Ze ademt als een deux-chevaux

Gaat u er maar eens lekker voor zitten, want zo ongeveer heet Theunissen de lezer welkom. Up tempo en grijnzend zal hij later vertellen hoe doorsnee de jeugd van de hoofdpersoon was: 'Als kind hield Herbert van zijn ouders, wat normaal is.' Vader was – niets bijzonders – leraar economie. Moeder werkte parttime als directiesecretaresse bij een fabrikant van paterskaas en 'had een strottenhoofd dat altijd op en neer danste, gaf nooit geld aan bedelaars maar brandde peperdure spierwitte kaarsen voor God. Niet ongewoon.'

Theunissen schept er een duivels plezier in de gierende onttakeling van een al even plotseling ontloken idylle te schetsen, alsof hij slechts in dienst is genomen als vlotte scriptschrijver bij de degelijke firma Noodlot en Co. De bovenbaas aldaar heeft hem op een A4'tje de synopsis gegeven: twee gewone mensen in de Vlaamse provincie, nog geen dertig, Herbert en Anja geheten, worden verliefd en gaan samenwonen. Och heden, en dan gaat het mis. Komaan Jeroen, leef je eens goed uit en laat die liefde ontsporen. En onthoud, wat er ook gebeurt: vermaak me.

Zoiets heeft de Gentse debutant, die ook leraar Engels is, zich voorgenomen, en het moet gezegd dat hij zijn opdracht met vlijt heeft volbracht. Lustig strooit hij met oorspronkelijke vergelijkingen (bij hem kan de zon 'als een cabaretier glimlachend door het keukenraam piepen', en Anja 'ademt knerpend als een deux-chevaux'); trefzeker laat hij de leegte, angst en verveling het innig tevreden leventje van Herbert en Anja binnensiepelen; zoals dat hoort in een tragedie mag de natuur ook hier enig passend tromgeroffel doen horen (onverhoedse overstromingen, volle maan, de opwarming van de aarde); en met een aantal vlugge vraagjes tussendoor naar het hoe en waarom van dit alles blijft hij de lezer telkens een stap vóór.

Nou, en op pagina 142 krijgen we waar voor ons geld. Herbert wurgt Anja: 'Teder en voorzichtig komt haar lichaam op de sofa terecht, de sofa die – maar dat is nu niet meer van belang – al een tijdje aan vervanging toe is. Herbert verlaat haar voorgoed, nostalgisch is hij wel een beetje, hij haalt het opgewarmde eten uit de magnetron en plaatst de dampende, onaangeraakte massa op tafel.' Waarna hij zich maar eens gaat doodrijden tegen een boom.

The end. En dan is er koffie.

Waar precies verandert dit sappige verhaaltje van een juveniele dorpsliefde in een boosaardig fatale? Behendig zapt Theunissen – vermoedelijk grootgebracht met videoclips, de films van Tarantino en Lynch, en de boeken van Tom Lanoye – van Anja (die een miskraam krijgt en opnieuw zwanger wordt, en onderwijl bang is voor sleur) naar Herbert (wiens onderhuidse angst zich op een zeker moment niet meer laat wegjoggen, waarna hij zijn modieuze interieurtje aan barrels slaat, stemmenhoort en spoken ziet) naar Herberts vriend Bart Vanpoeke (een dikke genieter die de loterij wint en zich in Thailand desastreus te buiten gaat aan seks en drugs).

Af en toe komt er ook een 'ik' om de hoek kijken, de observator en regisseur van 'dit donker theater' dat hij de lezer voorschotelt als een niet onaangenaam verzetje. Dat er geen houden aan is en iedereen naar de verdommenis gaat (behalve Danigs buren dan), mag hem niet worden aangerekend. Heeft hij met zijn guitige en soms poëtische stijl de boel niet juist nog willen opvrolijken? Nee, voor klachten moeten we niet bij hem zijn.

Door Theunissens vaardigheid in watervlug schakelen van jolig naar weird en weerom, word je reddeloos naar het hopeloze slot gezogen. Zelfs lukt het de debutant je zo vaak te laten grinniken, tot op de treurigste momenten, dat je goedgemutstheid bij het dichtslaan van dit boek – zo dan, dat was anderhalf uur pittig amusement – je achteraf nog een schurend schuldgevoel bezorgt ook.

Mag jij dat ongestraft zeggen als je drie jonge mensen ten onder hebt zien gaan aan – ja, aan wat eigenlijk? Aan 'de onzichtbare'? Aan 'iets dat ontbrak', het cliché waartoe terugblikkende ex'en en drop-outs hun toevlucht nemen om een fiasco van een oorzaak te voorzien? Woorden als zielige placebo's, bij ontstentenis van een panacee.

Als er binnenkort ergens een overstroming plaatsvindt, dan komt dat doordat Theunissens chef zich de tranen lacht om De onzichtbare. En als het daarbij onweert, dan brult hij het uit bij het gewaarworden van het schuldgevoel waarmee Theunissen zijn lezers heeft besmet. Ik heb genoten van De onzichtbare, hoe triest ik het óók vond. Zo'n reactie kan niet door de beugel, ben ik bang.

Het aloude noodlot, bekend uit genoegzaam vergeelde boeken, blijkt een springlevende oude meester te zijn. Beseft dus goed waar u aan begint: deze roman is geschreven door een gevaarlijk talent.

Jeroen Theunissen: De onzichtbare.
Meulenhoff; 143 pagina's; euro 16,50.
ISBN 90 290 7421 3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden