ZE IS ER, EN ZE IS ER NIET OOK

Het type ‘tragische heldin’ als Romy Schneider kon in de jaren zeventig nog zeer populair worden. De hedendaagse held komt uit een heel ander genre en heeft pas succes met een brede lach....

Het gebeurt nu zo vaak, een ster in een ontwenningskliniek, dat het tot de vaste formules van de roem is gaan behoren. Eerst was het Kate Moss, daarna waren het Lindsay Lohan en Britney Spears. Typische sterrenproblemen, dagelijks te lezen in roddelbladen.

Aan de Duitse actrice Romy Schneider, wier vijfentwintigste sterfjaar deze zomer met een retrospectief in Den Haag en Amsterdam wordt herdacht, kleefden de ontwenningskliniekverhalen al even sterk, en ze werden, net als haar relatieproblemen, al even gretig in de bladen van haar tijd besproken. Toch zou niemand de problemen van een actrice als Lohan en die van Schneider met elkaar willen vergelijken. Schneiders kwellingen – de foute mannen, de dood van haar zoontje, de geldproblemen, de pillen, de zelfmoordpoging – worden steevast gebracht als een artistieke eigenschap op zichzelf. ‘Voor Romy Schneider was acteren geen beroep, maar haar lotsbestemming’, klonk het in mei in de Duitse pers, bij de herdenking van Schneiders dood op 43-jarige leeftijd. Toen Robert Lebeck, de fotograaf die de actrice de laatste jaren van haar leven dicht op de huid meemaakte, in het weekblad Der Spiegel werd gevraagd naar datgene waardoor ze als actrice herinnerd zal worden, antwoordde hij: ‘Het tragische, het tragedie-aspect van haar leven’.

Van een hedendaagse rehab-bezoekster als Lindsay Lohan wordt nooit gezegd dat zij ‘het tragische’ als eigenschap heeft, net zomin als van Paris Hilton, Britney en al de andere overspannen heldinnen van dit moment. Bij Schneider is de tragiek integraal onderdeel van haar sterrendom geworden. In Lebecks foto’s van Schneider ligt de nadruk niet voor niets op haar gezicht, waarop de bekende Sissi-vrolijkheid zich afwisselt met gekwelde blikken in steeds zwarter omrande ogen. Zeker, het gezicht is mooi, de lach is verleidelijk, de ogen kunnen schalks twinkelen. Maar een betoverende Romy Schneider-lach kan ieder moment omslaan in een vertwijfelde, gepijnigde blik. Of ze kan mysterieus-afwezig wegkijken, de minnaar in wanhoop achterlatend, zoals in het door het Filmmuseum opnieuw uitgebracht César et Rosalie, waardoor haar verliefde tegenspeler Yves Montand gekweld uitroept: ‘Ze is er, en ze is er ook niet!’

Welke foto’s van Schneider filmstills zijn, en welke uit het echte leven, is niet altijd duidelijk, en daar was Schneider zich ook bewust van: ze koos haar filmrollen er op uit dat ze dichtbij haar stonden. Op het toppunt van haar sterrendom speelde ze liefst in complexe auteursfilms, met een overvloed aan stiltes over de keukentafel, broeierige relaties en donkere psychologie.

Deze mengeling van passie, persoonlijke misère en twinkelend-lachende onschuld zou je inderdaad kunnen opvatten als ‘tragisch’, maar dan wel in de romantische betekenis van het woord, bekend uit de 19de-eeuwse literatuur: de held van een verhaal wordt heen en weer geslingerd door het lot, gaat door diepe dalen, beleeft uitbundige hoogtepunten, wordt geliefd om haar goede inborst. En gaat er dan toch nog op veel te jonge leeftijd aan ten onder.

De lezers van een Franse krant kozen Romy Schneider eind jaren negentig nog tot grootste Franse filmactrice van de 20ste eeuw. En hoewel ze zich veelvuldig beklaagde dat het Sissi-imago als ‘havermoutpap’ aan haar gekleefd zat, kwam dat allerminst door Sissi. Haar roem als Franse filmster begon met La piscine (1969), over relationele verwikkelingen en een moord, met als tegenspeler de beruchte Alain Delon, haar ex-geliefde, de eerste van de reeks foute mannen. Ze werkte met de grote regisseurs van die tijd, als Claude Sautet, Orson Welles en Luchino Visconti; 61 films bij elkaar, en op een kort minder succesvol uitstapje naar Hollywood na, voor een groot deel het moeilijker genre.

Anno 2007 is het nauwelijks nog te begrijpen dat dit type acteur ook nog eens een publiekssucces kan zijn. Angelina Jolie, de meest besproken filmheldin van dit moment, lijkt in de verte wel wat op die heldin van weleer in Frankrijk. Zoals Schneider met Alain Delon in de jaren zestig, vormt zij met Brad Pitt het sterrenkoppel van dit moment. Jolie werd echter, behalve om haar lippen en borsten, beroemd als een kwistig schietende actieheldin, niet als lijdende, veel te jonge keizerin. Sindsdien toont Angelina Jolie ook in het ‘echte’ leven de vrouw als larger-than-life-held, die al kinderen adopterend de wereld over trekt, en zich op de rode loper presenteert met haar tattoos onder een galajurk.

Romy Schneider tegenover Angelina Jolie is als de tragische heldin versus de calculerende ster; en hier toont zich hoe sterk de heldencultus de laatste decennia veranderd is. Voor een deel komt dat natuurlijk door de veranderende positie van vrouwen: de twijfelende vrouw, heen en weer geslingerd door het lot, doet het niet goed meer in de grote publieksfilm. Voor een ander deel is dat om puur praktische redenen: kon dertig jaar geleden een auteursfilm uit Frankrijk nog een groot publiek bereiken, nu gaan actrices die succes hebben snel naar Hollywood, en komt daar dan ook in een totaal ander genre terecht. Of blijven beroemd in het beperkte arthouse-circuit. De eigenschappen van de auteursfilm worden niet meer bekend bij een groot publiek; tragiek is niet meer in, maar hoort bij de tijd van existentialisme en lang uitgesponnen relatieperikelen. Een filmheld heeft succes met een brede lach, niet met een zweem van tragiek om zich heen. Jolie is de heldin die bij deze tijd past, terwijl met Schneider in feite ook het succes van de tragische filmheld verdwenen is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden