ColumnEDDY EN EVA POSTHUMA DE BOER

Zal er straks een explosie aan nieuwe kunst komen?

null Beeld

Kommer en kwel. We hebben het benauwd en raken met de dag bozer, banger, bitterder en blutter. In dat licht is het misschien ongepast om licht te zien, maar ik herlas het verhaal van Séraphine Louis en zag het toch even.

Séraphine Louis was een straatarme, eenzame huishoudster uit het Franse plaatsje Senlis, iets ten noorden van Parijs - ook wel bekend door het vliegtuig van Turkish Airlines dat er in 1974 neerstortte, tot dan toe de grootste vliegramp aller tijden, en door Yves Montand, die er op 9 november 1991 een film draaide, een hartaanval kreeg en overleed. Maar bovenal door de in 1864 geboren Séraphine Louis, ook wel Séraphine de Senlis genoemd. Als wees groeide ze op een klooster. Ze genoot geen opleiding en verdiende haar brood in de huishouding - lakens uitkoken in tobben, vloeren boenen op de knieën, dat werk.

Op haar 40ste kreeg Séraphine de ingeving om te gaan schilderen. Arm als ze was, fabriceerde ze verf van modder uit de rivier vermengd met bloed dat ze wist te jatten bij het slachthuis. Op de grond in haar steenkoude kamer begon ze plankjes te beschilderen. En toen werd ze, echt waar, door stom toeval ontdekt door een Duitse kunstverzamelaar. De man werd haar weldoener en financierde haar materialen. Oók echt waar. In de Eerste Wereldoorlog moesten de twee afscheid nemen, maar Séraphine werkte door, letterlijk als een bezetene: uiteindelijk stierf ze in een gekkenhuis. Inmiddels hangen haar schilderijen in vele musea in Frankrijk. Allemaal vervaardigd in haar piere eentje op haar kamer.

Anton Heyboer, 1968 Beeld Eddy Posthuma de Boer
Anton Heyboer, 1968Beeld Eddy Posthuma de Boer

Aldus dacht ik aan al die kunstenaars over de hele wereld die nu al een jaar in hun piere eentjes in hun ateliers, zolders, tuinhuisjes, gangkasten, kelders en andersoortige hokjes en hoekjes zitten, broedend en bloedend, met niets anders om handen dan hun werk. En stelde ik me voor wat ons dat straks wel niet gaat opleveren. Hebben we als de wereld weer open gaat een kunstboom - boom als in boem? De generatie kunstboom, een heuse stroming, een overstroming, door kunsthistorici gedefinieerd en benoemd als ‘de quarantainekunst’. Ja, dat was een typische quarantaineschilder, dat zie je aan zus en me zo. Of: dit muziekstuk is er onmiskenbaar een uit het quarantainetijdperk, blablabla. De stortvloed van nieuwe kunstwerken zal de groten van weleer dwingen tot een stap opzij. Shakespeare, Ibsen en Tsjechov zullen het toneel vrijmaken voor de schrijvers van nu, Rembrandt en Van Gogh voor de schilders van nu. En wij zullen zeggen: werd het ook niet eens tijd voor zo’n grote verschuiving, voor wat zowaar een culturele revolutie mag heten?

Wat zal die revolutie kenmerken? Hoop? Eenvoud? Of de natuur, die we met z’n allen lijken te herontdekken en waarin ook Séraphine haar onderwerp vond? De natuur die niets kost en waarin immer schoonheid huist? Wat het ook moge behelzen, ik verheug me vast, pier alleen in mijn schrijverskamertje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden