Zachtaardige natuur met een lichte, fluwelige stem

Ibrahim Ferrer zong al vanaf zijn 14de, maar beroemd werd hij niet. Tot hij werd gevraagd voor de Buena Vista Social Club....

Cuando Me Toca A Mi? zong Ibrahim Ferrer twintig jaar geleden. Wanneer is het mijn beurt? In 1996 was het eindelijk zover: Ferrer werd een grote ster, en daar heeft hij tot het laatst van kunnen genieten. Zaterdag overleed de Cubaanse zanger in Havana, 78 jaar oud, na terugkeer van een uitgebreide Europese tournee.

Hij werd passend genoeg geboren tijdens een dansfeest, in Santiago, in het oostelijk deel van Cuba. Op zijn 14de werd hij prof, enige jaren later trad hij toe tot het orkest van Pacho Alonso, waar hij decennia lang bij zou blijven. Als gastvocalist werkte hij ook voor bekende bands als die van Beny Moré en het Orquesta Chepin-Chóven, maar echt doorbreken deed hij niet, ook omdat andere, hardere en ambitieuzere musici misbruik maakten van zijn zachtaardige karakter en hem voortdurend opzij schoven.

In 1991 trok hij zich teleurgesteld terug uit de muziek. Hij ging zijn karige pensioen aanvullen door als schoenpoetser te werken. Toen, in 1996, kwam er zoals hijzelf zei ‘een engel’ naar zijn huis, die zei ‘Chico, kom mee, een plaat maken.’ De engel was Juan de Marcos González, muzikaal adviseur tijdens de sessies voor Buena Vista Social Club. Producer Ry Cooder zocht iemand met een zachte, tedere stem om een bolero te zingen, een langzaam, romantisch nummer. Dankzij de cd, en A Toda Cuba Le Gusta van De Marcos’ Afro-Cuban All Stars, werd Ferrer een gevierd artiest.

Terecht: al kon hij als sonero ook aanstekelijk ritmisch improviseren op de snellere nummers, bolero’s waren zijn specialiteit. Zijn lichte, fluwelige stem was er volmaakt geschikt voor, net als de gevoelige natuur die schuilging achter zijn schelmse, jongensachtige imago. Dos Gardenias op de Buena Vista-cd is een hoogtepunt, net als Silencio, een duet met Omara Portuondo op zijn eerste eigen plaat.

Want net als andere Buena Vista-leden die naar de achtergrond waren verdwenen, zoals de inmiddels ook overleden Compay Segundo en pianist Ruben González, begon Ferrer op hoge leeftijd aan een solocarrière. Schoorvoetend, want hij hield niet van bevelen geven aan orkestleden, van ‘nee zeggen tegen mensen van wie ik hou’. Hij bleef ook verbijsterend bescheiden: tijdens de opnamen voor zijn tweede cd, Buenos Hermanos, kreeg hij keelpijn en stelde hij producer Nick Gold voor de plaat af te maken met een andere zanger.

Niettemin werd hij overladen met prijzen; in 2000 won hij bijvoorbeeld een Grammy in de categorie ‘best new artist’ – hij was toen 72. Helaas mocht hij de VS niet in om de trofee in ontvangst te nemen.

In mei verscheen er op het Ultra/Sequence-label een compilatie van oud werk, getiteld Ay, Candela, en eind vorig jaar zijn er opnamen gemaakt voor een nog te verschijnen derde cd op Gold’s World Circuit, een aan zijn geliefde bolero’s gewijd project dat Mi Sueño heet: ‘mijn droom’. Een droom die na een leven vol tegenslag en miskenning dan toch uit is gekomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden