Interview

Yuri Honing: 'Ik ben meer vocalist dan instrumentalist'

De gevierde saxofonist Yuri Honing moest loskomen van alles wat hij al had gedaan om op zijn nieuwe album Desire tot een eigen geluid te komen. Over het verlangen dat vooral altijd moet blijven.

Yuri Honing. Beeld Ruben Uvez

En weer moest het anders. Yuri Honing (49) mag dan al zo'n twintig jaar worden gerekend tot Nederlands beste saxofonisten en een carrière in de jazz hebben opgebouwd die tot ver buiten de landsgrenzen reikt: hem vastpinnen op een bepaalde stijl is ondoenlijk.

Een plaat of twintig telt zijn discografie, die nu wordt aangevuld met het fraaie Desire. Honing nam het album op met zijn akoestische kwartet. Mooie, slepende composities, waarin Honing zijn tenorsax echt kan laten zingen in diepe bolvormige tonen. 'Op een gegeven moment kwam ik erachter dat ik meer vocalist ben dan instrumentalist, ik bespeel mijn sax op Desire zoals een zanger zingt.'

Mini-opera

De acht stukken vormen een geheel, expliceert Honing in zijn appartement in Amsterdam-Noord. 'Het is een plaat over verlangen in de breedste zin van het woord, een mini-opera in acht delen.'

Van verlangen naar liefde tot doodsverlangen wordt het thema uitgediept in stukken die verwijzen naar pop, jazz en klassieke muziek. Drie genres waaruit Honing zijn hele loopbaan al heeft geput. Behalve jazzplaten maken met groten der aarde als Paul Bley, Pat Metheny en Misha Mengelberg, schurkte hij ook tegen klassiek aan en verloor hij nooit zijn liefde voor popmuziek uit het oog. Hij maakte bewerkingen van Schubert, speelde met het Metropole Orkest, maar ook met popmuzikanten zoals zangeres Janne Schra en Spike van Di-Rect.

'Jazz is een verliefdheid die vijftien jaar heeft aangehouden en oude muziek is waar ik vandaan kom. Maar pop is iets dat ik al vanaf mijn 10de heb omarmd', vat hij zijn voorkeuren samen.

3 bijzondere albums uit discografie Yuri Honing 

Yuri Honing and FLORIS: Phase Five Verve/Universal, 2009

Met dit album behaalde Honing de Album Top 100, wat weinig jazzmuzikanten gegeven is. Samen met (house)producer FLORiS en een aantal gastvocalisten als Janne Schra, Leine,
Sarah Bettens en Lilian Vieira nam Honing dit album op met ‘vocal pop music based on instrumental hardcore jazz’.
Het tweetal nam een duik in ­Honings oeuvre en maakte van diens stukken, of fragmenten daarvan, nieuwe nummers.
De zang is opmerkelijk, maar ook Honings eigen nieuwe solo’s ­geven de muziek een frisse ­sprankeling.

Yuri Honing, Paul Bley, Gary Peacock en Paul Motian: Seven Jazz In Motion/Challenge, 2001

'Ik stuurde Paul Bley een bandje met opnamen die ik met Misha Mengelberg had gemaakt. Hij belde me op: dit kan ik beter, zei hij. Nou echt niet, Misha is een veel betere pianist. Bovendien wilde ik niet nog een duoplaat maken. Dus ik vroeg hem naar zijn favoriete ritmesectie. Hij kwam met bassist Gary Peacock en drummer Paul Motian. Het waren andere tijden, ik kreeg toen nog een ton voor het maken van een plaat. Ze kwamen allemaal, en ineens zat ik in het bovenste circuit van de jazz. Zo kwam ik even later een keer thuis en stond Charlie Haden op mijn antwoordapparaat: 'Hi, this is Charlie....' We hebben het jaar erop samen gespeeld op North Sea Jazz.'

Yuri Honing en Nora Mulder: Winterreise Jazz In Motion/Challenge, 2007

Honing groeide op met klassieke muziek, wat tot uiting kwam in de bewerking die hij met pianiste Nora Mulder maakte van Schuberts liederencyclus Winterreise. Normaal gesproken worden de teksten van Wilhelm Müller gezongen, maar Honing blaast de melodie op zijn tenorsax. Niet alle liedjes komen voorbij en ook slaat het duo nogal eens de intro's over, maar het werkt. Winterreise is een even gedurfde als geslaagde proeve van Honings wens buiten de geijkte paden te treden.

'En nu zag ik eindelijk een mogelijkheid mijn liefde voor zowel pop als oude muziek te combineren in jazz. Van het liedje Messenger van rockband Blonde Redhead tot een bewerking van een madrigaal van Claudio Monteverdi (Lasciate Mi Morire) tot eigen soms op het scherp van de snede uitgevoerde composities. Helder vormgegeven muziek, die direct binnenkomt bij de luisteraar. 'Ik zocht voor deze plaat naar een vorm om zo transparant mogelijk maximale ontroering teweeg te brengen.' Dat klinkt eenvoudig, maar er ging een lange weg aan vooraf.

'Vijf jaar geleden had ik dit niet gekund, zo eenvoudig en zo direct. Alles wat ik de afgelopen pakweg 25 jaar heb gedaan ten spijt, heb ik nu pas het idee dat ik ready to go ben. Dat ik mijn eigen signatuur gevonden heb.'

Eigen signatuur

Honing wijst naar de biografie van schilder Mark Rothko die op tafel ligt. 'Rothko was al 46 of 47 toen hij loskwam van zijn Europees erfgoed en begon die grote abstracte rechthoeken te schilderen. Zonder me ook maar een moment met Rothko te willen vergelijken, herken ik daar iets in. Door los te komen van wat je hebt geleerd, vind je je eigen signatuur.'

Graag praat Honing over zijn bewondering voor popmuzikanten als Bob Dylan ('Zijn manier van zingen heeft de weg vrijgemaakt voor iemand als Thom Yorke. Mooi is niet altijd zuiver') en Lou Reed ('Het goede van hem is dat hij niet echt kan zingen, maar dat je alles toch gelooft wat hij zingt').

'Niemand speelde sax'

Honings aanhoudende liefde voor popmuziek komt voort uit een goede start. 'Ik was 10, 12 jaar en er waren meteen drie cruciale platen voorhanden: Lou Reeds Berlin, David Bowie's Low en Iggy Pops Lust for Life. Heel inspirerend.'

Bowie, of liever gezegd saxofonist David Sanborn op diens album Young Americans (1975), zou Honing ertoe aanzetten zelf saxofoon te gaan spelen.

'Iedereen thuis speelde muziek. Ik was gestopt met piano en moest een ander instrument kiezen. Dat werd dus altsaxofoon. Die hoorde je in die tijd nergens. Let wel, dat was jaren voordat Candy Dulfer doorbrak. Begin jaren tachtig speelde niemand sax. Ik kon in elk hip bandje spelen en zo ook vrij snel mijn brood verdienen.'

Alleen moest hij nog wel even switchen van alt naar tenor. 'Ik was 17 en na een concert kwam een vriend naar me toe: gozer, je bent zo muzikaal, maar ga alsjeblieft tenor spelen want dit ziet er niet uit.'

Yuri Honing tijdens North Sea Jazz in 2012. Beeld anp

Bij zo'n grote gestalte als van Honing past geen kleine altsax, dat zag hij ook zelf in. De switch naar tenor betekende dat Honing op zoek moest naar een eigen sound. 'Op alt is het moeilijk een eigen signatuur te ontwikkelen, iedereen lijdt onder grote voorgangers als Charlie Parker, daar kun je bijna niet van loskomen. Het tenorgeluid is veel breder, maar je wordt wel gedwongen een eigen sound te ontwikkelen. Het duurt echt even voordat je die hebt.'

Vijftien jaar lang dook Honing als een dolle hond de jazz in en ergens halverwege de jaren negentig was hij het zat. 'Waarom altijd maar diezelfde standards spelen uit de jaren dertig? We kunnen toch ook liedjes spelen uit mijn eigen jeugd? Waterloo van Abba schoot me te binnen. Waterloo was natuurlijk een veldslag, maar bij Abba klonk het als een theekransje. Wij brachten het weer als een veldslag, met een stuk drama van John Coltrane's Alabama erin. Dat sloeg in als een bom, herinner ik mij.'

Daarna onderzocht Honing allerlei muziekstijlen. Hij bestudeerde Arabische microtonaliteit, rockmuziek met zijn elektrische band Wired Paradise en ontsnapte richting klassiek met bewerkingen van liederen van Schubert.


Het zou een 'jaar of twintig' duren voordat Honing het aandurfde zelf met een pianist op het podium te staan. 'Eerder vond ik mezelf niet goed genoeg om in een klassieke kwartetsetting te spelen. Met piano, bas en drums is de ballast van muziek uit de jaren vijftig en zestig van mensen als John Coltrane en Sonny Rollins veel te groot. Daar bezwijk je onder. Zonder piano kon ik me vrijer bewegen.'


Pas op het album Player (1998) is Honing voor het eerst met een pianist te horen. 'Maar dat was dan ook meteen een van de allerbesten: Misha Mengelberg.' De pianist had een enorme invloed op Honings kijk op muziek. 'Die man heeft zo'n enorme kennis. Hij is klassiek geschoold, maar kent het hele repertoire van Duke Ellington uit zijn hoofd. Ontzaglijk geestig is hij en een enorme anarchist. Van hem leerde ik me van niemand iets aan te trekken. In een volle zaal wil je al snel gaan pleasen, Misha leerde me daarvan af te zien.'

Libretto

Toen Yuri Honing zijn plannen met Desire gereed had, stuurde hij beeld (hoesschildering Mariecke van der Linden) en muziek naar Joost Zwagerman, met de mededeling dat het een achtdelige instrumentale opera over verlangen betrof. Honing: ‘Joost zei meteen dat hij daarvoor een libretto ging schrijven. Het is natuurlijk gewoon een gedicht en heet Ons Hart. Maar het is erg mooi en het staat in het cd-boekje.’

Yuri Honing: `Na 25 jaar krijg ik nu pas het idee dat ik ready to go ben, dat ik mijn eigen signatuur heb gevonden.` Beeld X

Te abstract

Jazzmuzikanten zouden wat harder moeten werken aan het vinden van een eigen identiteit in plaats van aan hun techniek, vindt Honing. Veel hedendaagse jazz is hem te abstract. 'Bij die technische jazzjongens zitten alleen maar mannen in de zaal. Waarom maken veel muzikanten muziek waar ze niet eens met hun vriendinnetje naartoe zouden gaan?'

Honing is sinds een paar jaar gescheiden van de vrouw met wie hij dertig jaar samen was. 'Ontploft', zegt hij. Een gebeurtenis die zeker van invloed was op Desire, waarop verlangen en begeerte muzikaal worden verwoord. 'Desire is een nieuw begin, in meerdere opzichten. Er is geen noot van gelogen, alles is helemaal Yuri. Het moest een plaat worden waar je in elk nummer steeds het geheel hoort. En dat verlangen moet er altijd blijven. Nergens in die achtdelige suite mag je het gevoel krijgen: nu zijn we thuis. Want als je het verlangen inlost, is het er niet meer. Dan zit je met lege handen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden