Zapp Mattheus

Van der Geest slaat door in lolligheid bij actualiseren van Mattheus

Het is onder Nederlandse kinderboekenschrijvers een goede traditie om met de klassieken te stoeien. Paul Biegel schreef een nieuwe 'Reinaart', Frank Groothof maakte een kleurrijke versie van het Gilgamesj epos, Edward van de Vendel begon zijn carrière met een nieuwe Ghijsbrecht en Agave Kruijssen zorgde dat de Beatrijs weer leesbaar werd. Koningin van het genre is Imme Dros, met haar geestige Homerus-bewerkingen.

De eeuwige vraag bij zo'n onderneming is: hoe dicht blijf je bij het oorspronkelijke verhaal en wat doe je met voor moderne ogen en oren onbegrijpelijke wendingen? Vertrouw je op de eeuwige kracht van de oorspronkelijke beelden of verzin je moderne equivalenten? Vertel je het verhaal rechttoe-rechtaan of geef je er een artistieke draai aan?

Van al die dingen meer dan genoeg biedt Simon van der Geest (1978), die zich een paar jaar geleden overtuigend bij dit sterrengezelschap aansloot; zijn swingende Dissus (2010, Gouden Griffel) eert Homerus met frisse versvormen én met hedendaagse elementen, zoals stoere petjesjongens in een touringcar in plaats van Griekse mannen in een boot.

Vandaag en morgen voert het Amsterdams Bach Consort zijn Zapp Mattheus uit, die ook in boekvorm is verschenen. Deze bewerking van het bekendste evangelie uit het Nieuwe Testament zoekt net als Dissus een prikkelende mix van trouw, origineel en lollig. Met helaas iets te veel van het laatste.

In Van der Geests versie van het verhaal (dat hij vertelt tussen onvertaald in het Duits afgedrukte liederen uit de passie) is Jezus een sportcoach.

De zoon van God en zijn matties zijn aan het voetballen. Jezus geeft aanwijzingen, Judas staat aan de kant als wisselspeler. Op een avond iets voor Pasen, iedereen heeft nog 'plakshirts en een rooie kop', vertelt Jezus dat ze nooit meer samen een balletje zullen trappen. Daarna is de vrolijkheid voorbij en wordt Jezus gewoon verraden en gekruisigd zoals in het oorspronkelijke verhaal.

In deze al te uitbundige potpourri is de rol van Judas toch nog sterk. Verraad voor dertig zilverlingen vond Van der Geest te plat en daarom krijgt Judas expliciet een opdracht van Jezus in het oor gefluisterd. Van dat vreemde voorval maken de voetbalvrienden Aad en Bram terecht een heel punt. Wie doet nou zoiets?

Na enig verbaal steekspel beseffen ze: Jezus heeft het te goed met zijn vrienden, hij wil helemaal niet terug naar de hemel. Daarom heeft hij zijn ondergang zelf in scène gezet. De kus die Judas Jezus geeft om hem aan te wijzen aan zijn beulen, is er niet een van verraad, maar een van afscheid. Judas is zijn beste vriend.

Hoe mooi gevonden ook, dit element is niet in balans met die voetbalflauwekul. Zo gaat goedbedoeld actualiseren aan misplaatste grappigheid ten onder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden