Interview Yungblud

Zanger Yungblud is de stem van de ongehoorde Britse jeugd

Zanger Yungblud (Dominic Harrison) Foto Peggy Kuiper

Down the Rabbit Hole is gewaarschuwd: de Engelse zanger Dominic Harrison (19) brengt een orkaan aan energie met zich mee. Als Yungblud heeft hij zich met zijn liveshows en scherpe ­teksten opgewerkt tot de stem van de ­ontevreden Britse jeugd.

Als een puppy die voor het eerst naar buiten mag en alles in de wereld gretig besnuffelt: Dominic Harrison is enthousiast. Enthousiast over de Europese steden die hij op zijn tournee bezoekt. Enthousiast over de fans die in rijen voor zijn concerten staan. Enthousiast over de ­jongeren die hem op Instagram en in chatrooms de hand reiken en hem vertellen dat hij de enige in de wereld is die hen begrijpt. Op het puntje van zijn stoel in een Amsterdamse hotelkamer merkt hij op: ‘Man, ik heb het afgelopen jaar nauwelijks geslapen.’

Het enthousiasme is wederzijds. De loftuitingen voor Harrisons muziek komen in niet aflatende stromen. Harrison heeft radioshows gedaan in Australië, kreeg lovende recensies in Amerikaanse kranten en in Groot-Brittannië parafraseerde het Britse popblad NME journalist Jon Landau, die in de jaren zeventig van zijn sokken werd geblazen door Bruce Springsteen: ‘We might have seen the future and it looks like Yungblud.’

De 19-jarige, praatgrage zanger had nog maar één single uit toen hij vorig jaar al op Lowlands stond. Met een ep'tje op zak speelde hij daarna op de afgelopen editie van Eurosonic een van de energiekste shows van het showcasefestival, dat nieuwe Euro­pese popacts presenteert. We mochten een hapje van de hype proeven. En dan moet zijn debuutalbum nog uit­komen. Als de eerste singles een aanwijzing zijn, dan wordt dat een mengsel van scherpe gitaarrock met soms de gedrevenheid van punk, hier en daar een skabeat, wat rebelse hiphopmentaliteit en altijd een vorm van ­sociaal commentaar. 

Zanger Yungblud (Dominic Harrison) Foto Rianne Vries012

In King Charles beklaagt hij zich erover, met zijn kenmerkende snauwende Yorkshireaccent, dat er niet naar de jeugd wordt geluisterd. ­Polygraph Eyes gaat over de zondagochtendkater van dronken meisjes die op zaterdagavond opportunistische jongens tegen het lijf lopen. En in de waargebeurde stedelijke liefdesgeschiedenis van I Love You, Will You Marry Me wordt een op een brug in Sheffield geschreven huwelijksaanzoek een marketingtool voor stedelijke ontwikkeling. De iconische graffiti, later uitgevoerd in neon, werd gebruikt om bewoners naar nieuwe luxe flats te lokken. Alleen het huwelijk tussen de twee Sheffieldse sociale buitenbeentjes kwam nooit tot stand. Zij overleed aan kanker en hij raakte dakloos. Alleen de projectontwikkelaars leefden nog lang en gelukkig.

Harrison zegt onomwonden dat bijna al zijn nummers een boodschap hebben. ‘Het hoeft geen politieke te zijn, maar ik vind dat je wel ­ergens voor moet staan. Anders ben je geen artiest, dan ben je alleen een zanger.’

Noem hem een idealist die persoonlijke frustraties in zijn muziek verwoordt in de hoop herkenning en aansluiting te vinden. Voor Harrison voelt het logisch om sociale pro­blemen bespreekbaar te maken. ‘De wereld is op dit moment een beangstigende en verwarrende plek voor jongeren. Met de komst van het internet heeft onze generatie toegang tot zo veel informatie gekregen. Informatie die ook een beeld schetst van een progressieve, liberale wereld waarin de meesten van ons willen leven. Maar die ­wereld wordt tegengehouden door generaties die ons niet begrijpen of er nog niet klaar voor zijn.’

Volgens Harrison was het moment waarop dat zich het duidelijkst manifesteerde na het Brexitreferendum. Een wake-upcall voor jongeren die zich voor die tijd niet met politiek ­inlieten of zelfs hun stem lieten horen en zagen wat voor gevolgen dat had. De Britse jeugd is politiek bewuster geworden. Maar jonge rockacts als Yungblud, die hun sociale betrokkenheid laten spreken in hun muziek? Ze zijn schaars. Of zoals Harrison het formuleert: ‘Ik zie bijna alleen maar eikels in leren jasjes die nergens over zingen. Ik raak erdoor verveeld.’

Waar volgens hem dan wel de sociaal relevante noten worden ­gekraakt? In urbangenres als hiphop, r&b en grime. De Engelse rapper Stormzy gebruikte de Brit Awards als platform om de premier op een harde beat een urgente vraag te stellen: ‘Theresa May, where’s the money for Grenfell (Tower, over de Londense flatbrand waar 79 mensen bij omkwamen, red.)?’ Of neem Eminem die een diss track uitbracht waarin hij Trump de mantel uitveegt.

Harrison is weg van hiphop en mengt het met rock. Maar het feit dat hij een drumcomputer en veel samples gebruikt op zijn op rock gebaseerde liedjes leverde hem ook kritiek op. ‘Waarom zou ik geen Kanye West sampletje over een Clashgitaar mogen gooien met een beat van een 808-drumcomputer daaronder? Dan hoor je de puristen weer: ‘Ah, maar dát is geen rock-‘n-roll.’’

Hij veert op. ‘En dat is precies de reden waarom rock nu aan de beademing ligt: ouwe lullen die vasthouden aan oude vormen en zingen over zaken die allang niet meer relevant zijn. Maar rock is niet ‘vier mannen met bas, gitaar en drums’, het is een attitude. Ik pas ervoor om als zestiger in een te strak Def Leppardshirt te zingen over Thatcher.’

Zijn rockhelden Arctic Monkeys hadden als een van de recente uitzonderingen wél iets wezenlijks te melden. De muziek van de Engelse band wordt vaak vergeleken met die van Harrison. Vooral de oudere liedjes, waarvan de kracht in gecontroleerde uitbarstingen van staccato gitaarriffs zit. En dan is er nog het uitzonderlijke schrijverstalent van zanger Alex ­Turner, die met empathische  streken een wereld van opgefokte, geile, dronken of verdrietige tieners schetste.

Harrison: ‘Ik had, net als sommige van mijn fans nu, ook het gevoel dat alleen mijn idolen me begrepen. Alex Turner en Eminem. Omdat ze hun eigen leefwereld beschreven als outsiders die, zoals ik, in geen enkel hokje pasten.’

Harrison heeft Adhd. Hij loopt over van de energie en dat leverde meer dan eens opgetrokken wenkbrauwen op. ‘Mensen vonden dat drukke gedrag te gek of ze werden er juist gek van, maar ze namen me nooit serieus. Op school dacht iedereen dat ik een aanstellerige aandachtszoeker was.’ Als 16-jarige studeerde hij kort op de kunstacademie in Londen, maar verliet die weer toen hem werd verteld dat hij zich op de verkeerde wijze uitdrukte. Er volgde een baantje in een pub, talloze open-micavonden en een manager die hem aan diverse producers koppelde. ‘Elk van hen kwam met een ander idee over hoe ze me op de markt wilden zetten. Als 16-jarige die het wil maken ben je bereid om het ­allemaal te proberen. Maar na twee jaar had ik er genoeg van.’

Optreden van Yungblud op het 'Rock am Ring' festival in Duitsland. Foto EPA

In 2016 ontmoette hij manager ­Declan Morrell die ook met James Blunt en Amy Winehouse had gewerkt. Nadat Morrell een optreden had gezien waar Harrison met alleen een akoestische gitaar capriolen uithaalde en van speakers sprong, merkte die fijntjes op dat wat hij zag schuurde met de sfeer van de liedjes. ‘Hij raadde me aan om voortaan alleen naar mezelf te luisteren en materiaal te schrijven waar ik me goed bij voel.’ Het werden de typerende Yungblud-uptempoliedjes waarin kwaadheid en frustratie worden vertaald in een energiek optreden. 

Die stuiterende liveshows, waarbij rockbravoure als brandstof dient voor de hyperactieve Harrison, ­kregen een reputatie . ‘Ik heb het altijd leuk gevonden om mezelf uit te sloven, op te treden. Zo van, kijk eens wat ik kan! En muziek is de ideale uitlaatklep. De energie vindt een uitweg als ik op het podium mag losgaan. Dan ben ik helemaal mezelf.’ Leggen de verwachtingen, de hype als nieuwe belofte geen zware druk op zijn schouders? ‘Fuck die hype! ­Natuurlijk is er veel druk, maar mijn ­lichaam vertaalt dat in opwinding. Opwinding, omdat ik door mijn muziek een verbinding maak met grote groepen jongeren. Dat vind ik nog het leukst van dit alles.

‘Het maakt dat ik Yungblud nog groter wil laten worden, er meer ­mensen mee wil bereiken. Ik heb er het volste vertrouwen in. Want nu weet ik wie ik ben, ik weet wat ik wil zeggen en ik weet wat ik wil bereiken.’

Yungblud speelt 30/6 op Down The Rabbit Hole. Zijn debuutalbum 21st Century Liability komt 6/7 uit. 

Roze sokken

Ze zijn prominent aanwezig in Yungbluds video’s en foto’s en ze houden zich op in het grensgebied tussen hoog opgetrokken broek en bordeelsluipers: de roze sokken. Dominic Harrison probeert er een trend mee te zetten wat aardig lukt. Horden fans hebben zijn persoonlijke voetmode al gekopieerd. De sokken verwijzen naar de Northern Soulperiode in Engeland. In het noorden van Engeland werd vanaf de late jaren zestig obscure Amerikaans soul populair wat gepaard ging met een nieuwe modetrend: wijde hoog opgetrokken broeken waaronder je enkels konden schitteren in felgekleurde sokken.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.