deel van de stad. Enthousiast gaat het stel op huizenjacht, om vervolgens tot de ontdekking te komen dat hun kind een panisch-maniakale afkeer heeft van de gedachte te moeten verhuizen.

Wat de ouders ook proberen - boeken lezen, hulplijn bellen, arts raadplegen -, het kind blijft zich met hand en tand verzetten tegen een verhuizing. De relatie tussen de ouders heeft eronder te lijden, de man woont door zijn nieuwe functie ineens veel verder van zijn werk en ziet door de lange reistijden zijn kind nauwelijks meer, allen slapen slecht, worden mager en bleek, en de crèche en de maatschappelijk werkers beginnen zich af te vragen wat er in het gezin gaande is.

Aan het slot van het verhaal lijkt er een lichtpunt zichtbaar, maar wat blijft is het ongrijpbare raadsel van de angst die niet in woorden de vangen is.

Niet alleen Seifferts schrijfstijl is kaal, hetzelfde geldt voor haar beschrijvingen van personages en locaties. De locaties worden zelden met name genoemd en ook de personages moeten het soms doen zonder naam. Zelfs de tijd waarin een verhaal zich afspeelt is soms onduidelijk. Dat blijkt bijvoorbeeld in 'De overtocht', over een gezin dat zich in zijn vlucht voor 'de woede vanuit het oosten' gestuit ziet door een rivier. Bij de moeizame overtocht krijgen ze hulp van een vreemdeling die eerst 'een van de hunnen' lijkt, maar bij nader inzien toch wel eens 'een van de anderen' zou kunnen zijn. Het verhaal kan spelen ten tijde van de Joegoslavische burgeroorlog, maar ook tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Juist de afwezigheid van een duidelijk kader geeft de meeste verhalen in deze bundel extra zeggingskracht. Het benadrukt waar het Seiffert om te doen is: het universele, niet het anekdotische.

Rachel Seiffert: Field Study.
William Heinemann, import Nilsson en Lamm; 250 pagina's; ¿ 19,95.
ISBN 0 434 01185 1.
Rachel Seiffert: Veldwerk.
Vertaald uit het Engels door Mea Flothuis.
De Arbeiderspers; 181 pagina's; ¿ 16,95.
ISBN 90 295 3812 0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden