Zachtmoedige mijmeringen uit Armenië

Haig Yazdjian: Talar. Libra Music LM 003-2...

Nor Dar: Opus of the Lizard. Libra Music LM 005-2.

Djivan Gasparyan Quartet: Nazeli. Libra Music LM 014-2.

Arto Tunçboyaciyan & Ara Dinkjian: Tears of Dignity. Libra Music LM 004-2.

Of het nu door de volksaard komt of door hun geschiedenis vol deportaties en slachtingen - muziek uit Armenië is vaak doortrokken van een diepe treurigheid. Tegelijkertijd is ze bijzonder rijk omdat ze, als gevolg van de diaspora, allerlei invloeden uit Oost-Europa en het Midden-Oosten in zich heeft opgenomen. Er is altijd een overvloed aan lyrische melodieën en gevarieerde ritmes, en de structurele verfijning van klassieke composities wordt niet geschuwd, evenmin als de improviserende verkenningen van de jazz.

Het Griekse label Libra is een van de belangrijkste uitlaatkleppen voor Armeense musici. En Choice Music heeft onlangs vier cd's in Nederland gedistribueerd, allemaal verpakt in schitterend vormgegeven (maar moeilijk op te bergen) boekjes of enveloppen.

Haig Yazdjian bespeelt de oud, de Oosterse luit, met ingehouden virtuositeit, en zijn ritmisch uiterst subtiele getokkel wordt ingebed in een al even bedachtzaam spelend ensemble. De elf sfeerstukken op Talar bestaan uit elegante, welgevormde frasen die in steeds wisselende combinaties om elkaar heen dansen en altijd een zachtmoedig, kabbelend geheel vormen. De mijmeringen van de oud worden beantwoord door smachtende traditionele fluiten en opvallend melodieuze percussie en door Westerse elementen als de contrabas, het drumstel en keyboards, die op de meeste stukken zorgen voor een zachte woestijnwind op de achtergrond. Yazdjian zingt op vijf nummers met een volmaakt in het klankbeeld passende stem, droevig maar met waardigheid, de gevoelens kanaliserend in welluidend lijnenspel.

Het trio Nor Dar, geleid door de pianiste Kora Michaelian, bewerkt op Opus of the Lizard composities van de Armeense geestelijke, etnomusicoloog en toondichter Komitas (1869-1935), wiens pogingen om de muziek van zijn volk tegelijk te conserveren en in het Westerse cultuurgoed op te nemen werden bewonderd door tijdgenoten als Khatchaturian en Debussy (in de charmant knullige tekst Debysee genoemd). Met de piano en een groot arsenaal blaasinstrumenten en slagwerk wordt een breed gebied bestreken: sprankelende jazzsolo's in asymmetrische maatsoorten waarbij Dave Brubeck afsteekt als een houten klaas; driestemmige religieuze zang met een aantrekkelijke, lichte rauwheid; folkloristische aanstekelijkheid in modern arrangement en opnieuw discreet gebruikte elektronica die strijkers of kerkorgels oproept.

De duduk is een Armeense variant van de hobo, en Djivan Gasparian is een van de prominente bespelers. Hij buit alle expressieve mogelijkheden van het instrument uit met zijn groep; de zangerige, klaaglijke tonen van twee gewone en twee basduduks worden verweven tot statige klankwolken. Vrijwel alle stukken zijn traag en somber, maar zijn van een hypnotiserende schoonheid. De stemming wordt af en toe even verlevendigd door wat pittig getrommel of de oud van gastmuzikant Yazdjian, en door de hartverwarmende vocalen van Gasparyan zelf.

Arto Tunçboyaciyan woont al jaren in Amerika en heeft daar als percussionist gewerkt met vele bekende musici, vooral uit de jazzwereld. Op zijn eerste eigen cd bespeelt hij echter alleen de sazabo, ook een lid van de familie der luitachtigen, slechts bijgestaan door Ara Dinkjian op allerlei andere snaarinstrumenten. Arto's zang is wel gemeend en sympathiek maar niet echt sterk, en zijn liedjes zijn over het algemeen te mager om de karige instrumentatie te doen vergeten, vandaar dat dit de enige teleurstelling is in een verder imposant rijtje uitgaven.

Juan de Marcos & Afro Cuban All Stars: Distinto, Diferente. World Circuit.

Zoals de naam van de groep al aangeeft heeft gitarist, tres-speler en organisator Juan de Marcos de touwtjes wat strakker in handen genomen in dit Cubaanse reünie-orkest. De eerste cd was vooral bedoeld om de bejaarde coryfeeën van de son nog eens te laten schitteren, maar dit keer komen er ook andere, meer eigentijdse genres als de timba aan bod, en zijn de arrangementen een stuk avontuurlijker en complexer.

Dat is een goede zet geweest, want de concurrentie onder de taaie oude dames en heren in Havana is moordend, en het wordt steeds moeilijker om op te vallen met traditionele stijloefeningen. Het streven naar authenticiteit is dus losgelaten, de plaat klinkt inderdaad distinto, diferente (uniek, anders), en ook fris, geïnspireerd en afwisselend. De stemmen van oudgedienden als Ibrahim Ferrer en Omara Portuondo roepen nog altijd het gouden verleden op, evenals de liedjes van Arsenio Rodriguez en Nico Saquito, maar de nostalgische sfeer blijkt uitstekend samen te kunnen gaan met opgevoerde swing en felle, moderne blazerspartijen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden