Za Za en het verdwenen toneelritme

Vorig jaar schitterde Jacco van Renesse nog in een jurk van twintig kilo als Za Za in de musical La Cage aux Folles....

Arme buffo van de operette! 'De buffo is het hol- en vliegtype - hup, vlug erop af, leuke dansjes, de komische noot.' Maar Jacco van Renesse (59), buffo bij uitstek, weet wel beter. Waarom zingt hij niet in Viktoria und Ihr Husar, de operette die onlangs in première ging? En waarom maakt hij zijn opwachting niet in Die lustige Witwe, sinds deze week in reprise? 'Omdat ik oververmoeid ben. Omdat ik, voor het eerst in 38 jaar, geveld ben door ziekte.'

Van Renesse zit sinds eind juli thuis. Hij kreeg, na een inspannend seizoen, last van rillingen en hoge koortsen. Zijn huisarts verwees hem door naar een internist . Voor het eerst van zijn leven werd hij opgenomen in een ziekenhuis. 'Het zweet brak me uit. Ik? Opgenomen?' Hij laat op zijn armen de plekken zien waar bloed werd geprikt: 'Donkerpaars met lichtgroene randjes - net Karel Appels.' Hij kreeg een borstmerg-prik, en een leverpunctie. 'De organen zijn goed, het bloed ook. Maar nog altijd is de diagnose niet gesteld. Dat maakt me heel onzeker.'

Voorlopig is Van Renesse te moe om iets te ondernemen. Zijn radioprogramma Jacco's Keus mag hij misschien blijven presenteren, maar zijn afspraken met de Hoofdstad Operette, het gezelschap waaraan hij sinds 1974 vast verbonden is, kan hij dit seizoen niet nakomen. Met hoofdletters: 'Ik Moest Mij Ziek Melden.'

Hij zegt het zo nadrukkelijk omdat hij zich schaamt. En omdat hij zich schuldig voelt. 'Ik kan niet doen wat ik zou moeten doen. Er zijn mensen in de zaal die naar me vragen. Ik heb lang gedacht dat het me vreselijk kwalijk zou worden genomen.'

Tijdens de première van Viktoria und Ihr Husar liep hij, onthutst en ontregeld, door zijn huis te ijsberen. Hij durfde niet te gaan kijken. En nog steeds denkt hij: 'Nu zitten ze in de bus, nu wordt er geschminkt, en, o ja, elf uur, de voorstelling is klaar.' Nuchtere constatering: 'Het toneelritme is uit mijn leven verdwenen.'

Die glansrol in La Cage aux Folles, de musical die vorig seizoen in de theaters was te zien, is hem uiteindelijk toch teveel geworden. Daar ging hij, als de travestie-ster Za Za, avond aan avond de trap af, behangen met juwelen, op hoge hakken, in een rode jurk van twintig kilo. 'Welke man doet me dat na? Ze konden me af en toe bij elkaar vegen, zo inspannend was het, fysiek én emotioneel. Ik ben waarschijnlijk te veel door het lint gegaan.'

Hij vraagt of het allemaal niet te larmoyant klinkt. Zal hij eens koffie zetten? Hij maalt bonen - 'Aan snelfiltermaling of hoe-die-troep-ook-mag-heten doe ik niet' -, hij serveert petit-fours. 'Ik heb schándelijke toestanden gekocht.' Gezellig toch, hij schudt het hoofd, schijn bedriegt. 'Ik ben niet zo'n gezelligheidsdier.'

Niet voor niets woont hij al zestien jaar in een buitenwijk van Enkhuizen. 'Knotwilgen, water, weiland: dit lijkt op mijn geboortegrond in Zeeland.' In Amsterdam, waar hij ooit woonde, zou hij niet meer kunnen aarden. De tijd van uitgaan is voorbij, Van Renesse is liever op zichzelf. Hij denkt niet dat hij ooit nog een relatie krijgt. Uit zelfbescherming: 'Als je, zoals ik, al wat ouder bent is het zeer ingrijpend om aan de kant te worden gezet. Ik ben graag alleen. Helemaal zelf je leven indelen - zonder dat je aan iemand verantwoording verschuldigd bent.'

Hij weet wel waarom dat verlangen zo groot is. 'Toen ik dertien was, moest ik vanwege mijn astma naar een internaat in Montreux. Ik werd weggerukt uit de geborgenheid van het gezin. Daar, in Zwitserland, heb ik geleerd hoe het is om alleen te zijn - en alleen te kúnnen zijn.'

Onlangs ging hij voor het eerst in vijftien maanden met vrienden eten. Tot dan toe was het: geen tijd, altijd maar spelen, altijd op pad. 'Fred Butter, mijn tegenspeler in La Cage, zei: Julie Andrews doet dit ook. Ik dacht: dank je de koekoek, die woont maar tien minuten lopen vanaf het theater. Terwijl ik naar Kerkrade moet, en Aalst, en god-weet-waar.'

Dat hij meedeed in La Cage aux Folles was sowieso een overwinning. 'Ik heb niks met travestie. Van dat relnichterige hou ik niet.' Hij oefende thuis op hoge hakken. En bleef zich, later, bij de opkomst - 'In peignoir, met tieten' - generen. 'Ik hoorde de zenuwachtige giebeltjes in de zaal.' Hij kreeg anders een mooi compliment van de moeder van een collega. 'Ze zei: wát een mooie rol. Van Renesse schatert. 'En: wát een mooie benen'

De repetitieperiode was niet minder dan een eye-opener. 'De vrouwelijke gebaren, de uitroepjes, de hogere stem: het ging vanzelf. Kennelijk huist dat toch in mij.' Van Renesse knijpt de ogen dicht, haalt zich de mooiste scènes voor de geest. 'Een video-opname van de voorstelling heb ik nog niet durven bekijken. Ik ben bang dat dat te confronterend is.'

Regisseur Shireen Strooker liet hem vrij, hij voelde zich meer dan ooit een acteur. 'Niet eerder heb ik, in een zaal als Carré, mijn emoties zo ver en zo hoog weten over te brengen.' Hij wierp eindelijk het keurslijf af. 'Vroeger, bij de Haagsche Comedie, bij Wim Kan, de Operette, ik noem maar een paar dwarsstraten, werd me alles door regisseurs voorgekauwd. Misschien was ik ook te laf, ik koos altijd voor zekerheid.'

Van Renesse zocht een vast dienstverband. 'Ik heb in de WW gezeten, dat wil ik nooit meer.' Door de directie van de Hoofdstad Operette werden hem geen uitstapjes gegund, pas de huidige directeur, Jaap Montagne, liet hem een jaartje vrij. De zanger herinnert zich de wapenfeiten die aan La Cage vooraf gingen: solopartijen in Eine Nacht in Venedig, Der Vogelhändler, La Vie Parisienne. 'Maar altijd ben ik bang geweest op het toneel, ik vreesde niet aan de verwachtingen te kunnen voldoen. Dat belemmerde me.'

Is hij nog altijd het bange ventje van vroeger? 'Ik was een kunstzinnig jongetje, ik hield niet van voetballen, én woonde op een Zeeuws eiland - huppetee, dan ben je al snel een outcast. Dan word je gepest.'

Hij haalt de schouders op, enig zelfvertrouwen is hem niet vreemd. Ook al kreeg hij geregeld lelijke kritieken, ook al halen collega's en critici de neus op voor operette. Nooit ontving hij een prijs - de enige onderscheiding die hij kreeg was, begin dit jaar, de benoeming tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Nee, dán Willem Nijholt, met wie hij op de Toneelschool zat, die kreeg grote prijzen, die wordt door publiek én pers bejubeld. En toch blijft Nijholt in interviews van zich af bijten.

'Ik begrijp dat niet. Zijn portret hangt in de Stadsschouwburg, hij speelde bij het Zuidelijk Toneel - allemaal dingen die ik nog niet heb mogen meemaken. Ik denk wel eens: Willem, jij mag niet klagen.' Begrijp hem goed: Van Renesse wil niet zeuren of afgunstig zijn. 'Maar ik had wel meer musicals willen doen.' Nuchter: 'Dit is zinloos napraten. Ik ben geen Ko van Dijk, ik ben geen Han Ebbelaar, maar ik heb alle disciplines uitgeprobeerd. Ik kan redelijk zingen, dansen en acteren.'

Hij is tevreden met wat hij heeft. Maar op dit moment hééft hij niet zoveel - tijd, hooguit. 'Ik lees nu een boek van Jan Mens, Griet Manshande, ik wil binnenkort eens ontdekken hoe het Paleis op de Dam er van binnen uit ziet, er schijnt een schitterend museum in Haarlem te zijn.' Vragende blik. 'Ik zal ooit toch wel weer op de planken staan? Ik zal toch niet de rest van mijn leven moe blijven?'

Van Renesse wil niets forceren. Hij moet eerst beter zijn. En anders sluit hij zijn carrière af. 'Deze periode is een goede voorbereiding. Ik weet nu tenminste hoe het voelt om 's avonds thuis te zitten.' De beslissing zal hij straks zelf nemen. 'Ik wil voorkomen dat anderen voor mij bedenken dat ik moet ophouden. '

Volgend jaar zit hij veertig jaar in het vak. 'Ik weet niet zeker of ik dat jubileum wil vieren.' Als La Cage de afsluiting van zijn loopbaan blijkt te zijn, heeft hij daar vrede mee. 'Sterker nog: ik zou het me niet mooier kunnen wensen. Die rol van Za Za is onvoorstelbaar belangrijk voor me geweest . De tol was, zo blijkt nu, erg hoog. Maar ik had het nooit willen missen.' De woordenstroom stokt. 'Ik ben bek-af, zal ik je naar het station brengen? Je vindt het toch niet erg dat ik dit zeg?'

In de auto vertelt hij dat hij blij is dat al te veel optredens in praatprogramma's hem bespaard bleven. Is dat geen valse bescheidenheid? 'Het succes van Za Za is een mooie compensatie voor de onzekerheden van vroeger.' Hij tuit de lippen. 'Oooh, wat een uitspraak'

Die arme Za Za wordt, na een lang leven in een nachtclub, bijna aan de kant geschoven. Maar ze vat moed, en presenteert haar lijflied: Ik ben wat ik ben. Jacco van Renesse zong het met overgave, maar de kleedster wist wel beter: die keek na afloop in zijn handen - ja hoor, altijd hetzelfde liedje, daar parelt zweet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden